Kwaliteit en babyboomers

Het veel besproken Meerjarenplan van de Raad voor de rechtspraak en de presidenten van de gerechten besteedt nogal wat woorden aan de noodzaak de kwaliteit van de rechtspraak op peil te houden en te verbeteren. Daartoe worden allerlei meer of minder uitgewerkte voorstellen gepresenteerd. Opvallend afwezig daarbij is het gebruik van hen die – vaak met een bagage vol kennis en ervaring – de rechterlijke macht verlaten. En dan heb ik het over degenen die daartoe vanwege hun leeftijd worden gedwongen, onze pensionados, deze en de komende jaren vooral babyboomers.
Ja, het zijn 70-plussers, maar een, ik denk toenemend, aantal van hen is nog fit en zou best op de een of andere manier een bijdrage willen blijven leveren. Dat een rechter daarop vanwege de onverbiddelijke wettelijke grens (art. 46h lid 3 Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, als uitwerking van art. 117 lid 3 Grondwet) geen aanspraak heeft, is misschien nog wel te billijken. Je moet als organisatie niet in de positie terechtkomen dat je steeds senieler wordende rechters een pijnlijk zetje zou moeten geven (al speelt dat probleem helaas ook weleens op jongere leeftijd). Maar dat het helemaal niet kan, is niet alleen voor mogelijke gegadigden jammer. Het is ook iets waarmee de rechterlijke macht zichzelf tekort doet.

En dat is niet nodig.

Ten eerste zouden gerechten je als pensionado op oproepbasis aan het werk kunnen houden. Het gerecht laat je dan als speciale plaatsvervanger meedraaien, als het je nodig heeft. Word je niet (meer) gebeld, dan ben je nog even goede vrienden, maar is de boodschap duidelijk en mag je niet zeuren. Ik hoor teamvoorzitters vaak steen en been klagen over de moeite die ze hebben om alle toga’s op zittingen te vullen. Ook de vaste plaatsvervangers zijn soms lastig in het rooster in te passen, omdat zij doorgaans een eigen drukke baan hebben. Met de pensionado-plv’s beschikken teamvoorzitters over een extra mogelijkheid de problemen op te lossen.
Als een dergelijke inzet als rechtsprekende, vanwege onwil van de wetgever of om andere redenen, onverhoopt onhaalbaar of ongewenst is, zijn er nog diverse andere werkzaamheden die de babyboomers zouden kunnen verrichten. Zo zouden 70-plussers schriftelijke vonnissen kunnen concipiëren. Die worden dan wel op naam van een “actieve” rechter uitgesproken. Maar als een goede samenwerking naar tevredenheid van beide partijen op poten kan worden gezet, waarom zou je dat dan niet doen? (En als ik mij niet vergis, zijn er al ex-rechters die met een meer of minder grote regelmaat op deze manier bijklussen.) Het biedt de verantwoordelijke rechter bovendien een extra middel om over de zaak te brainstormen.

Veel werk zouden pensionados de organisatie ook uit handen kunnen nemen door actief bij opleiding en begeleiding te worden betrokken. Normaal moeten rechters die opleidelingen onder hun hoede hebben, dit naast hun werk erbij doen. Officieel staat daar wel iets aan formatie tegenover, maar iedereen weet hoe dat (niet!) werkt. De invulling van deze begeleiding kan op allerlei manieren worden verwezenlijkt: bij de voorbereiding van zittingen, tijdens zittingen, bij het schrijven van vonnissen etc. Voordeel daarbij is dat deze begeleiding niet met beoordeling wordt vermengd, iets wat nog weleens tot ongemakkelijke situaties leidt. De beoordeling blijft in handen van de officieel voor de opleiding aangestelde rechter. De 70-plusbegeleider zal hooguit een adviserende stem worden gegeven.

Rechters (in opleiding) zijn niet de enigen die van de ervaring van gepensioneerde rechters kunnen profiteren. Ook advocaten en officieren van justitie zouden van hun ervaring en kennis gebruik kunnen maken. Daarvoor zijn zittingen eveneens een voor de handen liggende gelegenheid. Het hoeft dan ook niet (alleen) over de juridische kant van de zaak te gaan, maar de begeleiding en de feedback kunnen zich evengoed op het optreden op zitting of andere aspecten van het werk concentreren. Advocaten en officieren van justitie zouden bijvoorbeeld met hun seniorbegeleider kunnen bespreken of het uit oogpunt van tact en strategie zinnig is een zaak – op de geplande wijze – door te zetten.
En waarom zouden dan niet tevens ex-advocaten en ex-officieren van justitie bij dit proces worden betrokken? Ook zij moeten er vaak in de kracht van hun leven mee stoppen – advocaten vanwege maatschapscontracten vaak nog veel vroeger dan rechters – en ook zij kunnen bij de begeleiding van jonge togadragers een nuttige rol spelen.

Natuurlijk moet tot slot de financiële paragraaf nog even de revue passeren. Die mag geen struikelblok vormen. Alle seniorbegeleiders genieten van een comfortabel pensioen. Een fles goede wijn of misschien een beetje presentiegeld zou velen van hen best kunnen lokken, als dat al nodig is. En dan hoeft men ook niet bang te zijn dat het te vrijblijvend zal worden. Wie zich committeert, zal zich ongetwijfeld trouw aan de afspraken houden. En als men die niet een te lange adem geeft, maar ze bijvoorbeeld per jaar maakt, is het voor iedereen te overzien.

Maar dan moet wel snel worden gehandeld, want voor je het weet, is de commercie ermee aan de haal of hangen ze allemaal aan de klimtouwen in de Himalaya.

Willen F. Korthals Altes
Senior rechter rechtbank Amsterdam