Diversiteit in de rechtspraak: een discussieavond

In december 2014 heb ik een punt achter mijn bijdragen voor Ivoren Toga gezet, omdat ik per 1 januari 2015 het strafrecht voor insolventie zou verruilen. En zo houd ik mij sindsdien met veel plezier met faillissementen en schuldsaneringen bezig. Het bloed kruipt echter waar het niet gaan kan. Zo werd ik onlangs geprikkeld de blogtoetsen toch weer schoon te maken. Daarbij speelde ook mee dat de vaste rechterlijke inbreng in de Ivoren Toga met de overstap van Rinus Otte naar het OM was weggevallen. Gelukkig heb ik nog steeds banden met de strafrechtspleging, als voorzitter van de klachtencommissie politie eenheid Den Haag en de Nationale klachtencommissie politie en als lid van de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming (RSJ). Genoeg reden dus te proberen de lezers van deze blogs weer af en toe met stof tot nadenken te besprenkelen.

En wat is een mooiere aanleiding dan het debat dat op 14 april 2016 in het Nutshuis in Den Haag plaatshad? “Wie is de rechter? Over diversiteit in de rechtspraak” was het thema van deze door het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) georganiseerde bijeenkomst. Folkert Jensma, juridisch commentator van NRC Handelsblad, leidde de discussie, waaraan Ruud Winter (vicepresident College van Beroep voor het Bedrijfsleven), Herma Rappa-Velt (lid Raad voor de rechtspraak), Frank Bovenkerk (emeritus-hoogleraar criminologie Universiteit Utrecht) en Princess Attia Duckworth (lid van het New Urban Collective) als panelleden deelnamen. De zaal zat bomvol, met onder andere een aantal rechters, onder wie een paar uit het establishment.

Met de diversiteit in de rechtspraak is het droevig gesteld. Dat bleek al snel. Van de rechters heeft 7% een allochtone (of, zoals het politiek correct heet, bi-culturele) achtergrond, van de rechterlijke ambtenaren 11%. De huidige klas van raio’s nieuwe stijl is zelfs 100% mono-cultureel. “We proberen het wel, maar het lukt niet,” was de verzuchting van Herma Rappa-Velt. Zij maakte echter niet duidelijk waaruit die pogingen dan bestaan. Zij kon ook niet vertellen hoeveel allochtonen naar het rechterschap solliciteren en waarom zij het niet halen. Haar suggestie was daarnaar onderzoek te verrichten. Onnodig te zeggen dat dit tot enige verbazing in de zaal aanleiding gaf. Is zulk onderzoek dan niet allang gedaan?

Frank Bovenkerk, die sinds zijn emeritaat aan de VU rechten studeert, constateerde tot zijn verwondering dat de helft van de collegebanken met bi-culturele studenten is gevuld. Worden ze dan liever advocaat, bijvoorbeeld om zich daarmee voor hun achterban in te zetten of omdat je daarmee meer geld verdient? Ruud Winter, die net zo zwart als Barack Obama wit is (want beiden hebben een witte en een zwarte ouder), zei dat hij door hard werken altijd alles heeft kunnen doen en worden wat hij wilde. Maar dat contrasteerde sterk met de opmerking van een jonge zwarte officier van justitie, die de ervaring had dat zij altijd twee keer zo hard als anderen moest lopen om serieus te worden genomen. (NB Ik herken dat als 1 meter 60-er wel, maar dat terzijde…..)

Moeten wij dan aan affirmative action of quota gaan doen? Met andere woorden, moeten wij een aantal plaatsen voor mensen met een bi-culturele achtergrond reserveren? Ja, zei een groot aantal aanwezigen. Ja, zei ook Princess Attia, een jonge zwarte juriste, op allerlei maatschappelijke terreinen actief. Je moet ervoor zorgen dat burgers die voor de rechter komen, zich in de rechter herkennen. Dat kan niet, als alle of verreweg de meeste rechters wit zijn. Hoewel zijzelf nooit rechter zou willen worden, kun je volgens haar alleen met een quotasysteem een vergroting van de diversiteit bereiken.

Quota of niet, onthutsend waren een paar filmopnamen die voorafgaand aan de discussie werden vertoond. Op een daarvan benadrukte een kantonrechter voor een klas met – uiteraard vrijwel alleen witte – raio’s dat het recht een systeem is dat door de eeuwen heen met veel inspanning is opgebouwd en dat goed moest worden gekoesterd (of woorden van gelijke strekking). Is dat dan niet het probleem, namelijk dat rechters zich aan een systeem moeten aanpassen en – dus? – niet out of the box mogen denken en hun fantasie mogen gebruiken, kortom anders mogen zijn? Mij komt dit beeld maar al te herkenbaar voor. Is de conclusie dan niet dat rechters zich niet alleen zo gedragen, maar dit ook in selectie en opleiding laten terugkomen? En dan is niet zo onbegrijpelijk dat mensen die om wat voor reden dan ook niet in dit stramien (willen) passen, buiten de boot blijven.

Het establishment vond affirmative action geen oplossing. “We mogen geen concessie aan de kwaliteit doen.” Tekenend in dit verband was de slotopmerking van Bert van Delden, voormalig voorzitter van de Raad voor de rechtspraak. “Kijk eens naar de Verenigde Staten. Daar hebben ze nu Clarence Thomas in het Supreme Court. Is dat wat we willen?” Alsof zwart Amerika niet ook Thurgood Marshall heeft voortgebracht. Het was een, zacht gezegd, opmerkelijk slot van een boeiende discussieavond.

Willem F. Korthals Altes
Senior rechter rechtbank Amsterdam
20 april 2016