Rechtspraak en afvalscheiding

Dato Steenhuis

Het is nu 3 jaar geleden dat ik mijn eerste column schreef voor dit blog. Die had als titel: Doet de strafrechter de verkeerde dingen? Ik ga niet herhalen wat ik toen schreef, maar ik wil het wel nog één keer over dit onderwerp hebben. Daarna zult U mij er niet meer over horen. Ik maak een ongebruikelijke vergelijking nl. met de afvalscheiding.

Vroeger hadden we thuis een vuilnisbak, door sommigen ook wel asemmer of asvat genoemd. Alles ging erin: natuurlijk de asla van de kolenkachel, aardappelschillen, nadat de schillenboer was verdwenen etensresten (hoewel hergebruik toen de regel was) en verder alles wat weg kon en erin paste. De bak was niet al te groot, gemaakt van zink en werd in mijn herinnering, 2x in de week opgehaald. De vuilnisauto was zo ingericht dat een bak gemakkelijk kon worden leeg gekieperd. Dat gaf veel lawaai, wat het voordeel had dat je de emmer nog snel kon buiten zetten als je dat was vergeten. Laten werden deze emmers afgeschaft, vermoedelijk omdat ze te klein werden voor wat de mensen zoal wegdoen en kwamen er plastic zakken voor in de plaats. De ophaal frequentie ging naar beneden, maar dat was niet erg want als er één vol was nam je gewoon een nieuwe. Ze hadden echter ook nadelen: ze scheurden gemakkelijk, de vogels pikten ze kapot, huisdieren snuffelden erin en zo kon het, op de dag dat ze werden opgehaald, op straat een behoorlijke rotzooi worden. Daarom kwamen er, na enige tijd hard-plastic containers waar die zakken konden worden ingedaan zonder dat de “beesten” erbij konden. Eerst kwam er een zwarte container, later ook een groene voor het zogenaamde GFT-afval. Inmiddels is in veel gemeenten overgegaan tot het gescheiden inzamelen van plastic, soms in zakken, soms in een derde (blauwe) container. het gevolg van dit alles is dat er dan een hoeveelheid restafval overblijft die gemakkelijk in de oude vuilnisbak zou hebben gepast. Als ik deze ontwikkeling beschrijf, moet ik onwillekeurig denken aan de rechtspraak.

Natuurlijk gaat de vergelijking met de rechtspraak mank, maar het lijkt er toch op alsof we de rechter, zeker de strafrechter, als een soort vuilnisbak beschouwen, zelfs als ik me beperk tot de misdrijfcriminaliteit. Alles gaat erin. Ruim 11000 eenvoudige diefstallen, 3500 vernielingen, 12500 gevallen van mishandeling; daarnaast nog ruim 4000 bedreigingen, bijna 12000 gevallen van rijden onder invloed en nog 4000 gevallen van ander klein grut. Samen ruim 47000 zaken. Natuurlijk zitten daar zaken bij die niet niet aan de rechter kunnen worden voorgelegd en die zelfs door de MK moeten worden behandeld, want de MK zaken zitten ook in het totaal van deze afdoeningen. Maar al die politierechterzaken die in niet meer eindigen dan een geldboete gecombineerd met een taakstraf, kunnen die nou niet anders worden afgedaan dan door een hoog opgeleide, naar velen beweren – ik geloof er niets van – overbelaste rechters, die het water tot de lippen staat (Verburg NRC 2 augustus jl.)? En nog even ter adstructie van alle afdoeningen waarbij een straf wordt opgelegd, komt het slechts in 27% van de gevallen tot de oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, die bij de straffen van korte duur in veel gevallen nog wordt opgelegd omdat er sprake is geweest van voorlopige hechtenis.

Er zit, kortom, heel wat plastic, licht van gewicht maar wel volumineus, in het aanbod dat de rechter krijgt te verwerken. Door net als bij de voortschrijdende scheiding van afval dat plastic in aparte zakken te stoppen (graag wel van goede kwaliteit) of in een aparte, derde container te doen, kan er heel wat politierechter capaciteit worden bespaard en kan de ZM zich gaan concentreren op datgene wat er na grondige selectie aan “restafval” overblijft. Afval dat grote aandacht verdient en op een speciale manier moet worden behandeld.

En wie moet dan de plastic container leeghalen, zult U vragen. Het OM? Op het eerste gezicht ligt dat antwoord natuurlijk voor de hand. Als het OM voor 240 miljoen euro in een strafzaak kan/mag schikken, kan het ook wel al die zaken afdoen waarbij een vrijheidsstraf niet aan de orde is. En het heeft ervaring genoeg om dat te beoordelen. En eerder heb ik al betoogd dat de mogelijkheden voor het OM om in het kader van de Wet op de Strafbeschikking zaken aan zich te houden, nog lang niet zijn uitgeput. Dat antwoord is me echter te eenvoudig.

Waarom moet er überhaupt politie en justitie te pas komen aan een eenvoudige (winkeldiefstal), of aan veel kleine mishandelingen, waarbij degene die het eerst bij de politie is, c.q. aangifte kan doen, als slachtoffer wordt aangemerkt en de ander derhalve als verdachte wordt geregistreerd. Horen dit soort vergrijpen eigenlijk wel thuis in het strafrecht net als dronken rijden, het doorrijden na een ongeval en het hebben van een wietplantage? Naar mijn mening wordt het tijd voor een grondig onderzoek naar het straf(recht)waardige van dit type gedragingen. Een rekening niet betalen leidt tot een burgerlijk geschil tussen twee partijen, winkeldiefstal tot politieoptreden etc. Geweld bij politieoptreden wordt tegengegaan met behulp van z.g. stewards, kan dat niet analoog ook bij veel andere “vormen”, situaties van mishandeling? En waarom kan de gevaarzetting van een rood licht-delict administratief worden afgedaan en die van rijden onder invloed niet. En waarom moet de politie optreden als er een wietplantage is ontdekt en niet het bestuur? Ik ken de voor de hand liggende antwoorden van degenen die dit soort vraagstellingen verafschuwen, maar het lijkt me niettemin geboden om er nog eens goed naar te kijken. De politie werkt zich een slag in de rondte, het OM is aan het eind van zijn Latijn en de rechter staat het water aan de lippen… Me dunkt, tijd voor een ontlastingsoffensief van de strafrechtsketen met de WAHV formule als lonkend perspectief.

Bij het Centrum voor Indicatiestelling Zorg in Bilthoven, werden tot voor kort jaarlijks 750.000 beslissingen over een z.g. persoonsgebonden budget (PGB) genomen, waarvan 83% binnen twee weken na binnenkomst van de aanvraag. Inmiddels is de afhandeling van ruim 500.000 van deze beslissingen in het kader van de WMO, overgedragen naar de gemeenten. Bij het CIZ blijven “slechts” de beslissingen in het kader van de WLZ, de Wet Langdurige Zorg (WLZ). Dat zal de doorlooptijd waarschijnlijk enigszins verlengen. Een positieve beslissing op grond van die wet, kost in financiële gevolgen, gemiddeld 82.000 euro. Dat is nog eens wat anders dan het opleggen van een geldboete onder de 1000 euro. Die beslissingen worden genomen door medewerkers op HBO-niveau, die bij twijfel, een onverbindend advies kunnen vragen aan een medicus. Misschien ook voor de ZM iets om over na te denken.

Dato Steenhuis
Tot enkele jaren geleden Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie