Straffen bij dodelijke verkeersongevallen

Dinsdag 6 januari jl. bij Eva Jinek. Het ging weer eens over een taakstraf bij een verkeersongeval met dodelijke afloop. De ouders van een dodelijk slachtoffer waarbij zo’n straf was opgelegd zaten op de bank en behalve een kamerlid was ook de voorzitter van de NvvR aanwezig. Die reed daar een ontzettend scheve schaats door te beweren dat ze begrip had voor de woede van de ouders maar dat de rechter, bij verkeersmisdrijven, nu eenmaal geen rekening kon houden met de gevolgen van het delict en de strafmaat slechts kon verbinden aan de mate van onvoorzichtigheid die de bestuurder had vertoond. Verkeersstrafrecht was schuldstrafrecht en daarin was voor invloed van de gevolgen op de strafmaat geen plaats. Ik verwijs haar naar artikel 175 van de Wegenverkeerswet 1994, waarin is bepaald dat wanneer schuld aan een ongeval tot de dood leidt maximaal 3 jaar gevangenisstraf kan worden opgelegd en wanneer lichamelijk letsel het gevolg is die straf tot maximaal 1 jaar en 6 maanden beperkt moet blijven. Ook bij een verdergaande mate van schuld, in de vorm van roekeloosheid, wordt dit onderscheid gemaakt: maximaal 6 jaar bij dood en 3 jaar bij lichamelijk letsel. Verkeerde voorlichting dus door een prominent lid van de rechterlijke macht, voorlichting die, neem ik aan, door de NvvR zo snel mogelijk zal worden rechtgezet. Onvoldoende kennis die ook bleek uit het feit dat Eva Jinek daar niet de juiste informatie tegenover kon stellen en het moest laten bij de constatering dat een en ander in strijd was met haar boerenverstand. Je vraagt je onwillekeurig af hoe de redactie dit programma heeft voorbereid.

Een vraag die ook opkomt is, hoe rechters, die dit type strafmaxima tot hun beschikking hebben, er überhaupt toe komen 120 uur taakstraf op te leggen. Als die taakstraf niet wordt uitgevoerd wordt ze vervangen door 60 dagen hechtenis, ongeveer hetzelfde als een gevangenisstraf. Die 2 maanden liggen wel erg ver af van de 3 jaar die de rechter tot zijn beschikking heeft en de vraag rijst waarom die kloof zo groot is. Hoe onvoorzichtig moet je zijn geweest om 3 jaar opgelegd te krijgen en hoe roekeloos om tegen 6 jaar aan te lopen, de straffen die de wetgever voor ogen had toen hij zich de ergste varianten van onvoorzichtigheid probeerde voor te stellen. Misschien moet die kloof verklaard worden uit datgene wat de voorzitter van de NvvR later in de uitzending naar voren bracht, namelijk dat we ons de onvoorzichtigheid van anderen zo goed kunnen voorstellen omdat we het zelf ook wel eens zijn. Opnieuw, in mijn ogen, een ernstige faux pas gelet op de gevallen die ter discussie stonden. Het wordt tijd dat rechters bij het opleggen van straffen niet op hun eigen gevoelens en opvattingen af gaan maar zich meer verdiepen in de behoefte van samenleving en slachtoffers aan, noem het vergelding, als je het negatief wilt formulieren of genoegdoening, als je het positiever wilt zeggen. Daar is de straf allereerst voor bedoeld. Als de dader er ook beter van wordt is dat hoogstens mooi meegenomen.

Dato Steenhuis
Tot enkele jaren geleden Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie