Straftoemeting. Een reactie en een naschrift.

Door Ronny van de Water (reactie) en Dato Steenhuis (naschrift)

Reactie
Dato Steenhuis breekt in zijn laatste bijdrage aan de Ivoren Toga een lans voor meer en hogere detentiestraffen. Het is duidelijk dat hij met enkele provocerende uitspraken de discussie op scherp wil zetten.

Een reactie op de oproep van Steenhuis zou kort kunnen zijn met de opmerking dat het sanctiebeleid van de Nederlandse rechters blijkbaar effectief is gezien de gestaag dalende criminaliteitscijfers, maar dat zou te gemakkelijk zijn. Het is immers de vraag of deze dalende cijfers wel kloppen. In ieder geval blijkt uit interne notities van de politie dat er twijfels zijn over deze daling. Ook het oplossingspercentage daalt (helaas) gestaag. De door Steenhuis opgesomde percentages over de opgelegde straffen zeggen ook niet veel. Het is mijn ervaring dat de afgelopen 15 jaar veel bagatelzaken het strafrecht zijn ingetrokken en dan is het logisch dat in dergelijke zaken ook bagatelstraffen worden opgelegd.

De belangrijkste vraag laat Steenhuis onbeantwoord. Helpt strenger straffen om criminaliteit terug te dringen? De wetenschappelijke publicaties die concluderen dat dit niet het geval is zijn talrijk. Zie o.a. het artikel ‘Recidive na werkstraffen en na gevangenisstraffen’ in het Tijdschrift voor Criminologie 2009 (51) 3 van Wermink e.a. Op basis van een uitgebreide studie van de Nederlandse gegevens trekken de onderzoekers de volgende conclusie: ‘In vergelijking met gevangenisstraffen hebben werkstraffen een dempende werking, zowel op de totale recidive als op de vermogens – en geweldsrecidive afzonderlijk, zowel op de korte termijn als op de lange termijn’.

Kijk ook naar landen met een snoeihard strafklimaat. In die landen zijn de criminaliteitscijfers steevast hoog. Meer en langere detentiestraffen zal de samenleving alleen maar meer geld gaan kosten en geen effectieve bijdrage gaan leveren aan terugdringing van criminaliteit.

De lezer van het betoog van Steenhuis krijgt de indruk dat de Nederlandse rechters softies zijn die laag en vooral voorwaardelijk straffen. Dit beeld is niet juist. De Nederlandse rechters zijn de afgelopen 15 jaar wel degelijk gevoelig gebleken voor de roep vanuit de samenleving om strenger te straffen. De onvoorwaardelijke opgelegde straffen zijn bij de meer ernstige feiten wel degelijk hoger geworden en levenslang is vaker opgelegd. De Nederlandse strafrechters straffen daarbij vooral strenger bij de feiten die zich daarvoor lenen. Nederland kent echter een veel groter probleem bij de bestrijding van criminaliteit dan vermeend slappe rechters. De kwaliteit van de opsporing is de laatste jaren hard achteruit gehold. Door bezuinigingen op het openbaar ministerie en de reorganisatie bij de politie wordt er steeds minder effectief gewerkt aan de opsporing van daders. De pakkans, die in Nederland al laag is, is daardoor lager geworden. Laten we in Nederland eerst maar er voor zorgen dat er meer daders voor de rechter worden gebracht in plaats van klagen over de straffen. Verhoging van de pakkans is een effectiever middel tegen criminaliteit dan hogere straffen.

Ronny van de Water
Rechter-commissaris te Amsterdam

Naschrift
In zijn reactie, waarvoor dank, maakt de Amsterdamse rechter-commissaris Van de Water een aantal kritische kanttekeningen. Laat ik met de laatste beginnen. Daarin zegt hij dat er een veel groter probleem is dan de hoogte van de straffen, waarin het, volgens hem, in de betreffende column te doen was. Dat probleem is de achterblijvende opsporing zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin.

Het doet mij deugd te kunnen vaststellen dat we het op dit punt ieder geval roerend eens zijn. Dat had Van de Water kunnen weten, als hij ook de column die aan de onderhavige vooraf ging had gelezen. Ik neem hem niet kwalijk dat hij dat niet heeft gedaan, maar stel slechts vast dat daar een dringende oproep aan het OM wordt gedaan om zich intensiever te bemoeien met de kwaliteit van de opsporing en dat er ook wordt opgeroepen om veel meer misdrijven als nu, van een zinvolle interventie te voorzien.

De tweede en in zijn opvatting belangrijkste kanttekening betreft het feit dat ik de belangrijkste vraag onbeantwoord laat: helpt strenger straffen bij het terug dringen van de criminaliteit? Uit tal van wetenschappelijke publicaties zou, zo meent hij, blijken dat zulks niet het geval is. Ik waag dat te betwijfelen. Onderzoek naar die vraag is complex en beperkt zich doorgaans tot het meten van de recidive van twee groepen daders waarvan de ene relatief zwaar en de andere lichter is gestraft. Het resultaat van zo’n onderzoek geeft geen zicht op de criminaliteit.

Zwaardere straffen vormen echter niet de essentie van mijn betoog. Ik bepleit slechts een andere oriëntatie bij de straftoemeting. Een gezichtspunt waarin niet de dader centraal staat, maar waarin vooral wordt gekeken naar de behoeften van het slachtoffer en naar die van de samenleving als geheel. Die verschuiving van perspectief zal, vervolgens, zo meen ik, leiden tot zwaardere straffen.

Of die zullen helpen om de criminaliteit terug te dringen? Ik weet het niet en het kan me eigenlijk ook niet zoveel schelen. Als de wetenschap zou hebben aangetoond dat daders er niet minder door gaan recidiveren, wat ik overigens waag te betwijfelen, zij dat zo. Maar daar gaat het mij niet om.

De gepakte en bestrafte daders, zijn, zoals Van de Water terecht opmerkt, slechts een fractie van het totaal aantal mensen dat misdrijven pleegt. Als zij bij lichtere sancties net zo reageren als bij zwaardere verdient dan alleen om die reden de lichtere sanctie de voorkeur?

Wat voor indruk maken die sancties op de daders die niet gepakt zijn. Hoe kijken zij aan tegen al die voorwaardelijke straffen, die taakstraffen van onder de 60 uur en die boetes voor misdrijven, ja misdrijven, die in veel gevallen nauwelijks het niveau halen van een eerste verhoging bij een Mulder overtreding?

En hoe kijken de slachtoffers en diens omgeving aan tegen al die gedrag regulerende sancties, die overigens door de controle erop en het herstelwerk dat ze bij mislukking opleveren, heel wat duurder zijn dan je op het eerste gezicht zou denken. En wat vindt de samenleving in den brede van het sanctieniveau in Nederland. Het wordt niet onderzocht, maar ik heb zo mijn vermoedens.

En wat verspelen we aan ‘opbrengsten’ van de strafrechtspleging als we al deze ‘klanten’ toch min of meer in de kou laten staan en (bijna) uitsluitend oog hebben voor de verdachte? Heel wat mogelijke normbevestiging, normherstel en generale preventie wordt teniet gedaan door onze blikvernauwing richting verdachte. Uiteraard zal degelijk onderzoek moeten uitwijzen of mijn veronderstellingen hout snijden. Dat onderzoek vergt een lange adem en is complex, maar dat is geen reden om er van af te zien.

En ten slotte: door de ruimere bevoegdheden van het OM zijn juist veel bagatelzaken aan de rechterlijke beoordeling onttrokken. En daling van het strafniveau kan dus niet langs die lijn worden verklaard.

En helemaal ten slotte: bij de zwaardere delicten is het aandeel van de vrijheidsstraffen van 1-3 jaar sinds 2005 gedaald van 9,2% naar 5,0% en dat van de straffen van meer dan 3 jaar van 3,8% naar 2,7%. Kortom, er zijn ook geen aanwijzingen voor een steviger strafbeleid. Over levenslang heb ik geen gegevens.

Dus: ja, gemiddeld genomen zijn Nederlandse strafrechters wel degelijk softies om met Van de Water te spreken: met 17% geheel voorwaardelijke geldboetes en van de onvoorwaardelijke slechts 10% van 1000 euro of meer; met 20% geheel voorwaardelijke taakstraffen en van de onvoorwaardelijke ruim 70% onder de 60 uur; en met 35% geheel voorwaardelijke gevangenisstraffen en van de onvoorwaardelijke 70% korter dan 3 maanden.

Dato Steenhuis
Tot enkele jaren geleden Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie