Goede voornemens over toga en bef

Ooit in de jaren zestig van de vorige eeuw is het dragen van toga en bef (het ambtsgewaad) onderwerp van discussie geweest. Toonbeeld van bourgeoisie afstandelijkheid en statuskledij van een kaste binnen de samenleving. Niemand hoor je er meer over. De toga is weer terug bij wat zij in feite historisch steeds is geweest voor officier, advocaat en rechter: het uniform van een beroepsbeoefenaar.

Het dragen van toga en bef heeft niet alleen de functie van de rituelen van de professionele spelers in een rechtszaak. Het drukt in zijn algemeenheid de waardigheid van het ambt uit. Kijk eens naar de voetballers van Ajax. Hun kleding is belangrijk en nodigt uit tot identificatie van de supporters met de club.

De toga is er in de eerste plaats om aan te duiden dat men niet met concrete individuen te maken heeft uit het dagelijks leven, maar met personen die bij de rituelen ter terechtzitting een rol spelen. De toga is een vorm van ontpersoonlijking niet van ontmenselijking. Daarom valt de toga ruim en bedekt zoveel mogelijk het lichaam; althans dat zou zo moeten zijn. De toga is zwart (kleur van de dood) en benadrukt op die wijze het losmaken van de drager als mens. De toga is ook het symbool van de bescherming tegen kwade zaken van buiten. En dat wordt nog eens onderstreept door de witte bef. In zijn oorsprong lijkt de bef terug te voeren tot de kraag die op symbolische wijze een afdichting vormt tussen lichaam en de sfeer van buiten.

En zoals voetballers en bijvoorbeeld ook wielrenners zich altijd goed soigneren is er voor rechters, officieren en advocaten alle reden dat ook te doen.

Maar de werkelijkheid is anders. Rechters dragen vaak nog hun oude griffiers toga en slaan het zogenaamde kostuumbesluit in de wind. Bij alle drie de beroepsgroepen ontberen de toga’s vaak knopen, hangt de voering los en waaien advocaten met wapperende open toga de zittingzaal binnen.

Daar is nog overheen te komen, maar die beffen!

De bef hoort niet grijs, grauw of geel te zijn, maar gewoon wit. Tegen deze regel wordt nog wel eens gezondigd. Er is soms sprake van ernstig verontreinigde beffen die lichaamseigen en lichaamsvreemde stoffen lijken te bevatten. Testen op DNA zou verrassende resultaten kunnen opleveren.

Laten we in elk geval de beffen schoon houden.

Twee adviezen:

1. Was de bef in lauw water en borstel zacht met een oude eigen tandenborstel.

2. De jampotmethode (vond ik in een oud nummer van het Advocatenblad).
De twee befdelen worden liefdevol over elkaar gelegd, in de plooien gevouwen en vervolgens weer dubbelgevouwen. Nadat de bef in de jampot is ingebracht wordt een theelepel waspoeder toegevoegd en wordt de jampot gedurende tien minuten gekanteld. Daarna de bef een half uur laten staan, afspoelen en schoon is ie.

Ik ben benieuwd.

Frans Bauduin
Rechter-plaatsvervanger rechtbank Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger gerechtshof Arnhem-Leeuwarden