De rechter als klassenvijand

In het Verenigd Koninkrijk zijn de rechters die beslisten dat de regering eerst langs het parlement moet gaan alvorens de brexit in Brussel aan te vragen, in de pers uitgemaakt voor verraders en vijanden van het volk. Leuke en voor de ouderen onder ons nog vertrouwde terminologie, bekend van de gestaalde communistische en andere totalitaire kaders van weleer. Die spraken ook graag van vijanden van het volk, klassenvijanden, verraders van de revolutie, koelakken, regenten, bourgeois en meer van dat soort diskwalificaties van echte en verzonnen tegenstanders.

Wereldverbeteraars van over de hele wereld en van alle tijden ontlenen graag jargon aan dezelfde catalogus. Het gevit op “de elite” is bijvoorbeeld al bijna 170 jaar lang populair, in ieder geval sinds de publicatie van het Communistisch Manifest in 1848. Ook de huidige wereldverbeteraars bedienen zich graag van “de elite” als verwerpelijke tegenstander, die opvallend genoeg altijd jammerlijk heeft gefaald (en daardoor ook, eigen schuld dikke bult, zelf schuld heeft aan het ontstaan van het wereldverbeterisme), en vooral dat vreselijke “establishment”, waartoe steevast de spreker zelf natuurlijk niet behoort.

Hoewel dat niet de portee was van hun mooi gemotiveerde beslissing, werden de Britse rechters ervan beschuldigd de uitkomst van het brexit-referendum op ondemocratische wijze de nek te willen omdraaien. De Britse regering heeft hoger beroep aangetekend tegen het onpatriottische vonnis. De omweg via de volksvertegenwoordiging vertraagt in de ogen van de hoeders van het volk natuurlijk alleen maar en draagt het risico in zich dat het Verenigd Koninkrijk zich voortijdig in de kaarten laat kijken bij de onderhandelingen met de EU over de brexit.

Het is wel wat ironisch, want was de brexit nu niet ook en vooral bedoeld om de macht weer bij het parlement in Westminster en bij de Britse rechters te leggen in plaats van in de achterkamertjes van Brussel, Luxemburg en Straatsburg? En, zoals The altijd nuchtere Economist van november opmerkt, ‘by bolstering Parliament’s role, the judges may have nudged Britain towards a better Brexit’. Inderdaad, omdat die gang meer legitimiteit en kwaliteit oplevert van het uittredingsproces dan de zuiver ambtelijke weg via de Brusselse onderhandelings- en achterkamers.

Het is een beetje het historische profiel van wereldverbeteraars. Recht is vandaag recht en morgen krom. Rechters horen in de ogen van wereldverbeteraars dan ook zonder twijfel of uitzondering tot ‘de elite’ en ‘het establishment’. Ongeacht de motivering van rechterlijke uitspraken wordt daarachter nog een ander, niet uitgesproken klassenbewust of misschien zelfs wel eigen economisch motief gezocht.

Of dat ook ‘waar’ is, lijkt niet zo belangrijk. Sommige commentatoren wijzen er op dat de nog altijd rijke westerse wereld langzaamaan de uitgangspunten van de verlichting, het centraal stellen van de rede en redelijkheid, lijken te verlaten ten gunste van een herwaardering van emoties als valide argument ten nadele van feiten en rede. Dat is riskant omdat rede en redelijkheid de westerse mens hebben gebracht tot de verworvenheden van nu, die in historisch perspectief nog altijd ongekend zijn, ook nu nog in een groot deel van de wereld. Het aantasten daarvan lijkt op het doorzagen van de tak waar je zelf op zit. We hebben dus wat te verliezen.

Tot de familie van de rede behoort de rechtszekerheid, een van de pijlers van onze moderne samenleving en van onze welvaart, iets wat rechters net als politici moeten helpen bewaken en verdedigen. Dat kan alleen maar op basis van de rede, de redelijkheid, van consistentie en logica en laten die nu net weer op gespannen voet staan met de verlangens van wereldverbeteraars, zoals de commentaren op het Britse vonnis laten zien.

De wal zal het schip wel weer eens keren. En ik wil natuurlijk ook niet beweren dat er helemaal geen maatschappelijke problemen zijn op te lossen. Al te grote ongelijkheid bijvoorbeeld, een van de thema’s van vandaag de dag, is niet alleen lastig om op nationaal niveau op te lossen, maar zelfs internationaal kun je niet zo makkelijk met z’n allen tegelijk een deur door. Enerzijds omdat de hele westerse wereld aan elkaar vast zit door institutionele verbanden, zoals de EU, en verdragen, zoals het EVRM en de vrijhandelsverdragen. Anderzijds omdat we voor het verdelen van dat extra stukje taart onder ‘de mensen’ toevallig ook nog eens afhankelijk zijn van de op groei gerichte markteconomie. Daar hebben we op dit moment weliswaar een wat ambivalente verhouding mee, maar een rechtvaardiger samenleving zou net zo makkelijk ook wel eens een wat armere samenleving kunnen zijn. Liever allemaal arm dan ongelijk, zeiden sommige bevlogen linkse actievoerders in de 70’er jaren wel eens. Maar zelfs als je die keuze zou maken, blijkt er toch gauw weer een nieuw establishment in de verlaten paleizen te huizen, die de verworvenheden van de revolutie angstvallig zal bewaren.

Hoe is het eigenlijk gesteld met de rechtvaardigheid in het Verenigd Koninkrijk? Op de Rule of Law index 2016 staat het VK op de 10e plaats. Het enige andere grote Europese land in de top 10 is ons buurland Duitsland op de 6e plaats. Nederland prijkt op de 5e plaats en heeft voor zich Zweden, Finland, Noorwegen en Denemarken. Opvallend is dat de hele top 5 dus uit kleine Europese landen bestaat.

Wat betreft civil justice staat het VK op plaats 16 en Nederland op plaats 1, ons buurland België op plaats 15, Duitsland op 2 en Frankrijk op 23. En wat criminal justice betreft staat het VK op 10, Nederland op 7, België op 11, Duitsland op 9 en Frankrijk op 27.

En hoe doen die twee andere grote buurlanden van ons koninkrijk het op deze schaal, landen met echt grote problemen, op steenworp afstand van ‘mijn’ Aruba? Venezuela staat in alle Rule of Law categorieën consequent op de 113e en laatste plaats. Colombia op de 70e voor civiel, de 91e voor straf en de 71e op de gecombineerde ranglijst. Nu is Aruba niet gemeten, maar ik gok dat ‘wij’ een stuk gunstiger zouden uitkomen. Economisch namelijk ook en dat lijkt niet helemaal toevallig. Aruba kende in 2014 een bruto nationaal product per hoofd van US$ 25.750, een van de hogere van het Caribische gebied, tegenover 16.614 (Venezuela), 7.903 (Colombia) en 52.129 (NL).

En waarom verveel ik u met al deze cijfers? Ik ben niet alleen rechter, maar ook een manager, moet u bedenken, en een burger. In al die hoedanigheden houd ik van de rede en van het rechtersvak. En ik ben in al die hoedanigheden toch niet helemaal gerust op de gevolgen van het dreigende afscheid van de rede, soms zelfs binnen onze eigen interne verhoudingen. Vroeger was ik ook al wat beducht voor fanatieke wereldverbeteraars, die trouwens in mijn jeugd nog van meer linkse snit waren. Die lieten zich toen althans het meest horen.

Peter Lemaire
Rechter op Aruba