Van boeven en burgers

In de theorie van het strafrecht wordt onderscheiden tussen het mala in se, het kwaad an sich en het mala prohibita. Het eerste kwaad heeft betrekking op overschrijding van de aloude normen die – de meeste – mensen met de paplepel krijgen ingegoten, de normen van alle tijden, het verschil tussen goed en kwaad, de moraal.

Mala prohibita ziet op normen zonder zulke intrinsieke achterliggende waarden, normen die in de loop van de tijd zijn ontwikkeld op grond van het nut dat ze hebben bij de ordening van de samenleving. “Het verkeer rijdt zoveel mogelijk rechts”, zegt de Wegenverkeerswet en dus is links rijden verboden. Het verkeersrecht zit vol met dit soort praktische bepalingen, allemaal bedoeld om het verkeer in goede bannen te leiden en ongelukken te voorkomen. Dat streven naar verkeersveiligheid en het voorkomen van doden en gewonden heeft natuurlijk wel enige verwantschap met het mala in se: je mag het leven van een ander niet nemen, ook niet in het verkeer, maar als het daar toch gebeurt zal meestal de opzet uit het gewone strafrecht ontbreken. Ook op andere terreinen, zoals de milieu wetgeving is het onderscheid niet altijd scherp. Ook daar zijn veel normen gekoppeld aan het menselijk welbevinden en op langere termijn aan het leven, niet alleen van individuele mensen maar van een hele bevolking. En, ten slotte, normen die gelden in het financieel-economische verkeer zijn in belangrijke mate, zij het volgens sommigen nog lang niet genoeg, verbonden aan (strafrechtelijke) concepten als bedrog, valsheid in geschrifte en dergelijke.

Hoe dit zij, het genoemde onderscheid is en blijft relevant en je zou dan ook verwachten dat de overheid prioriteit geeft aan het grote, echte kwaad, aan het blijvend inprenten van de moraal, door een intensievere opsporing, een steviger bestraffing en een consequente executie. Niets is echter minder waar.

Opsporing: Zoals ik al bij herhaling heb betoogd is de greep van de politie op de misdrijfcriminaliteit de laatste jaren voortdurend gedaald. In 2014 werden nog maar krap aan 1 miljoen misdrijven geregistreerd, waarvan slechts iets meer dan 20% werd opgelost. Niet bepaald een indicatie voor stevig optreden.

Bij de Wet Administratieve Handhaving Verkeersvoorschriften echter, een wet geheel gevuld met mala prohibita, is het aantal geconstateerde overtredingen de afgelopen jaren steeds verder toegenomen. Dat komt overigens niet omdat de politie hier veel actiever is, maar omdat de schending van de meeste normen uit deze wet zo gemakkelijk zijn te constateren bv. met behulp van een camera bij snelheids- of rood licht overtredingen of door bestandsvergelijking bv. bij de Wet Autoverzekering Motorvoertuigen en de APK. In 2015 werden er bijna 8 miljoen zaken bij het CJIB ter executie binnengereden. Dat is 120 keer zoveel als het aantal strafrechtelijke boetes dat het CJIB in dat jaar kreeg te verwerken.

Ook bij de bestraffing van het kleinere kwaad vallen merkwaardige verschillen te constateren tegenover de aanpak van misdrijven. In het strafrecht wordt in 30% van de misdrijven een geldboete opgelegd als hoofdstraf. Meer dan 55% van die boetes is onder de 450 euro en de gemiddelde boete, de 11% boven de 1000 euro niet meegerekend, bedraagt 428 euro. Bij de eerste verhoging van de overtreding van 30 WAM zit je daar met meer dan 500 euro ruim boven. De tweede verhoging loopt zelfs op tot boven de 800 euro.

Ten slotte krijgt ook bij de executie van de vonnissen/beschikkingen het kleinere kwaad veel meer prioriteit dan het grotere. Waar ik laatst las dat van alle strafvonnissen ruim 20% nooit ten uitvoer wordt gelegd, is dat percentage bij de WAHV c.s. nog geen 5. De overheid doet hier, via het CJIB werkelijk alles om het geld binnen te krijgen.

Als er in het “gewone” traject niet betaald is, wordt er zo mogelijk verhaal genomen op bezittingen van de betrokkene en komt in veel gevallen de deurwaarder langs. Zo’n bezoek lijkt vaak op dat van een olifant aan de porseleinkast, zo zeggen schuldsaneerders en betalingsregelaars. Als ook dat bezoek niets oplevert, dient het OM veelal een verzoek in tot gijzeling. Die mag maximaal 7 dagen duren, maar als dat verzoek wordt toegewezen en de gijzeling is ondergaan, is de betrokkene nog steeds niet bevrijd van zijn betalingsverplichting. Ter vergelijking: Als je bij misdrijven een opgelegde boete niet betaalt, ben je na het ondergaan van de vervangende hechtenis van alles af.

Ik weet het: er zijn inmiddels nuances aangebracht in het proces dat het CJIB moet aflopen. Er kan tegenwoordig in termijnen worden betaald, de rechters zijn minder vlot met het toewijzen van gijzelingsverzoeken en het CJIB probeert in een zo vroeg mogelijke fase antwoord te krijgen op de vraag of de betrokkene niet kan of niet wil betalen.

De geschetste verschillen zijn des te verwerpelijker omdat bij de toepassing van de WAHV ook het oorspronkelijke doel van de handhaving, namelijk het vergroten van de verkeersveiligheid is losgelaten. Financiële doelstellingen voeren thans de boventoon. Dat onbeschaamde streven naar inkomsten leidt ertoe dat overtredingen niet meer worden geconstateerd op plaatsen waar het gevaarlijk is, maar daar waar er zoveel mogelijk, met zo weinig mogelijk moeite kunnen worden “gescoord”: 80% van alle door het CJIB te innen boetes is afkomstig van feiten die worden begaan op autosnelwegen terwijl de verkeersveiligheid daar het hoogst is. (En niet als gevolg van de vele boetes). Op provinciale wegen, waar relatief verreweg de meeste ongelukken plaatsvinden, was de controle veel en veel minder intensief. Het leidt tot onredelijk hoge boetes, een buitenproportioneel systeem van verhogingen, een onredelijke executiedruk en stijgende z.g. administratiekosten.

Uiteraard heb ik niets tegen effectieve handhaving en een overheid die serieus werk maakt van de incasso en overige executie van opgelegde sancties. Maar dan wel graag in relatie met een zinvolle handhavingsdoelstelling en primair bij de echte “boeven” die zich met het echte kwaad bezig houden en niet bij de relatief makkelijk te pakken groepen brave burgers die meestal toch wel betalen. Tegen deze achtergrond is het recente gejammer van politie en OM over de teruglopende verkeershandhaving eenvoudig lachwekkend.

Intussen heb ik medelijden met het CJIB, een integere, goed functionerende betrouwbare uitvoeringsorganisatie waarvan de geloofwaardigheid kapot wordt gemaakt door een onrechtvaardig en wellicht zelfs onrechtmatig opsporings-, bestraffings- en executiebeleid. Verdraagt het beleid geen goede uitvoering en moet het CJIB hetzelfde overkomen als de SVB?

Dato Steenhuis
Tot enkele jaren geleden Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie