De voorlopige hechtenis als tombola

In december 2013 verscheen in het Strafblad een uitvoerige beschouwing van de hand van drie Rotterdamse rechters over de toepassing van het dwangmiddel voorlopige hechtenis in ons land. Het artikel schijnt in rechtersland de nodige commotie te hebben opgeleverd, door sommige rechters werd zelfs over echte ruzies gesproken.
Begrijpelijk want de boodschap is niet mis te verstaan: de toepassing van de voorlopige hechtenis is uit de hand gelopen en rechters maken er maar een potje van. Dat horen rechters niet graag, rechters nemen immers gewetensvol en met kennis van zaken afgewogen beslissingen; dat dat soms in tientallen zaken per dag moet doet daar niet aan af.
Bij lezing gingen mijn gedachten zoals vaker terug naar het moment dat ik over een raadkamerbeslissing belde en dat ik voor ik één woord had gezegd al hoorde dat mijn client was gehouden; de griffier kon dat doen omdat iedereen was gehouden, dat waren toen zestig afgewogen en gewetensvol genomen beslissingen.
Natuurlijk is boosheid bij rechters terecht; vele rechters passen de voorlopige hechtenis toe zoals dat ooit bedoeld was en zijn bij ontbreken van ernstige bezwaren of een grond rigoureus. Maar er zijn ook rechters die zouden moeten opheffen maar dan opeens een nieuwe grond zien die daarvoor drie maanden lang niet aan de orde was. Het gaan horen van één onbelangrijke getuige kan zomaar betekenen dat de onderzoeksgrond herleeft, vooral wanneer andere gronden niet langer bestaan.
In veel te veel zaken hebben de Rotterdamse rechters het gelijk aan hun zijde: eerst beslissen of de verdachte eruit mag of niet en vervolgens zonodig de bezwaren en/of grond(en) erbij vinden.
Het is strafrechtadvocaten eigen om zich met regelmaat te beklagen over niet welgevallige beslissingen, maar zelfs met dat gegeven in het achterhoofd is de communis opinio onder advocaten als het om de voorlopige hechtenis gaat te groot om te negeren. De strafrechtadvocatuur is het in feite volledig eens met de drie Rotterdamse rechters en de rechters zijn inmiddels populaire docenten in de permanente opleiding van advocaten (u weet wel, die punten).

Inmiddels zijn in Rotterdam sinds december vele beslissingen over de voorlopige hechtenis genomen, gebaseerd op de gedachte “geen detentie, tenzij” in plaats van “detentie, tenzij”.
Prachtig voor verdachten die hun rechters in Rotterdam weten, maar niet uit te leggen aan verdachten die dat geluk niet hebben. En het fenomeen borgsom zingt inmiddels rond in de huizen van bewaring.
Het is verbazingwekkend dat de ontwikkelingen in Rotterdam nauwelijks aandacht hebben gekregen, terwijl toch verwacht en gehoopt mag worden dat er hierdoor eindelijk eens een fundamentele discussie op gang komt over de vraag of we met de gretigheid bij toepassing van voorlopige hechtenis wel op de goede weg zijn. Die discussie had er al lang moeten zijn en om die reden is de knuppel die in december in het hoenderhok werd gegooid zeer welkom. Maar wanneer de toepassing van de voorlopige hechtenis zo willekeurig gaat worden als die nu is dan moeten er direct spijkers met koppen geslagen worden.

Die willekeur laat zich goed illustreren.
In januari 2014 dienden de zaken van vier verdachten op een eerste pro forma zitting in Rotterdam, drie waren er verschenen, één was in het huis van bewaring gebleven. Wat heb je immers op zo’n eerste pro forma zitting te zoeken wanneer er ernstige bezwaren zijn aangenomen voor medeplegen van de invoer van 1000 kilo (!) cocaïne, door het OM ook nog aangeduid als een heterdaadje.
Groot was de verbazing en consternatie toen de rechtbank zonder veel omhalen besliste dat de drie verschenen verdachten na betaling van een borgsom (van 10K tot 25K) naar huis mochten.
Uiteraard (voorpagina)nieuws, deze rigoureuze omslag in beleid maar drugszaken zijn zo gewoon geworden dat de media er meestentijds hun neus voor ophalen; grote nieuwswaarde maar bij gebrek aan belangstelling onopgemerkt gebleven.
De Officier van Justitie had stampvoetend het nakijken want de schorsingsbeslissing is niet appellabel.

Helaas vergat de rechtbank ambtshalve eenzelfde beslissing te nemen in de zaak van de niet verschenen verdachte en daarom werd het nog interessanter en willekeuriger.
De niet verschenen verdachte liet per direct een schorsingsverzoek indienen dat vrij snel daarna door de raadkamer werd behandeld, alsnog werd de uniformiteit in beleid hersteld en kon ook hij na betaling (25K) naar huis.
Maar van die beslissing kon wel worden geappelleerd en dus moest het hof Den Haag oordelen. Het hof veegde de vloer aan met het nieuwe beleid in Rotterdam en het overwoog heel sarcastisch dat het geen enkele persoonlijke omstandigheid had gehoord die kon worden betrokken in een afweging met het algemeen belang.
Sarcastisch, omdat het in Rotterdam over van alles was gegaan maar natuurlijk – materieel – niet over persoonlijke belangen: met je handjes (volgens de rechtbank) in 1000 kilo coke en dan driemaal dermate zwaarwegende persoonlijke belangen dat de deur open gaat ?

De ongelukkige vierde verdachte kon weer naar binnen. Daar eindigde het niet mee want inmiddels diende de reeds langer geappointeerde tweede pro forma zitting zich aan en de verdachte mocht voor de tweede keer naar huis, zonder beroepsmogelijkheid voor het OM. Nu bleef hij ook thuis. Om het hof Den Haag niet al te zeer te bruuskeren werd de borgsom verhoogd naar 40K, waardoor er toch “een nieuw element” meegewogen kon worden; de worsteling van de rechtbank is zichtbaar.

Deze gang van zaken is natuurlijk te bizar voor woorden.
De rechtbank Rotterdam kiest voor nieuw beleid, dat wordt door de rechters ook volmondig zo benoemd maar vervolgens moet zij via procesrechtelijke sluipwegen tot het gewenste eindresultaat komen. Verdachten naar huis op zo’n manier dat het hof er niets aan kan doen en grommend moet toekijken.

Niet lang daarna overwoog een andere kamer in Rotterdam dat er weliswaar nieuw beleid werd gehanteerd maar dat de aanwezigheid van een tweetal wapens naast een hoeveelheid verdovende middelen en geld toch weer reden was om van het nieuwe beleid af te wijken. Dat lijkt in het licht van het principiële uitgangspunt van het nieuwe beleid dan weer op willekeur.
In Den Haag wordt een Syriëganger nu een half jaar als first offender vastgehouden omdat hij wellicht bij vrijlating weer naar Syrië zal afreizen, wel met de verzuchting door de rechtbank dat zij dit maatschappelijk probleem niet op kan lossen.
En in veel arrondissementen is het bezit van een hoeveelheid van minder dan 1 % van wat er in de container in Rotterdam zat meer dan voldoende om als first offender negen maanden in detentie op het vonnis te moeten wachten.

Het wordt tijd dat aan deze loterij een einde wordt gemaakt.

Peter Plasman
Strafpleiter