Reactie op Weblog Wim Canton: de gevolgen van doorgeschoten kwaliteitscontrole voor de rechtsgang rond pro justitia rapportages in het strafrecht

Door Merel Prinsen en Theo Bakkum

Inleiding
Het NIFP is het met alle partijen eens dat het belangrijk is voor het strafproces dat de doorlooptijden in orde zijn. Dit is belangrijk voor de verdachte, die in voorarrest het proces afwacht, voor slachtoffers die mogelijk in grote onzekerheid verkeren, alsook voor de partijen in het strafrecht en de samenleving als geheel om helderheid te krijgen over de afloop van een strafzaak.

Binnen het NIFP is dan ook met veel belangstelling kennis genomen van de bijdrage van Wim Canton aan deze weblog. Wim Canton beschrijft de problemen met de doorlooptijden van de Pro Justitia rapportages in het strafrecht en beschrijft de rol die het NIFP naar zijn mening heeft in deze problematiek. Hij eindigt zijn bijdrage met het aankondigen van een pilotstudie die op initiatief van het Openbaar Ministerie (OM) wordt ingericht. Het NIFP is bekend met de pilotstudie en is hierover in overleg met verschillende belanghebbenden.

Wij zijn van mening dat een pilotstudie zonder tussenkomst van het NIFP het probleem niet gaat oplossen. Als portefeuillehouders Rapportage van het NIFP zijn wij aldus van mening dat de weblog van Wim Canton enige nuancering behoeft.

De rol van het NIFP in de kwaliteit van de Pro Justitia rapportage
De Pro Justitia rapportage speelt veelal een belangrijke rol binnen het strafproces en de praktijk leert dat officieren en rechters vaak het advies van de rapporteur overnemen. Dat maakt dat een dermate zwaarwegend advies van een zo hoog mogelijke kwaliteit moet zijn. Het NIFP ziet dat de bemiddeling (matching en feedback) van grote meerwaarde is voor de kwaliteit van de Pro Justitia rapportage. Ook de door het NIFP aangeboden mogelijkheden van collegiaal overleg, het bijwonen van intervisiebijeenkomsten en het aanbod op het gebied van deskundigheidsbevordering dragen bij aan de kwaliteit van de rapportage.

Veel Pro Justitia rapporteurs maken dankbaar gebruik van de services die het NIFP biedt. Zo is het NIFP gedurende het rapportageproces altijd bereikbaar voor de rapporteur voor collegiaal overleg of om vragen te beantwoorden. Rapporteurs voelen zich in veel gevallen gesteund door de feedback die wordt gegeven door NIFP-medewerkers, zowel gedragsdeskundigen als juristen, met een ruime ervaring. Deze medewerkers hebben veel rapporten gelezen en zijn op de hoogte van de laatste stand van het expertisegebied en de toepasselijke wetgeving. Het delen van deze expertise is van groot belang voor de deskundigheidsbevordering van de rapporteurs, voor de uniformiteit van de rapportages en ook voor de (her)registratie in het Nederlands Register voor Gerechtelijk Deskundigen (NRGD).

Sinds 2010 wordt de kwaliteit niet meer alleen door het NIFP bewaakt, maar speelt ook het College voor Gerechtelijk Deskundigen een grote rol. In het NRGD is een groot aantal Pro Justitia rapporteurs geregistreerd die voldoen aan de kwaliteitsnormen van het NRGD. Het ontstaan van het NRGD vormt een nieuwe belangrijke pijler in de kwaliteitssystematiek rondom de Pro Justitia rapportages, waarbij de rollen van het NRGD en het NIFP elkaar versterken. Vanuit het NIFP worden immers alle rapporten individueel onderworpen aan feedback. Het NRGD onderschrijft het belang van deze kwaliteitsrol; ook het NRGD hecht veel waarde aan feedback vanuit het NIFP. Het NRGD moedigt het NIFP ook aan om de kwaliteit van de feedback te verhogen.

De ontwikkelingen binnen het NIFP staan dan ook niet stil. Wim Canton noemde terecht een aantal initiatieven van het NIFP die gezorgd hebben voor een verbetering van de kwaliteit van de Pro Justitia rapportage, maar tegelijkertijd wordt er binnen het NIFP nog altijd gewerkt aan nieuwe kwaliteitsslagen. Zo worden de kwaliteitskaders aangepast naar aanleiding van nieuwe inzichten en wordt het matchingsproces opnieuw ingericht zodat meer objectieve en transparante matching kan plaatsvinden. Het NIFP heeft vanuit zijn expertise zicht op de specifieke ervaring en kwaliteiten van de individuele Pro Justitia rapporteur en kan op basis daarvan een match maken tussen opdracht en rapporteur. En niet alleen maakt het NIFP nieuwe kwaliteitsslagen, ook beijvert het NIFP zich hard om tot betere doorlooptijden te komen.

De rol van het NIFP in de doorlooptijden
En dan de cijfers. Inderdaad blijkt uit recent onderzoek van het NIFP dat de formele kwaliteit van de rapportages in meer dan 97,1% als voldoende wordt beoordeeld. Echter, het gaat dan om de kwaliteit van de definitieve rapportage, dat is dus het resultaat na feedback. Onzes inziens toont dit cijfer juist aan hoe belangrijk de kwaliteitsrol van het NIFP is.

Het OM heeft in het verleden altijd de belangrijke rol van het NIFP benadrukt. Kennelijk zijn er nu geluiden dat het NIFP verantwoordelijk zou zijn voor de veronderstelde vertragingen in de doorlooptijden van de strafrechtketen. Ten dele is dit waar, zo blijkt uit recent onderzoek. In een aantal zaken wordt de zitting aangehouden door ontbreken van een Pro Justitia rapportage. De oorzaak hiervoor kan inderdaad liggen in de rapportagebemiddeling door het NIFP. De oorzaak kan ook liggen bij rapporteurs die langer over het opmaken van een rapportage doen, bijvoorbeeld in zaken waarin een onderzochte aanvankelijk weigerde om mee te werken, of bij rapporteurs die na ontvangst van de feedback lang wachten met het inleveren van de definitieve rapportage. Ook kan de oorzaak liggen in het laat ontvangen van de aanvraag van het OM, of in redenen die het lastig maken om als rapporteur alle relevante informatie te verzamelen. Het zijn vooral de multidisciplinaire, complexe, rapportages, die niet binnen de doorlooptijd gereed zijn, alsmede de rapportages van (aanvankelijke) weigeraars.

Het NIFP en het OM zouden samen kunnen optrekken om deze cijfers te verbeteren, waarbij de termijnen van het OM en het NIFP beter op elkaar worden afgestemd zodat niet alleen de doorlooptijden van het NIFP verbeteren, maar ook het aantal aanhoudingen van MK zittingen aanzienlijk wordt beperkt. Mocht de pilotstudie doorgaan, dan is het belangrijk en interessant om te onderzoeken of de kwaliteit gelijk blijft dan wel verslechtert door het ontbreken van de kwaliteitsslag van het NIFP.

Beschouwing
Wij zijn van mening dat een pilotstudie zonder tussenkomst van het NIFP het probleem van het grote aantal aanhoudingen niet gaat oplossen. Het effect zal zijn dat een aantal geselecteerde rapporteurs opdrachten zal uitvoeren binnen een kortere doorlooptijd. Voor het totaal van de doorlooptijden zal de pilotstudie weinig opleveren. Er wordt immers gebruik gemaakt van rapporteurs uit dezelfde begrensde pool.

Daarbij is er relativering geboden bij de rol van het NIFP in het niet nakomen van doorlooptijden in de strafrechtketen. Er zijn ook andere aanwijsbare redenen voor vertraging. Maar het NIFP ontkent zijn bijdrage niet en trekt zich de kritiek aan. Het NIFP doet daarom zijn uiterste best om de termijnen te verkorten. Eisen aan kwaliteit en tijdigheid dreigen elkaar soms over en weer uit te sluiten. Inleveren op kwaliteit kan echter nooit een goed idee zijn.

Ten slotte verwachten wij dat de doorlooptijden van de Pro Justitia rapportages medio 2017 overal conform de in de keten afgesproken norm zullen zijn.

Merel Prinsen (jurist) en Theo Bakkum (psychiater) zijn beiden portefeuillehouder Rapportage bij het NIFP.