De werkstraf

Ik heb er nooit veel in gezien en het is ook niets geworden. Ik heb het over wat tegenwoordig de werkstraf heet. Vroeger werd gesproken van alternatieve sanctie of dienstverlening, later van taakstraf die naast de werkstraf ook de leerstraf omvatte. Die leerstraf is een zachte dood gestorven en stelt kwantitatief niets meer voor. Ik beperk me dus tot de werkstraf die in de statistieken nog steeds taakstraf heet. Vroeger een alternatief voor de gevangenisstraf, tegenwoordig een zelfstandige hoofdstraf.

Recent gooide een nabestaande van een verkeersslachtoffer in de rechtszaal een stoel naar de rechter toen deze de verdachte van het misdrijf veroordeelde tot 120 uur taakstraf eventueel te vervangen door 60 dagen hechtenis. Over dat vonnis ontstond ook overigens de nodige opwinding. Maar zoals gebruikelijk ging het over casuïstiek en werden bredere inzichten “vermeden”. Ik wil daar iets aan doen door een wat gedetailleerdere analyse van de toepassing van de taakstraf. Hoe vaak wordt die sanctie toegepast in vergelijking met andere hoofdstraffen? Welk type veroordeelden komen er in de praktijk voor in aanmerking? Hoe lang duren die werkstraffen eigenlijk? Worden ze voorwaardelijk of onvoorwaardelijk opgelegd?

Kwantitatief lijkt de taakstraf op het eerste gezicht een succesnummer. Was het aandeel ervan in het totaal van de schuldig verklaringen waarbij een zogenaamde enkelvoudige hoofdstraf werd opgelegd, in 1995 nog maar 9%, in 2013 was het opgelopen tot 27.1%. Zelfs vanaf 2005 toen de taakstraf al tamelijk algemeen was geworden is het aandeel in het totaal van de genoemde sancties nog fors gestegen namelijk van 17.3 naar die al genoemde 27.1%. Leek die toename aanvankelijk, zoals de bedoeling was, vooral te gaan ten koste van de gevangenisstraf die tot 2010 bijna 12% van haar aandeel moest inleveren, de laatste jaren is vooral de geldboete het slachtoffer van de opmars van de taakstraf. Sinds 2010 daalde haar aandeel met 10%. Voor alle duidelijkheid nog eens het totale plaatje:

Jaar Gevangenisstraf (%) Geldboete (%) Taakstraf (%)
1995 34.2 40.8 9.0
2000 31.1 40.6 10.8
2005 25.7 39.5 17.3
2010 22.9 37.4 25.6
2013 30.2 27.5 27.1

 

Een aantal jaren geleden was er grote opwinding over het feit dat er ook voor levensdelicten taakstraffen zouden worden opgelegd. Ik wil de discussie van toen niet weer oprakelen maar meer in het algemeen nagaan voor welke misdrijven relatief vaak taakstraffen worden opgelegd en welke misdrijven als het ware “arm” zijn aan taakstraffen. Dat is af te leiden uit Criminaliteit en Rechtshandhaving waarin zeer gedetailleerde gegevens te vinden zijn over de straffen die door de rechter worden opgelegd, tot en met individuele misdrijven toe.

Voor iedere categorie van misdrijven moet daartoe eerst worden vastgesteld welk deel ze uitmaken van het totaal aan veroordelingen. Voor de vermogensmisdrijven bijvoorbeeld is dat in 2005 iets meer dan 31%. Door nu te kijken hoeveel procent van alle opgelegde taakstraffen voor rekening komt van die vermogensmisdrijven krijg je een beeld van de “taakstrafgevoeligheid” van die delicten. Die blijkt iets meer dan gemiddeld te zijn, namelijk 36%. Vermogensmisdrijven zijn nog steeds een “gevangenisstrafdelict”. 53% van alle gevangenisstraffen komt voor rekening van deze categorie misdrijven. Zelfs bij eenvoudige diefstal is de gevangenisstraf dominant. Dat misdrijf is verantwoordelijk voor bijna een kwart van alle veroordelingen maar “levert” ruim 44% van alle opgelegde gevangenisstraffen.

Er zijn ook echte geldboetedelicten. Die zijn met name te vinden in de sector verkeersmisdrijven. In 2013 zijn die verantwoordelijk voor ruim 45% van alle opgelegde geldboetes, terwijl ze maar 18% van alle schuldig verklaringen vormen. Zo kun je alle misdrijven nalopen en dan blijkt dat er bijna geen echte taakstrafdelicten zijn. Bij de categorie geweld- en seksuele misdrijven ligt het aandeel van de taakstraffen weliswaar enigszins boven wat je op grond van het aandeel in de schuldigverklaringen zou mogen verwachten, maar spectaculair zijn de verschillen niet. Het meest uitgesproken nog is het delict mishandeling dat 17.6% van alle taakstraffen leverde bij 13% van de veroordelingen. De seksuele delicten op zich laten ook een “positieve” verhouding zien. 2% van alle taakstraffen en maar 1.4% van alle veroordelingen. Bij de levensdelicten is het natuurlijk omgekeerd. Daar regeert de gevangenisstraf. Die sanctie komt drie keer zoveel voor als op basis van het aandeel in de veroordelingen mag worden verwacht. Wat nog opvalt is dat de taakstraf hier niet (geheel) is verdwenen. Ook hier komen, zij het in afnemende mate, nog steeds taakstraffen voor. In 1995 waren dat er 127 op 1060 schuldigverklaringen; in 2005 was dat aantal opgelopen tot 308 bij 1522 veroordelingen. Daarna is de daling ingezet: 134 in 2010 en nog maar 57 in 2013; dat laatste bij 862 veroordelingen.

Hoe wordt die taakstraf nu opgelegd, is een volgende vraag. Voorwaardelijk of om echt uit te voeren en hoe lang dan? Het overgrote deel van de werkstraffen wordt nog altijd geheel onvoorwaardelijk opgelegd. In 2007 was dat nog meer dan driekwart. Sinds enige tijd schommelt het rond de 70%. De deels onvoorwaardelijke straffen zijn stabiel rond de 16% en de geheel voorwaardelijke hebben een lichte neiging tot stijgen: van 9.2% in 2007 tot 12.3% in 2013.

Veel meer variatie dan in de vorm is te vinden in de duur van de werkstraffen, met name als een iets langere vergelijkingsperiode wordt genomen. In 2001 bijvoorbeeld was 7.3% van de werkstraffen onder de 20 uur. In 2013 was het aandeel van die zeer korte straffen opgelopen tot meer dan 15%. De straffen onder de 40 uur vormden in 2001 ruim 36% van het totaal; in 2013 meer dan de helft. Daar tegenover staat dat het aandeel van de langere straffen, boven de 80 uur, in die zelfde periode daalde van bijna 35 naar 21.7%.

Met andere woorden: de taakstraf wordt steeds “softer”. Minder dan de helft is korter dan 40 uur en minder dan 10% is langer dan 120 uur. Inderdaad nauwelijks (meer) een vervanging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. Veelmeer een remplaçant voor de geldboete. Kennelijk vindt de rechter dat inmiddels ook gezien de toenemende frequentie waarmee de gevangenisstraf inmiddels weer wordt opgelegd.

Dato Steenhuis
Tot enkele jaren geleden Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie