Stoornis en straf. Over verbanden tussen wilsvrijheid, schuld en terbeschikkingstelling

De reformator Calvijn is de grondlegger van het protestantse geloof dat in onze contreien vaste grond heeft verworven. De protestant belijdt dat de mens van nature geneigd en gedetermineerd is tot het kwaad. Een grote spanning is dat ondanks het gepredestineerde uiteinde wordt opgeroepen tot inkeer en bekering. Het gedetermineerde levenslot tegenover de vrije wil die de mens tot een goede gedragskeuze noopt. De twijfelaar zal opwerpen dat de vaststaande eindbestemming haaks staat op de vrije wil die de mens tot heerser over zijn lot maakt. Op deze twijfel wordt met een brede waaier aan nuances gerespondeerd dat de mens, onkundig van zijn eindbestemming, verantwoordelijk is voor zijn gedragskeuze. Theologisch is determinatie dus niet synoniem aan predestinatie. Dit aloude theologische vraagstuk van de vrije menselijke wil, waarbij Calvijn ook maar figureerde als tussenpaus, staat niet op zichzelf maar keert onder meer terug in het filosofische debat. Ook het strafrechtelijk en het jongere psychiatrisch debat zijn van dezelfde dogmatische lap gescheurd. Het strafrechtelijk debat over de spanning tussen causale verbanden tussen gebeurtenissen, ontwikkelingen, aanleg en menselijk gedrag enerzijds en de keuzevrijheid anderzijds is oud en was vaak scherp van toon.