Schuld, boete en een ruim vergeldingsbegrip. Over reële kansen en kansloze verwachtingen van de straf

Een groot deel van de burgerij ervaart een grote immateriële onvrede die door de politiek niet gelenigd
wordt. Debet aan die onvrede is de verwachting die door de politiek worden gewekt. Als altijd vormt
het strafrecht een goed spiegelbeeld van die maatschappelijke teneur. Het strafrecht heeft veel aan
gezag moeten inboeten. Het strafrecht dient normhandhavend, normdemonstrerend en normvormend
te zijn. Het aantal misdrijven is echter hoog, er worden te weinig misdrijven opgelost, en de berechte
misdrijven zouden in te lage straffen eindigen. Veel publieke onvrede wordt op het strafrecht
geprojecteerd. Het niet inlossen van de belofte van een veiliger samenleving bevestigt of versterkt
zelfs de gevoelens van onveiligheid. In verschillende sociaal-wetenschappelijke beschouwingen wordt
geanalyseerd dat de hedendaagse burger mank gaat aan een indringende behoeftebevrediging. Vele
delinkwenten zijn moderne burgers: ze lijken ten onder te gaan aan impulsen hun behoeften snel en
intens te bevredigen. Deze vorm van consumentisme spoort met de wijze waarop de publieke opinie
heilzaam voorkomende beelden consumeert van de werking van het strafrecht: het moet snel en veel.