Kruipend zenegroen

Ter gelegenheid van mijn afscheid als afdelingsvoorzitter strafrecht van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, nodigde de oprichter van dit blog, Rinus Otte, reeds jaren een MT-genoot, mij uit een blogje te schrijven voor Ivoren Toga. Nu heb ik niet zo’n stellige mening over de organisatie van de rechtspraak en zal dus schrijven over tuinieren (iets waar Rinus niets vanaf weet). Een bejaardenhobby zult u zeggen. Dat kan waar zijn, want mijn belangstelling hiervoor kwam op toen ik zo midden 40 werd. Sommige mensen, zoals Maarten ’t Hart en de Engelse classicus Robin Lane Fox, hebben daar echter reeds sinds hun prille jeugd belangstelling voor en kunnen daar aardig over schrijven. Van de laatste is lezenswaardig zijn boek Thoughtful Gardening waarin hij onderhoudend causeert over zijn eigen en andermans tuinen en hun meer of minder beroemde tuiniers.

Wat is er zo leuk aan tuinieren? Net als de meeste hobby’s en passies is dat moeilijk te zeggen. Trouwens ook verdachten kunnen vaak maar moeilijk vertellen waarom ze een ander de hersenen hebben ingeslagen. Achteraf valt er wel wat te redeneren, maar feit is dat vooral onze psyche bepaalt wat we leuk vinden en wat we doen en wordt opzet toegerekend. Wat dat betreft lijken we op dieren en planten die weliswaar geen hobby’s hebben, maar ondernemen hetgeen hun aanleg voorschrijft.

Mijn tuin bezit ik nu zo’n 20 jaar en van meet af aan stond in een schaduwrijk vochtig hoekje rustig te vegeteren een paar plukjes kruipend zenegroen. Het verspreidde zich niet, zoals het geacht wordt te doen. Denkelijk ‘wilde’ het niet omdat de tuin verder uit droog zand bestaat. Al die jaren liet ik het ongemoeid. Het voorjaar volgend op de herfst dat ik een stukje gazon in border omzette en dat afzette met een rijtje bakstenen, geschiedde er een klein wonder. Het zenegroen migreerde en vestigde zich in één seizoen langs de geplaatste stenen, kennelijk een aantrekkelijker plekje. Niet zozeer de migratie viel op (plantjes zijn er evolutionair op toegerust ideale plekjes op te zoeken), maar dat zij het oorspronkelijk habitatje hadden verlaten. Waarom? De omstandigheden waren er misschien dan niet ideaal, maar meer dan 20 jaar had het zich er al gehandhaafd, kennelijk in een soort overlevingsstand. Wat zouden de plantjes doen als ik de stenen weer weghaalde? Terugmigreren? Uitgeprobeerd heb ik dat niet.

De natuur levert inspiratie op voor kunstenaars, dichters, filosofen en theologen. Sla de Bijbel er maar op na en de gelijkenissen met de wijngaard en de gardenier die de ranken snoeit, het kaf en het koren proberen u op het rechte pad te houden. In de film Being There schopte tuinman Chance het met zijn tuiniersassociaties tot adviseur van de president. Ook profaan kun je er dus wel wat mee, bijvoorbeeld dat verscheidenheid van soorten de kracht van natuur en mens verklaart. Maar anderzijds steekt er natuurlijk ook gevaar in het zoeken van ‘natuurlijke’ verhoudingen, daarin een strijd van soorten te zien, en dan te denken dat het zo hoort. Zoals de nationaal-socialisten zich op Darwin beriepen als rechtvaardiging van de ‘strijd’ van het ene ras tegen het andere. Waar fascisten oorlog begonnen zijn, hebben ze het trouwens nergens erg lang volgehouden. Evolutie leidt sowieso niet altijd tot winst van de sterksten. Bankiers en andere financiële dienstverleners, bijvoorbeeld, hebben de neiging, zelfs onder toezicht, steeds weer de tak door te zagen waarop ze zelf zitten. Klassieke marxisten noemden dat dialectiek en verkeerden ten onrechte in de veronderstelling dat het kapitalisme daardoor historisch noodzakelijk als vanzelf zou verdwijnen. Revolutionair elan moest de geschiedenis alleen maar een handje helpen. Maar niet de sterksten overleven evolutionair, maar eerder de aangepasten, zoals mijn zenegroen.

Gedurende mijn nu bijna 30 jarige loopbaan heb ik maar een jaar of drie bij een commercieel bedrijf gewerkt. Het grote verschil met de overheid is dat zo’n bedrijf op maar één of hooguit twee of drie bedrijfsdoelstellingen is gericht (meestal winst, omzet en marktaandeel). Daar wordt alles op gericht en al hetgeen daar niet aan bijdraagt, telt niet mee. Een simpele uitkomst van kosten/baten-analyses. Het was een Engels bedrijf. Cut out the crap, zeiden ze dan.

Bij de rechtspraak is dat niet het geval. Behalve dat we rechtvaardig en juridisch hoogstaand recht willen spreken, willen we ook snelheid van procedure, een goede bejegening van procesdeelnemers, willen we een goed persbeleid, willen we maatschappelijk verantwoording afleggen, willen we inzichtelijk motiveren, permanente educatie, intervisie, willen we bij grote verschillen tussen eerste en tweede lijn overleg tussen de rechters en raadsheren (reflectie), willen we er zijn voor het slachtoffer, willen we een goede werkgever zijn, willen we goede leidinggevenden die deelnemen aan de rechtspraak, willen we de werkdruk beheersbaar houden, willen we inspraak geven, willen we feed back, willen we goed communiceren, willen we digitaliseren, fuseren, binnen de begroting blijven, enzovoorts, enzovoorts. Sla de jaarplannen er maar op na.

Kortom, de rechtspraak zou een siertuin willen zijn die Robin Lane Fox in de volgende druk van zijn Thoughtful Gardening met bewondering gaat bespreken. Maar alles waarmaken is nogal wat, als je middelen beperkt zijn. Dat het niet allemaal lukt, blijkt ook wel uit het medewerkerswaarderingsonderzoek, dat in het hele land als grote lijn te zien geeft een wisselende mate van ontevredenheid tussen rechters en bestuur en management. Managers, bestuurders en de Raad voor de Rechtspraak moeten zich dat aantrekken. Binnen het LOVS hebben we het afgelopen jaar ons bezig gehouden met professionele standaarden en – daarvan afgeleid en daaraan gekoppeld – een voorzet gedaan voor acceptabele werklastnormen voor de strafrechtsectoren. Deze moeten een blauwdruk zijn voor een acceptabele habitat voor de strafrechter. Teamvoorzitters en afdelingsvoorzitters zijn de tuiniers die steeds weer zorgen voor wat ruimte en licht en die steeds, naargelang de seizoenen, oplossingen bedenken voor de problemen en onverwachte dingen die altijd weer op ons pad komen en die ons rooster bedreigen, de voorraad doen oplopen, de financiën uit de klauwen laten lopen. Managers moeten zelf dus ruimte hebben om keuzes te maken, om te scharrelen met de middelen die er zijn en moeten zich mét besturen en rechters realiseren dat we zelden altijd alles zullen krijgen zoals het gepland was.

Sterker nog, managen is niet het uitvoeren van een vastgesteld jaarplan. Managen is omgaan met schaarste en tegenslag. Managen is improviseren. Het kruipend zenegroen kiest zijn eigen habitat en zoekt vandaag hier en morgen daar ruimte, water en licht. En in de rechtspraak moet dat ook wat meer kunnen gebeuren. Veel werkdruk, is mijn indruk, wordt mede veroorzaakt door de veelheid aan verplichtingen die (zie hiervoor) erbij komen. Deze verplichtingen zijn overhead, die wel zinvol is, maar afgaat van de tijd die rechters hebben voor hun zittingen en vonnissen. Helemaal vanaf moet daarvan niet willen, want al die nevendoelstellingen dienen een redelijk doel. Maar een goede kosten/batenanalyse moet rechters wel enig licht en ruimte, enige manoeuvreerruimte geven. Anderzijds lijken rechters, blijkens het MWO, (te) veel te verwachten van hun managers en bestuurders. Zonder verwachting immers geen teleurstelling op het vlak van communicatie, inspraak, vakontwikkeling, persoonlijke ontwikkeling, carrièremogelijkheden e.d.. Die verwachtingen zijn gewekt door managers, besturen, de Raad. Maar de realisatie van die verwachtingen kosten de rechters een prijs, namelijk de instandhouding of zelfs groei van overhead die bij een gelijkblijvend of zelfs krimpend budget van hun eigen ruimte afgaat. Rechters moeten dus weten wat ze verlangen.

Het gesprek tussen rechters, managers, bestuurders en Raad zou, met andere woorden, moeten gaan over kosten en baten: wat doen we wel, wat doen we niet of minder. De rechtspraak moet weer eens even schoffelen in zijn tuin. Snoeien doet bloeien, zou Maarten ’t Hart zeggen.

Peter Lemaire
Senior raadsheer gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, voorzitter van de afdeling strafrecht van dat hof en (tot 1 maart 2015) voorzitter van het LOVS