A-politieke rechters

Iedereen zal nog de televisiebeelden van het strafproces Wilders I op het netvlies hebben staan. Wat een spektakel was dat.
Het had veel weg van een bijeenkomst van acteurs die ieder voor zich in hun eigen voorstelling zaten, zoiets als wel gelijktijdig behandeld maar niet gevoegd.
De aanvankelijke hoofdpersoon Wilders wilde er op voorhand al een spektakel van maken zoals zijn eerst aangezochte raadsman Anker in De Wereld Draait Door suggereerde. Dan de uiteindelijke hoofdpersoon Bram Moszkowicz die de wens van zijn opdrachtgever meer dan waar maakte; hij moest ook wel, als het bericht klopt dat zijn einddeclaratie zich bewoog tussen de 5 en 6 ton. Maar hij wilde ook. De getuige Schalken die zich totaal verkeek op zijn rol en die van de rechtbank. Hij kwam in de veronderstelling dat hij als getuige terzake relevante vragen moest beantwoorden. Hij wist niet wat hem overkwam toen hij als acteur in dit theater onder de goedkeurende blikken van de rechtbank met Moszkowicz in de slag was over de kleur wijn die hij dronk. Het is wellicht het beeld dat het meest beklijft, dat van deze getuige met de door de rechtbank toegelaten aanval in de rug door Moszkowicz, die zijn (acteer)taak met bravoure uitvoerde. En tot slot de rechters die langzaam maar hard kennis maakten met het begrip beeldvorming en vooral de gevolgen van beeldvorming. De acteurs die op voorhand al in de rol van verliezers zaten hadden slechts een bijrol.
Heel Nederland keek mee en dacht een kijkje te krijgen in de keuken van het strafprocesrecht. Wraking leek een standaardprocedure te zijn en de advocaat heeft de regie over het gebeuren.
Na afloop werden er harde noten gekraakt, boeken geschreven en functies neergelegd.
Ook moest nog worden uitgelegd hoe dit nou kon, deze vrijspraak terwijl het gerechtshof in zeer harde bewoordingen de opdracht tot vervolging had gegeven. Het hof had toch gesproken over zaken die de strafbaarheid konden wegnemen maar ook juist konden versterken en dat dat bij Wilders het geval was ? Het hof had het Wilders toch zeer kwalijk genomen en hij maakte volgens het hof toch misbruik van zijn recht op vrije meningsuiting ? Als klap op de vuurpijl zag het hof in de wetsgeschiedenis toch geen beletsel, in tegendeel zelfs, om te concluderen dat Wilders zich schuldig had gemaakt aan een vorm van haatzaaien die naar Nederlands recht strafbaar is ?
Nederland kreeg helemaal geen kijkje in de keuken, Nederland zag een volledig a-typische procesvoering waarin alles anders leek dan het was. Was er wel een verdachte en wie was dat dan eigenlijk ?

Dit najaar komt Wilders II, oftewel Wilders, The Sequel.
Vastgesteld kan alvast worden dat de rechtbank Den Haag er werk van maakt. De verdediging krijgt zoals het hoort alle ruimte, er wordt veel zittingsruimte vrijgemaakt en er wordt van alles gedaan, kennelijk om duidelijk te maken dat dit geen politiek proces is maar gewoon een vervolging van een kamerlid dat verdacht wordt van strafbare feiten. Veel volgens het boekje maar ook gelegenheidsmaatregelen om het geheel in goede banen te leiden, vanuit de begrijpelijke wens om deel II niet een herhaling van deel I te laten worden. Dat is ook niet de bedoeling van een Sequel.
De media zullen wederom in grote getale aanwezig zijn, de kansen van Wilders worden nu iets minder gunstig ingeschat en het is mogelijk dat hier de volgende Nederlandse minister-president tegen een strafblad aan gaat lopen, dat gaat erin als koek. Bij zoveel belangstelling past inderdaad mediatraining voor de rechters. Goed dat op de media-aandacht wordt geanticipeerd want het is voor het aanzien van de rechterlijke macht wenselijk dat de schade die door Wilders I is ontstaan wordt hersteld en in ieder geval niet groter zal worden gemaakt.

Toch wacht ik het in spanning af.
Dat komt door een andere voorbereidende actie van de rechtbank, die ik onbegrijpelijk vind en waarvan ik mij afvraag of die het gevolg is van niet nadenken of juist van – in navolging van Wilders I – te veel nadenken.
Binnen de rechtbank Den Haag zijn voor dit strafproces de rechters geselecteerd op het criterium “geen lid (geweest) van een politieke partij”.
De reden die voor deze selectie gegeven is, is dat het om een vervolging van een kamerlid gaat.

Volgens mij worden met deze aanpak volstrekt verkeerde signalen afgegeven.

Het eerste signaal is dat rechters die wel lid zijn (geweest) van een politieke partij niet in staat zijn om onbevangen te oordelen over het handelen van een kamerlid. Het achterliggende signaal in bredere zin is dat de samenleving rekening moet houden met rechters die op basis van privé-opvattingen niet onbevangen zijn. Privé-opvattingen die meestal niet bekend zullen zijn.
Hoho, zal er worden gezegd, alle rechters kunnen dit klusje wel degelijk onbevangen aan maar het gaat om de schijn van onbevangenheid. Juist ja, dat bedoel ik ook, de schijn die wordt gewekt, maar dan de schijn van bevangenheid bij rechters die wel lid zijn (geweest) van een politieke partij. En overigens, hoe zat het dan bij de Amsterdamse rechtbank toen Wilders I speelde?

Met het tweede signaal wordt de schijn van naïviteit gewekt; het lijkt erop dat er een soort extra garantie wordt gegeven: meneer Wilders, uw rechters hebben geen politieke voorkeur dus weest u maar niet bang voor (politieke) partijdigheid. Alsof rechters die geen lid zijn (geweest) van een politieke partij niet een uitgesproken politieke voorkeur kunnen hebben, mogelijk zelfs een voorkeur die voor Wilders meer verontrustend is dan een partijlidmaatschap, wanneer hij die voorkeur zou kennen. Ik mag toch hopen dat daar niet ook op is geselecteerd.

Het derde signaal levert de schijn van angst op. Angst voor het verwijt dat de rechters die over Wilders gaan oordelen politiek ingegeven motieven hebben, ingegeven door hun politieke voorkeur. De boodschap is: “Meneer Wilders, wij zijn heus niet allemaal van D’66”.

Het vierde signaal geeft aan dat in sommige zaken de verdachte een voorkeursbehandeling kan krijgen. Wilders is weliswaar kamerlid maar hij staat terecht wegens uitlatingen die hij buiten het parlement deed en die voor elk ander eenzelfde verwijt zouden opleveren. Waarom rechtvaardigt het Kamerlidmaatschap een door politiek overwegingen ingegeven selectie van rechters, of sterker, welke ongebruikelijke selectie dan ook? Kan de verdachte die terecht staat wegens het mishandelen van een homoseksueel er vanuit gaan dat zijn rechters zijn gescreend op geen lidmaatschap van het COC? Natuurlijk niet en mocht hij erom verzoeken dan zal hij horen dat rechters prima in staat zijn om dit soort zaken gescheiden te houden. En terecht. Een verdachte van verkrachting wil geen vrouwelijke rechters, want die zullen wel eerder dan een man aannemen dat het verkrachting is, maar hij krijgt ze toch.
Wanneer selectie plaatsvindt, waar ligt dan de grens?
Tegengeworpen kan worden dat het bovenstaande teveel uitgaat van een knieval voor Wilders maar dat het juist gaat om het vertrouwen dat de samenleving moet hebben in de onpartijdigheid van de rechters die over Wilders gaan oordelen. Zodat ook de uitkomst van het proces een breed draagvlak zal hebben. Ook goed, maar dan ben ik weer terug bij het eerste verkeerde signaal.

Tot slot nog één puntje: in deze zaak zijn er slachtoffers.
Nu Wilders garanties heeft gekregen met betrekking tot de politieke neutraliteit van zijn rechters (quod non dus) zou voor de slachtoffers hetzelfde moeten gelden. En toch denk ik niet dat aan de drie rechters de vraag is gesteld of het ontbreken van een lidmaatschap van een politieke partij te maken heeft met een voorkeur voor een partij waar je helemaal geen lid van kúnt worden.
U weet wel welke partij ik dan bedoel.

Peter Plasman
Strafpleiter