Vrijspraken

Dikwijls wordt beweerd dat het aantal vrijspraken in een paar jaar zowat is verdubbeld. Absoluut gezien is dat volledig onjuist. In 2012, het laatste jaar waarover cijfers beschikbaar zijn, vielen er 9254 vrijspraken. In 2005 waren dat er exact 7400. Dat is een toename van 25%.
Echter in 2005 stonden er tegenover die 7400 vrijspraken ruim 132000 afdoeningen Tegenover de 9254 vrijspraken van 2012 stonden echter maar 96000. Dat is een daling van 27%.
Zelfs als het aantal vrijspraken gelijk zou zijn gebleven zou die daling van de afdoeningen tot een stijging van het percentage vrijspraken hebben geleid van 5.6 tot 7.7. Het percentage is echter gestegen tot 9.6 en dus is er, naast de invloed van het sterk dalende aantal afdoeningen ook sprake van, wat je zou kunnen noemen, een autonome groei.

Je zou verwachten dat als het OM minder zaken ter beoordeling aanlevert, de kwaliteit daarvan en daarmee de kans op een schuldigverklaring toeneemt. Dat is dus, kennelijk, niet het geval. Je kunt je ook voorstellen dat bij minder zaken de rechter meer tijd heeft per zaak en daardoor vaker ziet wat er eventueel aan het bewijs mankeert. Of dat zo is valt niet eenvoudig vast te stellen. Je hoort ook zeggen dat het aantal vrijspraken is toegenomen omdat de rechter “banger” is geworden als gevolg van een aantal geruchtmakende rechterlijke dwalingen. Ook die stelling valt, zonder diepgaand onderzoek, nauwelijks te bewijzen. Valt er dan helemaal niets te zeggen over de oorzaken van die toch tamelijk aanzienlijke stijging van het aandeel van de vrijspraken in relatief korte tijd?

Eigenlijk niet. We kunnen wel proberen om uit de cijfers van Criminaliteit en Rechtshandhaving 2012 wat aanwijzingen te distilleren over wat er aan de hand is. Daarbij zijn twee vragen relevant. De eerste is of er misdrijven zijn waarbij het percentage vrijspraken meer stijgt dan het gemiddelde van 25%. De tweede is of er delicten zijn waarbij de afdoeningen meer dalen dan de gemiddelde 27%.

Eerst de toename van de vrijspraken. Bij heel wat misdrijven stijgen die meer dan 25%. Ik noem daarom alleen degene waarbij minstens een verdubbeling voordoet: Gekwalificeerde diefstal, bedrog en overige vermogensmisdrijven; de inbreuken op huis, lokaal of computer en discriminatie. Daarnaast mishandeling, schennis der eerbaarheid en ontucht met minderjarigen en ten slotte rijden tijdens een ontzegging en softdrugs. In totaal 11 van de 40 afzonderlijk vermelde misdrijven. De grootste groei doet zich voor bij de lokaalvredebreuk: daar werden in 2012 zes keer zoveel mensen vrijgesproken als in 2005. Bij de overige vermogensmisdrijven was de factor 5.61, bij de huisvredebreuk 3.72 en bij de schennis der eerbaarheid 3.5. Het gaat hier echter steeds om (zeer) kleine aantallen en daardoor hebben die stijgingen slechts een zeer gering effect op de overall toename.

Kijken we nu naar de daling van het aantal afdoeningen. Zoals we al zagen bedraagt die gemiddeld 27%. Voor misdrijven waarbij de daling groter is, zal in principe het percentage vrijspraken sterker toenemen dan gemiddeld. Dat is bij 18 het geval. Bij 10 daarvan is het aantal afdoeningen meer dan gehalveerd. De grootste daling valt te zien bij de economische delicten (-64%) en bij verkrachting (-58%). Hier gaat het, anders dan bij de stijging van de vrijspraken niet om kleine aantallen. Wel nog bij verkrachting waarvan er in plaats van de 409 gevallen in 2005, in 2012 nog maar 172 werden afgedaan, maar niet bij de economische delicten waar er van de bijna 7000 zaken in 2005, in 2012 nog minder dan 2500 over waren; en ook niet bij de overige misdrijven: 3225 in 2005 en nog maar 1049 in 2012. Samen zijn deze beide groepen “goed” voor het “verdwijnen” van bijna 6700 afdoeningen. Dat is ruim 18% van de totale krimp.

Wat vervolgens opvalt is dat de combinatie van sterk stijgende vrijspraken en fors dalende afdoeningen, die in samenhang een maximale toename van de vrijspraken zou genereren, zich slechts bij één misdrijf voordoet nl. bij de lokaalvredebreuk. Daar gaat een bijna halvering van het aantal afdoeningen (-49%) samen met 6x zoveel vrijspraken. In combinatie is dat 10 maal zoveel als het gemiddelde. Het gaat hier echter slechts om enige tientallen zaken. Dat de genoemde combinatie zich zelden voordoet is ook wel logisch. Als het aantal afdoeningen sterk daalt, ontstaat er ook een neerwaartse druk op het aantal vrijspraken.

Om nu een antwoord te krijgen op de vraag waar de vrijspraken relatief het meest toenemen moeten we beide invalshoeken combineren en de gemiddelde toename van de vrijspraken met 25% delen door de gemiddelde daling van de afdoeningen met 27%. Die deling leidt tot 1.73. En de vraag is nu: bij welke misdrijven is die factor hoger.

Dat zijn er heel wat. Bij maar liefst 18 ligt die boven de 2. De lokaalvredebreuk spant de kroon met een factor 11,76, maar liefst 10x zo hoog als het gemiddelde. Op grote afstand volgen huisvredebreuk (4,89), discriminatie (3,92) en schennis der eerbaarheid (3,76). Het gaat hier echter alweer om (zeer) kleine aantallen. De twee enige misdrijven met een ratio van boven de 2 met een substantieel aantal afdoeningen zijn gekwalificeerde diefstal (2,36 en 14147 afdoeningen in 2005 en 11012 in 2012) en mishandeling (2,34 en respectievelijk 13124 en 13017 afdoeningen). Die werken dus stevig door in het gemiddelde. Die opwaartse druk wordt echter (kennelijk) gecompenseerd door de veel meer dan gemiddelde daling bij de overige wetten, die met een ratio van 0,85 bij 10222 afdoeningen in 2005 een zeer stevige neerwaartse druk uitoefent op het algemene beeld.

Wat valt er nu uit al dit gereken te concluderen? Niet heel veel. Toch meen ik wel te kunnen zeggen dat de “autonome” toename van de vrijspraken meer gewicht in de schaal legt dan de daling van het aantal afdoeningen. Van de 5 grootste stijgers bij de vrijspraken zijn er 4 ook in de sterkste toename van de ratio terug te vinden. Van de 5 grootste dalers bij de afdoeningen is dat slechts bij één het geval. De sterkste groei an de vrijspraken zit hem vooral bij de meer dan gemiddelde toename bij gekwalificeerde diefstal en mishandeling. Het aantal afdoeningen is daar zowat op peil gebleven maar het aantal vrijspraken is meer dan verdubbeld. Nader onderzoek moet uitwijzen waarom juist daar zoveel meer wordt vrijgesproken.

Dato Steenhuis
Tot enkele jaren geleden Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie