De vergelding van Knigge

Bij het afscheid dat Knigge neemt van de wetenschap als hoofdtaak wil ik in deze afscheidsbijdrage
stilstaan bij zijn entree als hoogleraar in 1988 die hij maakte onder het opschrift “Het irrationele van
de straf”.
Langs verschillende lijnen betoogde hij dat straffen synoniem is aan vergelden en dat we dat niet
moeten betreuren. In zijn rede beoogt hij de straf als vergeldend fenomeen te beschrijven en dus geen
prescriptief, rechtvaardigend kader te schetsen, zoals veel strafrechtsgeleerden tot op heden hebben
geprobeerd. Maar ook Knigge ontkomt natuurlijk niet aan het rechtvaardigen, hij is niet voor niets
jurist. Bovendien gaat een beschouwing over straffen over de kardinale vraag naar de rechtvaardiging
van de straf.
De orator verzet zich tegen de gedachte dat de straf een doel dient. Strafdoelen als speciale en generale
preventie, gedragsbeïnvloeding, maatschappijbeveiliging, voorkoming van eigenrichting maar ook
vergelding zouden alle betrekking hebben op de effecten van de bestraffing in de samenleving. Het
straffen als zodanig wordt dus gerechtvaardigd door de uitwerking van de straf in de samenleving.
Verstaat men deze effecten als even zovele streefdoelen dan zou dat de teleurstelling in het strafrecht
inluiden, omdat een kosten-baten analyse een negatief doelsaldo laat zien. De samenleving wordt
bijvoorbeeld niet veiliger, althans niet als veiliger ervaren. Het niettemin blijven straffen leidt dan tot
irrationele onderbouwing, zoals met de grondslag van vergelding als primitief kwaad. Deze analyse
van Knigge biedt zowel opluchting, omdat vele illusies van het strafrecht als instrument om zeep
worden geholpen als teleurstelling, omdat de rationalisering van de straf ogenschijnlijk naar de
achtergrond verdwijnt. Laatst werd mij het woord “teleurluchting” aangereikt, een voor de Van Dale
onbekend woord, dat hier niettemin van toepassing lijkt.