Fraude is overal

Fraude is endemisch in onze samenleving. Populairder gezegd: Nederland staat stijf van de fraude. De afgelopen decennia heeft er een fraude epidemie plaats gevonden die ertoe heeft geleid dat het fraudevirus stevig in onze maatschappij heeft geworteld en tamelijk resistent is geworden tegen de aangewende bestrijdingsmiddelen.
Iedereen doet het. Accountants doen het en bestuurders doen het. Ceo’s doen het en directeuren ook. Het komt voor bij effectenhandelaren en bij fruitautomaten, bij garnalenvissers, horecaondernemers en insolventen. Nu is bedrog van alle tijden. Jacob deed het om het eerstgeboorterecht van zijn broer Esau af te nemen, koning David om de door hem begeerde Batsheba te verwerven. Maar bij ons lijkt het wel algemeen te zijn. Liefdadigheidsinstellingen doen het en maffiabazen, notarissen en oplichters. Het doet zich voor bij parkeercontroleurs en questores, bij reisbureaus en bij schoolleiders. Topsporters doen het en universitaire docenten; vastgoedondernemers en woningbouwcorporaties. Bij xenofoben en bij yuppen en tenslotte ook bij ziekenhuizen.
Nu zult U misschien zeggen dat het heel wat moeite moet hebben gekost om dit complete alfabet aan fraudeplegers bij elkaar te sprokkelen. Helemaal niet! Wilt U nog een alfabet vol? Artsen, bankiers, collectanten, douaniers, emissiehandelaren, fraudeurs, gemeenteraadsleden, hoogleraren, ict-bedrijven, journalisten, kassapersoneel, loonslaven en marktanalisten. Ik denk dat U mij de tweede reeks van N t/m Z wel wilt schenken.

De vraag die zich opdringt is natuurlijk hoe het zover heeft kunnen komen, hoe de norm; “gij zult niet frauderen” zo is kunnen worden uitgehold? En direct daaraan gekoppeld, hoe die in ere kan worden hersteld. Ze zijn allebei lastig te beantwoorden en in een column van deze omvang al helemaal niet. Maar dat het te maken heeft met “greed”, hebzucht, het wegvallen van intermenselijke correctiemechanismen, gebrek aan voorbeeldgedrag van gezagsdragers, een gemakzuchtige taakopvatting van toezichthouders, gebrekkige handhaving zowel in aard als in omvang, gebrek aan kennis en slordigheid van slachtoffers, dat alles valt nauwelijks te betwisten.
Voor deze gelegenheid wil ik inzoomen op het gebrek aan voorbeeldgedrag van gezagsdrager en dan met name de overheid, in diverse gedaanten.
Het begint al bij de wetgever, die bv. op basis van compromissen, laat “verleiden” tot het maken van uiterst fraudegevoelige regelingen, zodanig zelfs dat uit het buitenland groepen fraudeurs komen aan reizen om hun slag te slaan. U begrijpt: ik heb het over de zogeheten Bulgarenfraude. Het gaat uiteraard te ver om in dit kader van uitlokking te spreken, maar het komt een eind in de richting.
De uitvoerende macht gaat echter nog een stapje verder. Die gaf aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de opdracht om, ongecontroleerd, aanvragen in het kader van de WMO uit te betalen. Als later zou blijken dat ten onrechte was betaald, zou wel worden teruggevorderd. Nu ging het erom de indruk te wekken dat het onuitvoerbare beleid nog enigszins uitvoerbaar zou “lijken”. Probeert U zich voor te stellen wat zo’n opdracht doet met het normbesef van een organisatie die ook belast is met de uitbetaling van de AOW en die om te hoge uitkeringen aan feitelijk samenwonende AOW-ers te voorkomen, controles uitvoert die minachtend tandenborstelcontroles worden genoemd.
Een derde voorbeeld betreft de reactie van politieke partijen op vermoedelijke fraude in eigen kring. Daar wordt niet op gereageerd vanuit het standpunt dat zulks vanzelfsprekend verwerpelijk is, maar wordt eerst geprobeerd de zaak, zoals de Duitsers het zeggen, “klein zu reden” en pas als het bewijs sterker en sterker wordt en er politieke averij dreigt en vluchten geen optie meer is, gereageerd met stappen in de richting van betrokkene. Laatstelijk gebeurde dat bij de VVD, maar (bijna) alle partijen vertonen dit type normuithollend gedrag.
Ronduit geschokt was ik door een onthulling tijdens de recente Fyra-enquête. Daar bleek dat de NS, waarvan de Nederlandse staat de enige aandeelhouder is, een constructie had toegepast om in Nederland, aan diezelfde staat verschuldigde belasting te ontgaan. De Belastingdienst, om de tuin geleid, vermoedelijk met medeweten van een ander directoraat- generaal; of was het nog cynischer?
Ten slotte het niet nakomen van beloften bij de bestrijding van fraude. De vorige Minister van V&J heeft toegezegd 1500 extra opsporingsambtenaren te “genereren” voor het fraudedomein. Ik heb ze nog niet gezien aan de horizon. De problemen bij het op poten krijgen van de landelijke politie zullen daar ongetwijfeld mede debet aan zijn. Maar ook het niet nakomen van beloften leidt tot normverlies.

Natuurlijk is de overheid niet de enige factor bij het verlies van de norm “Gij zult niet frauderen”. Over andere oorzaken zal ik het later en elders nog hebben.
Maar een overheid, in de vorm van de wetgevende en de uitvoerende macht, die deze norm met voeten treedt, maakt het voor de rechtelijke macht wel erg moeilijk om nog geloofwaardig te handhaven. Ze zullen immers voortdurend geconfronteerd worden met “alibi’s”, beweegredenen en motieven die “de overheid” hun als het ware zelf heeft verschaft en die de wederrechtelijkheid van dat gedrag kan aantasten.

Dato Steenhuis
Tot enkele jaren geleden Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie