Transparantie: strafzaken in hoger beroep

Over transparantie bij de strafrechtspraak in eerste aanleg heb ik nauwelijks te klagen. In de jaarlijks publicatie Criminaliteit en Rechtshandhaving is heel veel informatie te vinden over de activiteiten van de ketenpartners. Het aantal zaken dat de politie jaarlijks registreert en het ophelderingspercentage; het aantal zaken dat van jaar tot jaar bij het OM wordt ingeschreven; de afdoening van die zaken door rechter en OM allemaal keurig per type misdrijf uitgesplitst. Gegevens over vrijspraken en schuldigverklaringen en gedetailleerde informatie over het soort en ook de hoogte van de sancties en ook dat weer per misdrijf. Hoe lang strafzaken gemiddeld duren bij de PR, de KR en de MK, het wordt allemaal nauwkeurig opgetekend en beschikbaar gesteld. Kortom een onuitputtelijke bron voor wie, zoals ik, zicht wil houden op de (kwantitatieve) ontwikkeling van de strafrechtspraak.

Hoe anders is het beeld bij de appelrechtspraak in strafzaken. Ik schreef er al eerder kort over in januari 2013 naar aanleiding van het z.g. manifest over de vermeende werkdruk in strafzaken bij de gerechtshoven en ik wil daar nu eens wat uitvoeriger op in gaan.

Wie wil weten hoe het er toe gaat vindt bijna niets van zijn gading. Jaarverslagen van afzonderlijke gerechtshoven zijn niet (meer) beschikbaar en de publicaties van de Raad voor de Rechtspraak, die zo prettig meewerkt aan het verschaffen van informatie over de eerste lijn, bieden evenmin opheldering. In het Jaarverslag van de Raad over 2015 zijn slechts summiere gegevens te vinden over de instroom op de verschillende deelterreinen en de ontwikkeling daarvan gedurende de laatste 5 jaar. Even beperkt is de informatie over de snelheid waarmee wordt gewerkt. Gemiddelde doorlooptijden zijn niet beschikbaar, alleen informatie over de mate waarin bepaalde normen die door de Raad zijn vastgesteld, worden gehaald. Wat daarbij vooral opvalt is dat bij de gerechtshoven geen enkele van de opgestelde normen wordt gerealiseerd. Absoluut dieptepunt is het resultaat bij de behandeling van klachten van burgers/slachtoffers over het niet vervolgen van hun zaak. De norm is dat 85% van die zogenaamde art. 12 klachten binnen 6 maanden moet zijn afgehandeld, maar de teller blijf op een schamele 34% steken.

In het cijfermatige deel van het Jaarverslag zijn nog wel allerlei gegevens te vinden die voor intern gebruik van belang zijn, zoals over voorraden en natuurlijk over geld en personeel. Echter wat er in de appelrechtspraak gebeurt, hoe daar wordt gepresteerd, blijft voor de geïnteresseerde burger bijna geheel onzichtbaar. Hoe vaak en door wie er hoger beroep wordt ingesteld van vonnissen die in eerste aanleg zijn gewezen, wat er met die vonnissen gebeurt; welke misdrijven relatief veel appellen opleveren en welke minder, hoe het strafniveau in hoger beroep zich verhoudt tot dat in eerste aanleg, het is allemaal niet bekend althans niet openbaar.

Dat is in mijn ogen een groot gemis en een ernstige tekortkoming in de openbaarheid van de rechtspraak.

Wat zou ik nu, meer in detail, willen weten over de rechtspraak van de hoven in appelzaken, hoe ziet mijn wensenlijstje eruit? Heel in het kort: Wat er in komt, wat eruit gaat en de tijd die verloopt tussen binnenkomst van de zaak en het eindarrest. Om te beginnen dus meer gegevens over de instroom van zaken. Volgens het Jaarverslag van de Raad voor de Rechtspraak daalt het aantal strafzaken van rechtbanken, waarbij appel wordt ingesteld, met 2%. Dat is een logisch gevolg van de daling van het aantal afdoeningen door de rechtbanken. Ik zou echter ook willen weten hoe het percentage appelen zich ontwikkelt, zowel bij de verdachten als bij het OM. Interessant is ook in welke mate er gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid om appellen niet ontvankelijk te verklaren wegens het geringe belang van de zaak. Ik zou ook graag weten hoe de verhouding is tussen het aantal zaken dat afkomstig is van de politierechter en van de meervoudige kamer en in het verlengde daarvan of er bij bepaalde typen misdrijven meer wordt geappelleerd dan bij andere en of daarin verschuivingen zijn te constateren.

Uiteraard is het vervolgens van belang te weten hoe de beslissingen van de appelrechter eruit zien: de ontvankelijkheid van het hoger beroep, het aantal vrijspraken, de schuldigverklaringen en de opgelegde straffen, alles zoveel mogelijk in vergelijking met wat er in eerste aanleg is gebeurd. Met name interessant is het om te zien in hoeveel gevallen de appelrechter vrijspreekt waar de rechtbank heeft veroordeeld en omgekeerd en hoe het staat met het sanctieniveau van de hoven in vergelijking met dat van de rechtbanken. Wordt er bv. relatief meer of juist minder gevangenisstraf opgelegd en zijn die straffen dan gemiddeld korter of juist langer. Ook de benutting van voorwaardelijke sancties, in vergelijking met de rechtbanken, lijkt me interessant. Zijn de hoven, zoals dikwijls wordt gedacht en beweerd, inderdaad instanties van barmhartigheid, of gaat het hier om een fabeltje?

Dan natuurlijk gegevens over de doorlooptijden van de behandelde zaken, en dan niet de percentages waarin de afgesproken normen niet zijn gehaald, maar net als bij de rechtbanken de reële tijd die er verloopt tussen het binnenkomen van het hoger beroep en het eindarrest. Ook hier zou weer moeten worden onderscheiden tussen PR- en MK zaken. Bij die laatste groep zou het ook interessant zijn te weten hoeveel zittingen er nodig zijn geweest om tot het eindarrest te geraken en zo gegevens te verkrijgen over de frequentie waarmee zaken worden aangehouden.

Ten slotte zou ik graag veel meer te weten komen over de artikel 12 klachten. Op welk soort zaken hebben die betrekking, zijn ze vaker uit bepaalde arrondissementen afkomstig dan uit andere etc. Dat alles om beter te kunnen begrijpen waarom het zo godvergeten lang duurt voordat dit soort klachten worden afgehandeld. Ze vormen een belangrijk recht van de burger om zijn ontevredenheid te uiten over opsporing en vervolging en zouden dus met de meeste spoed moeten worden afgedaan! Als de hoven dat niet kunnen of willen, moet er maar een andere instantie over beslissen.

Wat zou het mooi zijn als de Raad voor de Rechtspraak zou besluiten om in overleg met de partners die ook Criminaliteit en Rechtshandhaving verzorgen, een commissie in te stellen, Een commissie die tot taak zou krijgen om bij de appelrechtspraak in strafzaken zoals die door de gerechtshoven wordt beoefend, te beginnen bij de zaken die van de rechtbanken afkomstig zijn, evenveel transparantie te bewerkstelligen als bij de behandeling in eerste aanleg aanwezig is en aldus het zwarte gat van de appelrechtspraak te verlichten.

Dato Steenhuis
Tot enkele jaren geleden Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie