Transparantie

Je hoort het veel noemen tegenwoordig: transparantie. Iedereen wil het zijn: transparant. Maar als bijvoorbeeld politici zeggen dat dat ze heel transparant zullen zijn, is dat vaak het begin van een verklaring waar de waarheid/ werkelijkheid eerder wordt verduisterd dan geopenbaard.
Transparant, wat is dat eigenlijk? Vroeger had je op school doorschijnend papier. Als je dat op een afbeelding legde en je trok de daar op getekende lijnen keurig over, kreeg je, afgezien van eventuele kleuren, een getrouw beeld van de, letterlijk, onderliggende afbeelding te zien. Transparant willen zijn betekent derhalve een, zo getrouw mogelijk, beeld van de achterliggende wekelijkheid schetsen.
Soms echter hebben mensen of organisaties, ondanks hun mooie woorden daar helemaal geen belang bij. Hoeveel jaarverslagen zijn er niet, met instemming van accountants, opgesteld, waarin de financiële situatie van een onderneming aanzienlijk beter werd voorgesteld dan, enige tijd later, het geval bleek te zijn, toen het faillissement dreigde. Hoe dikwijls hebben we niet gehoord dat bij geruchten over een mogelijke crisis, er niets aan de hand is, totdat korte tijd daarna die crisis werkelijk uitbreekt. Ik noem dat geloochende transparantie.

Ook de zittende magistratuur heeft herhaaldelijk uitgesproken transparant te willen zijn, maar wordt die belofte ook gestand gedaan? Neem nu het jongste Jaarverslag. Daar wordt in de begeleidende nieuwsbrief met enige tamtam aangekondigd dat het aantal zaken dat de rechters in 2014 hebben afgedaan met 2% is gestegen ten opzichte van 2013. Op zich is dat niet onwaar want, binnen de ruim 1 miljoen kantonzaken is er één categorie, de familiezaken die met 17% zijn toegenomen. De drie andere categorieën zijn echter allemaal gedaald. En hoe relevant is zo’n cijfer als blijkt dat voor de afdoening van al die kantonzaken, die bijna 63% van de totale productie vormen, slecht 13% van alle rechters nodig zijn?
Behalve bij de bestuurszaken daalt de productie bovendien ook in alle andere hoofdgroepen. Die leveren samen de overige 37% van de productie, maar daarvoor is wel 84% van de rechters aan het werk. Natuurlijk valt het allemaal terug te vinden bij een grondiger bestudering van het Jaarverslag, maar de headline in de nieuwsbrief is onjuist zo niet misleidend. Iets soortgelijks doet zich voor bij de rapportage over de ontwikkeling van de doorlooptijden. Ook daar wordt overall een positieve ontwikkeling gesignaleerd, maar blijkt bij nadere bestudering dat de normtijden dikwijls aan de (zeer) lange kant zijn en dat in bepaalde sectoren, bij de hoven bijvoorbeeld, de realisering nog heel ver van de overeengekomen normtijden achterblijft. Ik noem dat vertekende transparantie.

Er is echter nog een andere vorm van non-transparantie en die doet zich voor als mensen of organisaties, hun eigen werkelijkheid niet kennen of niet willen kennen. Ik geef een aantal voorbeelden naar aanleiding van het Jaarverslag en van de publicatie Criminaliteit en Rechtshandhaving met de inhoud waarvan ik U nu al enkele jaren lastig val.
In beide publicaties mis ik pijnlijk iedere mogelijkheid om te vergelijken tussen de verschillende rechtbanken, hoven etc. Natuurlijk doen, net als overal in de wereld, sommige rechtbanken het beter dan andere. Ze doen, met evenveel personeel meer, gelijkwaardige zaken af dan andere en ze doen het soms ook nog sneller. Iedereen binnen de ZM weet dat maar het wordt niet opgeschreven. Wat bij ziekenhuizen, scholen e.d. de gewoonste zaak van de wereld is, vergelijking op kwaliteit, is bij de rechters ver te zoeken.
Natuurlijk ken ik de argumenten tegen dit soort vergelijkingen net zo goed als degenen die mij dit nu net wilden gaan vertellen, maar dat is toch geen reden om geen gegevens te verstrekken over de doorlooptijden per sector van een gerecht en die bijvoorbeeld te koppelen aan de omvang van het personeelsbestand of het aantal appelen dat uit die snellere afdoening voortvloeit in vergelijking met colleges waar het allemaal wat langer duurt. Ik noem dat gemankeerde of gemiste transparantie.

Het niet presenteren van dergelijke gegevens onthoudt aan justitiabelen en gewone geïnteresseerde burgers de mogelijkheid om na te gaan waar het op bepaalde punten relatief beter gaat en waar minder. Natuurlijk er is geen vrije rechtbankkeuze, zoals tot voor kort wel voor ziekenhuizen gold, maar dat is toch niet de enige drijfveer om meer te weten te willen komen.
Zo zou ik zelf bijvoorbeeld graag weten, hoeveel, bij welk percentage van de ruimschoots toegepaste korte gevangenisstraf, de duur van die straf gelijk is aan de duur van de ondergane voorlopige hechtenis. Als dat percentage laag zou zijn, zeg kleiner dan 10, dan zou ik opgelucht ademhalen en gesterkt worden in mijn vertrouwen in de rechterlijke onafhankelijkheid. Bij een hoger percentage zou ik me zorgen maken.
Zo zie ik ook uit naar het moment waarop het mogelijk wordt om de echte doorlooptijd van rechtbankzaken te bepalen. Vanaf het moment dat een zaak overgaat van het OM naar de rechtbank, hoe dat moment ook wordt gedefinieerd. Nu wordt, als ik goed ben ingelicht, nog steeds volstaan met een geaggregeerde doorlooptijd die begint op het moment dat de zaak bij het OM wordt ingeschreven en eindigt met de datum van het vonnis.

Zonder probleem zou ik nog tien andere wensen kunnen formuleren (hoger beroep), waarvan de vervulling het inzicht in het functioneren van de rechtspraak aanzienlijk zou kunnen vergroten. Weg dus met die gemankeerde transparantie. En met de beide andere soorten natuurlijk ook.

Dato Steenhuis
Tot enkele jaren geleden Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie