De deugdelijke strafrechter en de belangen van de rechtspraak

In het opschrift zit spanning verscholen. Een bestuurder heeft andere beelden van goed rechterschap en rechterlijke deugden dan rechters onderling menen. Een rechter met een ‘fijne’ pen staat vaak gelijk aan bergen zaken op zijn of haar werkkamer die maar niet worden afgerond. De rechtspraakleiding komt op gezette tijden met uitgangspunten en noties over kernwaarden van de rechtspraak, maar de koppeling naar de realiteit van de paleizen van justitie wordt nooit gelegd. Laat ik een poging wagen.

Deugdelijk leid ik af van het begrip deugden. Op hun beurt worden deugden gekoppeld aan waarden en normen. In algemene zin zien waarden op idealen en motieven waarover we het meestal eens zijn. Normen zijn geschreven of ongeschreven gedragsregels waarin waarden zijn vertaald. Deugden zien op gedragseigenschappen die nodig zijn om waarden en normen in de dagelijkse omgang te laten slagen. Als waarden van de rechtspraak worden wel omschreven onpartijdigheid, integriteit en professionaliteit. Die waarden worden door de rechtspraak vertaald in gedragsnormen als leerbaarheid, brede inzetbaarheid en het middenin de wereld staan. De voor dat alles benodigde karakterdeugden worden bij de selectie voor het rechterschap beproefd. Is de kandidaat consensusgericht en omgevingsbewust? Deugden vormen een intrigerende discipline, met een studierichting als deugdethiek (1). Het debat over deugden spitst zich anno 2015 toe op de vraag of het gaat om christelijke of om universele en humanistische waarden, normen en deugden.

Het probleem met de omlijningen is dat ze zo algemeen worden onderschreven. Wie zal van zichzelf zeggen niet onpartijdig of integer te zijn? Wie beweert onbewust van de omgeving recht te spreken of niet leerbaar te zijn? Daarmee sterven die algemene noemers een beetje in vrijblijvendheid. Zouden we dan meer aansluiting moeten zoeken bij oudere deugden, zoals voorzichtigheid, gematigdheid of moed? Ook die karaktereigenschappen zal iedereen zich graag toedichten. Maar wie in raadkamer voor de een drammerig aan de eigen standpunten vasthoudt, zal voor de ander moedig zijn omdat de gevoeligheid van de zaak zich leent voor standvastigheid. De eerste waarnemer zal vinden dat de betrokken rechter niet voldoet aan de vereiste consensusgerichtheid, terwijl de ander weer zal menen dat deze afwijkende rechter juist heel professioneel is. Kortom, wat is een deugdelijke strafrechter met algemeen omschreven waarden als onpartijdigheid, integriteit en professionaliteit? Te kust en te keur kunnen met de vigerende waarden, normen en deugden in de rechtspraak tegengestelde maar even valide en pleitbare antwoorden gegeven worden.

De complicerende last is dat de verschillende denkrichtingen over de vormgeving van het onderwijs, zorg of rechtspraak worden verhuld met universeel geformuleerde waarden, normen en deugden. We doen alsof we één familie van rechters zijn, daarom sturen we op gedeelde belangen. En om te verhullen dat we verdeeld zijn spreken we in algemene, universeel aandoende, waarden. De maffia doet hetzelfde en beslecht normafwijkend gedrag doorgaans effectief met geweld. Ook vakgroepen en universiteiten en de rechtspraakleiding en rechters blijven niet achter. Maar het is schijn, de onderliggende verschillen in eigenschappen, karakters en conflicten worden verhuld, vermomd, bemanteld, bedekt, gecamoufleerd. Eenvormig gedrag kan niet worden afgedwongen.
De conflicten zijn prima, want de gevechten over de koers gaan ergens over, bemantelen is daarentegen een zonde. Discussies over waarden gedreven professies hebben voor de ontwikkeling van het rechterlijk ambt nog geen gevulde koek opgeleverd. Niente, nada, nix, noppes om het eens weinig juridisch te formuleren. Ik opteer voor een begrip als belangen (2). Samenleven en samenwerken bestaan uit belangen, van intermenselijke betekenis tot een internationale context. Omdat ik niet geloof in altruïsme wordt elke vorm van samenzijn ook mede bepaald door eigenbelang. Ik geloof niet dat ik dat belang in enige kernwaarde van de theologie, deugdethiek of van de rechtspraak ben tegengekomen. Welke belangen zijn er naast eigenbelang, andermans belangen zogezegd, en dan het liefst anders dan een rechtvaardig of maatschappelijk verantwoord vonnis, want van dat soort weinig onderscheidende nietszeggendheid wordt niemand wijzer. Wie de doorsnee verdachte en het slachtoffer naar een belang bij rechtspraak zal vragen komt vaak op snelheid, tijdigheid en bejegening uit. Natuurlijk is er het belang van de wraakbehoefte bij de verdachte en bij de overheid van kanalisering daarvan. Hoewel (gekanaliseerde) wraak al heel wat concreter is dan rechtvaardigheid, laat ik dat belang even rusten omdat verdachte en slachtoffer over de omvang en richting van wraak bepaald verschillend kunnen denken. Het belang van tijdigheid en bejegening kan echter elke patiënt in de spreekkamer van een arts navoelen. Deze belangen bezitten daarmee ook universele connotatie en zijn bovendien toetsbaar, meer dan de vraag of een rechter een rechtvaardig vonnis heeft gewezen. Het stelsel van rechtsmiddelen voorziet in het antwoord op díe casuïstische vraag. Voor een breder, algemener en praktische(r) inrichting van de organisatie van de rechtspleging bieden belangen een beter handvat dan het huidige debat over waarden, normen en deugden. Mijn stelling is dat niet te smal gedefinieerde belangen voldoende huisvesting bieden aan relevante waarden, normen en deugden.

Laten we het voorbeeld van tijdigheid en bejegening iets spitser bezien. Tijdige berechting levert betere doorlooptijden op wat niet alleen de procespartijen maar ook de samenleving in brede zin tevredener stemt. Dat niet alleen, het levert ook minder zittingen op, wat de werkdruk van de rechter ten goede komt en daarmee ten goede komt aan zijn eigenbelang. Als het belang van de bejegening dan ook nog eens wordt gediend vermindert het aantal wrakingsverzoeken en is de uitkomst van het volgende klantwaarderingsonderzoek vele procenten hoger, wat weer een betere pers van het gerecht oplevert.

Waarom acht ik een Realpolitiker hoger dan een (zogenaamd) moraalgedreven gerechtsbestuurder? Omdat het eerste een werkbaarder paleisbevolking oplevert en het laatste alleen belegen koopwaar. Hoe bedoel ik deze ‘genuanceerde’ uitlating? Misschien sta ik niet te boek als een verbindende theedrinkende rechter, maar het sturen op gedeelde belangen levert wel een soortgelijke uitkomst op. Denken in belangen kan verdedigbaar hand in hand gaan met het denken in machtsverhoudingen. De rechter en gerechtsbestuurder die een beheersbaar zittingsverloop of – in groter verband – een beheersbare verhouding met de advocatuur of het openbaar ministerie nastreeft, zal andermans belang proberen een organisatorische plaats proberen te geven in de eigen beslissingen. Praktisch levert dit bijvoorbeeld op dat in de voorfase van het geding wordt gevraagd hoeveel pleittijd de raadsman nastreeft. Bij opgave van drie uren zal overleg moeten plaatsvinden teneinde op de zitting korzeligheid en afknijpen van de raadsman te voorkomen. Het belang van een goed zittingsverloop, waaronder een goede bejegening van procespartijen, is daarmee ook een kwestie van een goede machtsuitoefening geworden. De strafrechter leidt immers op grond van art. 124 Wetboek van Strafvordering de zitting, wat frequent leidt tot correcties jegens de raadsman of de vertegenwoordiger van het openbaar ministerie. Dat kan voorkomen worden indien tevoren de belangen van de beide procespartijen helder zijn en onderlinge verwachtingen worden afgestemd. Een realistische machtsuitoefening dient gelegitimeerde belangen in de rechtspleging.

Indien de rechtspraak acht slaat op andermans gelegitimeerde belangen kan het rechterlijk werk handzamer worden ingericht en getoetst op resultaten. Welke normen en deugden heeft een rechter daarvoor nodig? Zowel bestuurder als rechter heeft nodig dat het afwijken van de doorsnee norm wordt benoemd en niet voor discussie vatbaar is. Niet elke rechter werkt even snel of efficiënt. In plaats van sturen op gelijkschakeling van werkwijzen en werkhoudingen kan beter worden ingezet op aanvaarding van de verschillen. Aanvaarding van ongelijkheden tussen rechters introduceert een zoektocht naar een evenwicht. Welke overkoepelende deugd helpt de leiding van de rechtspraak en de rechter verder in het bereiken van een (machts)evenwicht tussen (eigen)belangen van de rechtspleging. Dat is boven alle andere deugden de empathie. Op voorstellingsvermogen, wat empathie in de kern is, zijn de normaliteitssyllogismen in het recht gebouwd, de beelden van wat een gemiddeld mens vermag, zodat daarmee allerhande bewijsconstructies rond opzet en schuld het licht hebben gezien. Dit zeer oude vakinhoudelijke principe kan even goed ontwikkeld worden in organisatorische zin over wat een deugdelijk strafrechter vermag.

Ik ambieer minder moraalgedreven discussies omdat vele uitkomsten pleitbaar zijn die bovendien niet stoelen op een moraalmonopolie. Daarvoor is de organisatie van het recht te divers en te normatief van toon. Ik zoek naar een neutrale en toetsbaar mal waarbinnen waarden, normen en deugden met enige souplesse kunnen worden ondergebracht. Belangen in relatie tot het streven naar een machtsevenwicht dat stoelt op ongelijkheid kan uitkomst bieden. Als voorbeelden heb ik tijdige berechting en correcte bejegening van procespartijen genoemd. Het omlijnen van deze belangen moet plaatsvinden vanuit machtstermen: waar heeft de ander belang bij en hoe kan ik dat belang laten sporen met rechtspraakbelangen, maar ook met interne belangen van minder werkdruk, minder wrakingen etc.? De sleutel tot een toereikende vertaling van deze belangen in de daarvoor vereiste rechterlijke en organisatorische gedragsvereisten is de empathie. Gerationaliseerde empathie, verplaatsing in andermans geëigende belangen, heeft de koude oorlog tussen wereldmachten beheersbaar gemaakt. Zo is het ook met de natuurlijke spanningen tussen rechters en procespartijen en gerechtsbestuurders. Een deugdelijke rechter paart ten behoeve van zichzelf en de rechtspraak in bredere zin juridische en organisatorische empathie aan een verstandiger berechting en inrichting van zijn werk.

Rinus Otte
Hoogleraar rechtspleging RUG en senior raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Voetnoten:
(1) Zie het werk van de Nijmeegse hoogleraar Wijsgerige ethiek Paul van Tongeren, waaronder Deugdelijk leven, Amsterdam 2003.
(2) Ik heb me hierbij laten inspireren door het werk van Kissinger, Diplomacy, 1995. Zie ook Walther Isaacson, Kissinger, 2005, blz. 760-767.

Klik hier voor deel 1, hier voor deel 2, hier voor deel 3, hier voor deel 4a, hier voor deel 4b en hier voor deel 5 in deze serie bijdragen over het strafproces.