Halve waarheden en gebrek aan kennis van zaken

Een kleine maand geleden verscheen de rapportage Criminaliteit en Rechtshandhaving over het jaar 2014. In het begeleidende persbericht wordt gesproken van een daling van de criminaliteit, het aantal verdachten en het aantal strafzaken. De toon is nogal juichend en suggereert op zijn minst dat het goed gaat met de rechtshandhaving. Impliciet wordt een verband gelegd tussen het feit dat burgers zeggen minder criminaliteit hebben ondervonden dan tien jaar geleden en de daling van het aantal delicten dat de politie registreert. Jensma neemt, in zijn column in de NRC van 31 oktober jl. zowel de conclusies als de toon, nogal klakkeloos over.

Ik vind de conclusies voorbarig en onvoldoende ondersteund door de feiten en wel hierom.

1. In de enquête waarmee de ervaringen van slachtoffers worden verzameld, waren, tot 2012 “slechts” 14 misdrijven opgenomen, de helft daarvan vermogensdelicten. In 2012 is dit aantal teruggebracht tot 9 en werd een aantal fraudedelicten toegevoegd. Bovendien is de wijze waarop de gegevens worden verzameld een aantal keren fors aangepast, zodat de gegevens uit de verschillende jaren, zoals in de rapportages ook wordt gesteld, niet zonder meer zijn te vergelijken.

2. De omvang van de steekproef waarop de uitkomsten zijn gebaseerd verschilt sterk van jaar tot jaar en hetzelfde geldt voor de respons, die dalende is. Ook de samenstelling van de steekproef, bv. naar gemeente en leeftijd, kan van jaar tot jaar nogal uiteenlopen. Dat kan grote gevolgen hebben want, zoals in de rapportage wordt gesteld, stijgt de respons in de leeftijdsgroep tussen 30 en 60 jaar recht evenredig met de leeftijd. Jongeren zijn veel vaker slachtoffer dan ouderen en als er dus meer ouderen in de steekproef zitten neemt de omvang van de gerapporteerde criminaliteit als het ware automatisch af.

3. Er zijn heel wat misdrijven die niet in de enquête zijn opgenomen. Over delicten waarvan je geen slachtoffer kunt worden, kun je ook niet rapporteren. De afrekeningen in de Amsterdamse onderwereld, de hennepplantages, de productie van XTC en LSD, rijden onder invloed zonder aanrijding, weigering van de bloedproef, vuurwapenwet delicten en heling geen van allen hebben ze een individueel slachtoffer en dus valt er over de ontwikkeling van deze soorten criminaliteit, objectief gezien, weinig met zekerheid te zeggen. De vastgestelde omvang van deze vormen van criminaliteit hangt volledig af van de aandacht die de politie eraan besteedt. Hoe meer controles op dronken rijden, hoe meer gevallen van rijden onder invloed, hoe meer aandacht voor helers, hoe meer helers etc. Op tal van terreinen neemt die aandacht echter af.

4. De enquête onder bedrijven is al sinds 2010 niet meer gehouden zodat misdrijven waar bedrijven slachtoffer van worden, volledig buiten beeld blijven.

Al met al meen ik dat de conclusie dat de criminaliteit daalt niet mag worden getrokken op basis van de resultaten van de veiligheidsmonitor. Wat wel kan worden gezegd is dat het aantal gevallen van slachtofferschap, van een beperkt aantal misdrijven, dat door burgers wordt gerapporteerd, is in de loop van de jaren is gedaald.

Het is echter volstrekt onterecht om deze daling te koppelen aan wat er vervolgens gebeurt bij de rechtshandhaving. Daar is de door de politie geregistreerde criminaliteit sinds 2005 met een kwart gedaald: van bijna 1.350.000 misdrijven in dat jaar, tot nog maar net 1 miljoen in 2014. Daar zit alles in. De misdrijven uit de enquête waarvan aangifte is gedaan en waarvan die aangifte ook is geregistreerd, de slachtoffermisdrijven die niet in de enquête zijn opgenomen, de misdrijven waarvan bedrijven aangifte hebben gedaan en de geregistreerde slachtofferloze misdrijven. Een daling van dit totaal met 25% mag dus absoluut niet worden verbonden aan de afname van de ondervonden criminaliteit waar het slachtofferonderzoek naar vraagt. Ik durf daarom de stelling wel aan dat wat er in de rechtshandhaving gebeurt, los staat van de gerapporteerde ontwikkeling van de criminaliteit.

Voor die stelling is temeer reden omdat het ophelderingspercentage, nog net iets sneller daalt dan de geregistreerde criminaliteit. Je zou het tegenovergestelde verwachten; als de bak van zaken waarmee je aan de gang moet minder gevuld is, zou je met dezelfde capaciteit en inzet, juist meer moeten ophelderen. Dat is helaas niet het geval en dat het aantal verdachten met een derde is gedaald is dus absoluut geen reden tot vreugde maar eerder tot zorg

Vanzelfsprekend neemt bij een dalend aantal verdachten ook het aantal zaken dat naar het OM kan worden gezonden af. Je zou dan denken dat bij minder zaken de kwaliteit beter wordt, maar dat is helaas niet het geval. De politie levert, plat gezegd, steeds meer “bagger” aan, waarmee het OM niets anders kan doen dan seponeren. Maakten die sepots in 2005 nog net geen 23% uit van de OM afdoeningen, in 2014 was dat percentage opgelopen tot ruim 47. Dat leidde ertoe dat het aantal betekenisvolle interventies, zoals het OM dat zo mooi noemt, daalde van ruim 85% in 2005 tot minder dan 73 in 2014. Van de totale, aanvankelijke productieomvang van de keten, wordt dus ruim een kwart gedurende het productieproces, als onbruikbaar beschouwd. Welk bedrijf zou zich een dergelijke productie-uitval kunnen permitteren?

Voor de aangeheven juichtonen is derhalve geen enkele aanleiding.

In de krant van Jensma is een aardige rubriek waarin uitspraken op hun waarheidsgehalte worden getoetst. Op grond van het bovenstaande kan ik niet anders dan de uitspraak dat de criminaliteit daalt als een halve waarheid te kwalificeren en de koppeling met de rechtshandhaving als een gebrek aan kennis te beschouwen.

Dato Steenhuis
Tot enkele jaren geleden Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie