Het strafproces. 3. De normdemonstratie van het strafproces

Inleiding
Enkele weken geleden schreef ik dat het strafproces van oudsher de burgers, de rechtsgenoten zoals dat wel mooi wordt genoemd, beoogt te demonstreren hoe het recht (uit)werkt. Het is de vraag of dat doel vaak wordt bereikt. De kleine berichtjes in de krant en andere media, de spaarzame bezoekers aan de strafzittingen, geven niet de indruk dat de strafrechter het grotere publiek bereikt, bindt en hun gedrag richt in de gewenste richting.

Normdemonstratie in relatie tot het strafproces in brede zin
Die demonstratie was vroeger misschien ook niet ideaal. Wie Der Prozess van Kafka leest wordt via de hoofdpersoon meegezogen in alle listen en lagen die de procesdeelnemer in het rechtssysteem lijkt tegen te komen. De uiteindelijke ontmoeting met de rechter is bijna de apotheose van het verhaal; de droeve climax van het verhaal komt als Jozef K. het hoofd in de schoot en later op de steen legt waar hij wordt geëxecuteerd. Het proces is breder dan het verhoor door de rechter. Zo zal de burger het strafproces ook zien. De dagvaarding om voor de rechter te verschijnen, de brief voor de benadeelde partij om ter zitting te participeren in het proces, voorfase en executie van het vonnis worden onder de paraplu van het strafproces begrepen, althans, als we het strafproces reserveren voor een publieke berechting.
Deze impressies zijn niet zo gek. Een morsige slager, een onverstaanbare predikant, hebben rechtstreeks doorwerking op de kwaliteit van de geleverde waar. Of stelt de moderne klantwaardering mogelijk hogere eisen aan het afgenomen product dan vroeger, terwijl bij een scherpere blik die nieuwere eisen slechts op de verpakking zien? Het Wetboek van Strafvordering ziet het strafproces pas ontstaan als de strafzaak aanhangig wordt gemaakt bij de rechter. En het werk van de rechter lijkt voorbij als de opgelegde sanctie wordt geëxecuteerd. In die zin wordt de reikwijdte van het proces al enigszins beperkt. Maar binnen die beperktere uitleg lijkt de kwaliteit van het strafproces scherper te worden gewikt en gewogen.

Het strafproces onder een verscherpt vergrootglas
Vroeger konden strafzaken jaren blijven liggen, tegenwoordig wordt door omstanders afgegeven op het strafproces en de rechters als de zaak niet binnen een jaar wordt afgedaan. Vroeger kwamen de rechters op in eendrachtige pas, het publiek ging staan, maar het decorum van de opkomst wordt tegenwoordig scherper onder de loep gelegd. Vroeger kon de rechter urenlang onderdelen van het dossier voorhouden en niet, althans niet zichtbaar, luisteren, tegenwoordig wordt de rechter gekritiseerd die te lang over de behandeling doet, niet de goede toon naar de procespartijen weet te vinden en niet scherp lijkt te luisteren of op te letten. Vroeger telde de rechterlijke beslissing, tegenwoordig telt meer (de lengte en begrijpelijke tekst van) de motivering. Vroeger spraken rechters elkaar niet aan op het optreden ter zitting en in raadkamer. Tegenwoordig komt, hoe moeizaam ook, intervisie op gang en worden rechters geacht van elkaar te horen hoe het eigen optreden wordt gewaardeerd.
Moeiteloos kan ik deze rij uitbreiden tot er een volstrekt ander palet aan vaardigheden, competenties en eisen ontstaat waaraan de huidige strafrechter moet voldoen voor zijn strafzitting het predicaat goed meekrijgt.
Voor veel rechters en medewerkers lijkt sprake van modieuze trends die ingegeven worden door bestuurlijke kaders en landelijke afspraken. Ook dat gevoel kan me ik goed voorstellen en herken ik ook bij mezelf. Verder voelen veel rechters zich verweesd in een complexere en rationelere organisatie van het recht. Diezelfde rechters worden ook nog eens in hoog tempo geacht hun werk, in het bijzonder in de voorfase van het strafproces, beter te organiseren. En dan worden ze ook nog eens verplicht tot intervisie en andere kwaliteitsinstrumenten zonder dat ze dat ooit hebben beoefend. In de onrustige cadans waarin de rechterlijke organisatie is terechtgekomen lijkt dit een intellectuele en emotionele tour de force.

Normdemonstratie in relatie tot minder procesvoering
Ik word geraakt door een andere zorg. Als het aantal strafprocessen met tientallen procenten daalt en de buitengerechtelijke afdoening van strafbare feiten sinds vele decennia in steeds hoger tempo stijgt en het openbaar ministerie met de strafbeschikking zelfs ‘straffende’ magistraat is geworden, dan is het van overlevingsbelang dat de strafrechter zijn werk beter en tijdiger organiseert, etaleert en verkoopt. Deze omslag ontstaat niet vanzelf, rechters zijn vrijwel altijd individualisten die niet makkelijk tot samenwerking en collectieve introspectie genegen zijn. De omslag wordt dus nu landelijk en collectiever ingezet. Via protocollen en afspraken worden de strafzaken efficiënter georganiseerd en rechters genoopt hun aanpak aan te passen. Dat zal de komende jaren nog met de nodige moeiten gepaard gaan, veranderingen verlopen in dit soort organisaties niet eenvoudig.
Terug naar de normdemonstratie van het strafproces. Bij een teruglopend aantal strafprocessen is het alleszins begrijpelijk dat het proces scherper onder de loep wordt gelegd, er valt veel te verliezen en te winnen aan overtuigingskracht. Natuurlijk, elk tijdsgewricht zal veel Jozef K’s kennen die hun weg in de ogenschijnlijk koele machinerie van het strafproces verliezen. Daartegenover kan de rechtspraak laten zien dat gepoogd wordt de organisatie, de toegankelijkheid, de begrijpelijkheid en de tijdigheid van het proces te herijken naar meer hedendaagse maatstaven. Intern kan de overtuigingskracht verbeterd worden door te wijzen op het teruglopende aantal processen, waarom de strafrechter er veel aan gelegen moet zijn om het primaat als publieke conflictbeslechter te behouden. Een openbaar proces temidden van de burgerij is een normatieve kracht die van belang is voor de ontwikkeling van een samenleving, overigens zonder de betekenis van de buitengerechtelijke afdoening te willen devalueren. De normdemonstratieve kracht van het (publieke) strafproces staat of valt echter met pro-actieve, toegankelijke maar toch waardige, communicatief vaardige en besluitvaardige strafrechters. Maar ja, deze door iedereen onderschreven open deuren verklappen nog niet de inhoud van waardigheid, communicatieve vaardigheid en besluitvaardigheid!

Normdemonstratie van het strafproces is een kwestie van maatvoering
De legitimiteit van de modernere krachtsinspanningen valt niet overtuigend te betwisten. Hoe toegankelijker, begrijpelijker en tijdiger het strafproces moet worden georganiseerd vergeleken met een tiental jaren geleden is echter lastiger te bepalen. Soms, soms schiet het middel het doel voorbij.

1. De lege zittingzalen, met dank aan een ver doorgevoerde beveiliging van de Nederlandse gerechten, dienen minder het doel van een openbare rechtspraak waarbij in aanwezigheid van de burgerij wordt recht gesproken. In vergelijking met buurlanden is de normdemonstratie van het strafproces op dit punt achteruit gegaan. Onze zittingzalen zijn misschien ‘schoner’ dan die van bijvoorbeeld onze zuiderburen, maar daarmee is nog niets gezegd over de kracht van de normdemonstratie.
2. Van de overdadige motiveringsdrang, aangejaagd door de wetgever, cassatierechter en journalistieke druk, moet nog maar aangetoond worden dat deze de normdemonstratieve kracht van het strafproces heeft vergroot.
3. Een spoedige reactie op een gepleegd strafbaar feit wordt in elk wetenschappelijk betoog bevorderlijk geacht voor de generale en speciale preventie van de berechting. Maar is een doorlooptijd van drie maanden veel beter dan die van vijf maanden, zeker als we daarvoor substantiële kosten en krachtsinspanningen moeten leveren die we ook op een ander onderdeel van het strafproces hadden kunnen inzetten?
4. De executie van een rechterlijk vonnis is wettelijk gezien een volstrekt ander onderdeel van het strafrecht. Maar als het openbaar ministerie de straf niet tijdig executeert, en anno 2014 geschiedt dat jaarlijks duizenden malen, dan devalueert de werking van de straf, temeer als de strafrechter zich wel alle inspanningen heeft getroost om tot een tijdige berechting te komen.

De legitimiteit van de maatvoering van alle veranderingen is dan ook een lastiger kwestie die per tijdsgewricht een ander antwoord vergt. Het antwoord anno 2015 hangt samen met wat een rechterlijke organisatie in verandering, met inachtneming van het eerder genoemde fenomeen van wat langzamer veranderende rechters, aankan. Het is niet eenvoudig om de inhoudelijke eisen aan de strafrechter vast te stellen, dat is een probleem van de eerste orde. Laat ik nog iets anders afsluiten: de normdemonstratie van het strafproces is meer een kwestie van maatvoering en minder van algemene meestal algemeen onderschreven uitgangspunten of open deuren over tijdigheid, toegankelijkheid, bejegening en intervisie. Welke maat gevoerd wordt is soms lokaal of landelijk bepaald, maar bij een te strakke maatvoering kunnen de algemene uitgangspunten voor jaren in de ijskast van het cynisme belanden.

Rinus Otte
Hoogleraar rechtspleging RUG en senior raadsheer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Klik hier voor deel 1 en hier voor deel 2 in deze serie bijdragen over het strafproces.