Rechtspraak in de tropen

Een bezoek aan een strafzitting in een ander land blijft verhelderend en opent waar ter wereld de ogen. Of het nu dichtbij is, of veraf. Daarbij moet niet te lichtvaardig geoordeeld en vergeleken worden. Ieder land kent zijn eigen historische en culturele gegevenheden van waaruit de rechtspraak is gegroeid. Dat neemt niet weg dat de ontmoeting met andere rechtspraktijken altijd zorgt voor reflecties op eigen vanzelfsprekendheden. Afgelopen maand bezocht ik een kantonzitting van mr. A. Johanns in Paramaribo. Een bijzondere en leerzame ervaring. Niet in de laatste plaats bijzonder omdat zo veel hetzelfde was als de rechtspleging zoals we die in Nederland gewoon zijn, maar dan bij temperaturen boven de 35 graden en een luchtvochtigheid van 80%. Nederlandstalige rechtspraak in de tropen dus. Evenals in Nederland neemt iedereen elkaar de maat. Een openbaar ministerie dat vurig zijn zaak bepleit, advocaten die bij kansrijke zaken kritisch zijn, maar zich bij kansloze zaken refererend beperken tot de strafmaat en een rechter die zowel tot een directe veroordeling als tot opheffing van de voorlopige hechtenis komt. Zo op het eerste gezicht weinig vreemds in de tropen, waarbij ook in Suriname het vertrouwen in de rechtspraak het hoogst lijkt van alle overheidsinstanties. Daarbij zij aangetekend dat Suriname met een groot tekort aan rechters kampt (14 fulltime rechters op pakweg 500.000 inwoners in Suriname tegen een dikke 2200 fte rechters – zonder plaatsvervangers en dus met in acht neming van de in deeltijd werkzame rechters – op een kleine 17 miljoen inwoners in Nederland, dat wil zeggen een kleine 64 rechters op pakweg 500.000 inwoners). En juist dat tekort gaat de komende jaren dwingen tot veel nieuwe presidentiële rechtsbenoemingen. De toekomst zal moeten uitwijzen in hoeverre de onafhankelijkheid afdoende gewaarborgd blijft, maar Suriname laat vooralsnog zien dat de kwaliteit van de rechtspraak niet direct staat of valt met een regime dat in rechtstatelijke zin binnen en buiten het eigen land de nodige vraagtekens oproept.

Het zal niet verbazen dat er even zovele verschillen zijn en juist die verschillen bieden interessante reflecties op onze eigen strafrechtspraktijk. Daarbij is het natuurlijk zo dat op basis van het bijwonen van een strafzitting en een korte blik achter de schermen geen verstrekkende conclusies kunnen worden getrokken. Dat neemt echter niet weg dat het intrigerend is om te zien met hoe weinig middelen rechters in Suriname hun werk doen. En goed lijken te doen. Om een voorbeeld te geven: tussen negen en elf uur in de ochtend werden vier grote strafzaken (met eisen tot zes jaar) enkelvoudig behandeld en bij die zaken werden in rap tempo in totaal vier getuigen gehoord. En erg opvallend: de zaken waren allemaal van dit jaar. Zo doen de (14!) rechters, naast de civiele zaken, ongeveer 4000 strafzaken per jaar af. Zij doen dit met in totaal 30 ondersteunende juridisch medewerkers waarvan de helft in het strafrecht werkzaam is. Zij vervullen dezelfde functies als hun Nederlandse evenknieën: het maken van voorbereidingsnota’s, het opmaken van het proces-verbaal ter zitting en het concipiëren van de uitspraken.

Met de griffier is ook het meeste gezegd over de ondersteuning van de rechter. Zo is er in de zittingszaal geen computer te vinden, mailen de medewerkers nog met hun eigen hotmailadres en is er geen toegangscontrole of anderszins zware beveiliging. Gedoe met en over rechtspraakpasjes is er evenmin. Even voor negenen parkeert de rechter haar auto voor het kantongerecht en loopt door het centrale halletje tussen het aanwezige publiek met de dossiers in de arm naar de raadkamer. Even later maakt ze haar opwachting in de zittingszaal. De zaal is niet digitaal en strak uitgelijnd, maar – anders dan meestal in Nederland – wel bomvol met misschien wel dertig man publiek, met verschillende advocaten, verschillende vertegenwoordigers van het openbaar ministerie, tolken, een paar medewerkers van de parketpolitie en een journaliste. Het ‘goedemorgen’ van de rechter bij binnenkomst, wordt beantwoord door een in koor uitgesproken ‘goedemorgen’ van alle aanwezigen. De zaal en het meubilair is krakkemikkig, maar het is een levendig, voor eenieder toegankelijk en te volgen gebeuren. Terwijl de rechter de verdachte en getuigen ondervraagt en hier en daar de tijd neemt om een bepaalde verklaring nog eens goed te lezen, is het een geroezemoes van alle kanten, soms wordt er gelachen, maar wanneer de ernst van de zaak daarom vraagt is het muisstil. Er wordt recht gesproken te midden van en onder het toeziend oog van de mensen. Een opvallend element is dat de rechter niet alleen met naam en toenaam in de zaal bekend is, maar ook als rechter in het telefoonboek staat. Paramaribo is niet groot, dus menigeen weet zelfs waar de rechter woont. Een persoonlijk element, waar we in Nederland van zouden gruwen, maar wat mij betreft ten onrechte, het laat immers goed zien dat rechtspreken mensenwerk is. De dag erna staan er vijf van de behandelde zaken uitgebreid beschreven in de krant. Met de standpunten van de procespartijen en de insteek van de behandelend – wederom bij naam genoemde – rechter. Transparanter kan je het niet hebben. De rechter zorgt daarmee voor haar eigen PR, zeker wanneer de behandeling van de zaken ontspannen, ongeorchestreerd, voor iedereen begrijpelijk en ten overstaan van een volle zaal geschiedt. Daar kan geen dag en zelfs geen week van de rechtspraak tegenop.

Natuurlijk: we mogen Nederland niet met Suriname vergelijken en andersom evenmin. En natuurlijk voldoet niet alles wat ik zag aan dit romantisch mooie plaatje. Zo zijn er ook (vooral civiele) zaken die veel langere doorlooptijden kennen dan de zaken die ik volgde. Daarnaast werden de advocaten (net als in België overigens) geacht om vanaf de eerste zaak aanwezig te zijn tot aan de behandeling van hun eigen zaak en dat kon weleens van negen uur in de ochtend tot half zes in de namiddag zijn. Overigens zonder gemor van de advocaten zelf die daarna dus nog hun cliënten moesten bezoeken en zittingen moesten voorbereiden. Een blik op een overtredingenzitting bood verder het grappige beeld dat op de betreffende dag en uur opgeroepen verdachten naar huis werden gestuurd omdat hun zaak niet bij de rechtbank terecht was gekomen. De mededeling dat ‘er daarmee ook geen zaak mee was’, werd beantwoord met een grote glimlach, zowel bij diegenen die konden vetrekken als bij diegenen waarvan het dossier wel was doorgestuurd. Ten slotte vernam ik dat op een van de dagen in de week dat ik er was alle zaken zouden worden uitgesteld vanwege een verblijf van de behandelend rechter in het buitenland. Nederland zal nooit Suriname worden en andersom evenmin. Dat neemt niet weg dat de rechtspraak in de tropen goed laat zien waar rechtspraak om zou moeten draaien en de vraag oproept naar het effect van al hetgeen wij daar in Nederland omheen hebben georganiseerd. Daarbij staat voor mij een ding als een paal boven water: rechtspraak in een volle zaal met meubilair dat gereed is voor de intensive-care doet niet per definitie onder aan rechtspraak in de hightech lege zittingszalen die ons land steeds meer kent. Voor goede rechtspraak is goede facilitering niet onontbeerlijk.

Rick Robroek
Stafjurist Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, wetenschappelijk medewerker vakgroep Strafrecht RUG en rechter-plaatsvervanger rechtbank Limburg