Halfweg

In de zestiger jaren van de vorige eeuw was het voor “alcomobilisten” die op weg waren tussen Amsterdam en Haarlem, van groot belang waar een eventuele alcoholcontrole plaats vond. Was dat in het arrondissement Amsterdam, dan kwamen ze er bij een veroordeling doorgaans af met een geldboete, een voorwaardelijke gevangenisstraf en een (deels) voorwaardelijke ontzegging. Als ze, bij Halfweg, in het arrondissement Haarlem kwamen, dan waren ze de klos en konden ze rekenen op een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 14 dagen en een jaar onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. Justice by geography zou je het kunnen noemen. Dat was in die tijd tamelijk gebruikelijk. Zo was het strafvorderingsbeleid van het OM in het ressort Arnhem doorgaans veel milder dan in het ressort Den Haag. In Arnhem zetelde een voor die tijd moderne PG die niet erg geloofde in de “zegeningen” van de gevangenisstraf; in Den Haag zat een meer “criminele” PG die meer oog had voor de positieve effecten van de vrijheidsstraf. Ook binnen de parketten en rechtbanken konden zich in soortgelijke zaken aanzienlijke verschillen in strafmaat voordoen, zoals bleek bij het z.g. strafmaatoverleg dat op diverse parketten was ingevoerd. Een officier die “twijfelde” over de te eisen straf in een belangrijke zaak, raadpleegde bij dat overleg een aantal collega’s, die niet zelden met zulke uiteenlopende suggesties kwamen dat de betreffende OvJ met een gerust hart kon eisen wat hij toch al van plan was. Bij het OM was ook bekend bij welke politierechters je moest wezen voor een stevige straf en bij wie je op grotere mildheid kon rekenen; hetzelfde gold voor strafkamers. Uit onderzoek is later gebleken dat al die verschillen in opvatting speciaal preventief gezien, nauwelijks tot verschil in effectiviteit leidden, zoals wel werd beweerd. Ook werd vastgesteld dat ze vooral waren terug te voeren op de maatschappijopvatting en het mensbeeld van de betreffende functionarissen.

Geleidelijk aan ontstond er zowel binnen de rechterlijke macht als in de maatschappij/politiek een stevig debat over de acceptatie van de genoemde verschillen, met als resultaat dat die moesten worden teruggedrongen. Bij het OM gebeurde dat door de geleidelijke invoering van een stelsel van richtlijnen, BOS Polaris geheten; bij de rechters werden landelijke oriëntatiepunten voor de straftoemeting ontwikkeld. De acceptatie daarvan ging en gaat niet zonder weerstand. Toen er richtlijnen kwamen voor het huidige artikel 8 WVW, vroeger artikel 26 lid 2, waarin het rijden met een te hoog bloedalcoholgehalte strafbaar werd gesteld, hebben vele officieren nog jarenlang artikel 26 lid 1 te laste gelegd omdat voor die variant geen richtlijnen golden. Zulks ondanks het feit dat het bewijs daarvan veel lastiger was omdat de zogenaamde ”trias alcoholica”, belemmerde spraak, bloeddoorlopen ogen en waggelende gang moest worden bewezen en dus in het proces verbaal moest zijn vastgelegd. De standaardisering ging zeker niet van harte en het argument dat iedere zaak uniek is, werd te pas en te onpas gebruikt. In de Overlegvergadering van de Procureurs Generaal met de Minister van Justitie en later in het College van PG’s werden echter voor steeds meer veel voorkomende en niet al te zware misdrijven, richtlijnen vastgesteld. De opkomende computer speelde een ondersteunende rol bij het “berekenen” van de strafmaat en ook dat gaf weer reden tot weerzin en weerstand. Maar uiteindelijk ontstond er naar mijn mening een uniek systeem van richtlijnen voor de strafvordering dat de zekerheid bood dat gelijke gevallen gelijk werden behandeld en de OvJ de gelegenheid gaf om gemotiveerd af te wijken als een geval naar zijn mening niet gelijk genoeg was.

En wat hoor ik nu? Dat het OM dit systeem gaat afschaffen en gaat vervangen door een nieuw stelsel van strafvorderingsrichtlijnen. Aanvankelijk zou dat al afgelopen mei gebeuren. Dat schijnt nu te zijn uitgesteld tot eind september. De vraag is natuurlijk waarom in godsnaam? Het antwoord is even eenvoudig als verbijsterend: omdat het OM de professionaliteit van de beoordelaars meer tot hun recht wil laten komen en daarmee meer maatwerk wil leveren bij de beoordeling van delicten. Ik viel bijna van mijn stoel toen ik het las. Op welke professionaliteit wordt hier gedoeld en over welk maatwerk gaat het?

Het is genoegzaam bekend en hierboven ook duidelijk geworden dat juridische beslissers bij het beoordelen van zaken niet of nauwelijks over meer “professionaliteit” beschikken dan gewone mensen. Ze zijn, hoe zou het ook anders kunnen, onderhevig aan alle mechanismen die het beslissen van mensen in het algemeen beïnvloeden. Klijn formuleert het in het Straftoemetingsbulletin van Trema van april 2013 als volgt: “psychologische mechanismen kunnen aankomende en reeds ervaren vaklieden belemmeren bij hun taak tot correcte beslissingen te komen”. Hij noemt als voorbeeld de volgorde waarin zaken worden aangeboden. Wanneer eerst een doodslagzaak moet worden beoordeeld, met een relatief zware sanctie en dan een mishandeling met een veel lichtere gemiddelde straf, dan wordt de straf voor de mishandeling (ook) zwaarder. Als eerst de mishandeling aan de orde komt wordt bij de doodslag gemiddeld aanzienlijk lichter gestraft. Klijn noemt dit mechanisme “ankeren” (niet naar de advocaten broeders) en schrijft: “de in de eerste zaak opgelegde straf vormt een onbewust anker voor het oordeel in de volgende zaak”. Hoezo professionaliteit? En zo zijn er tal van andere mechanismen waaraan de beslisser, ook de ervaren beslisser onderhevig is. BOS Polaris poogde dit soort effecten zoveel mogelijk uit te sluiten door een strak beslissingsschema te hanteren waarbij ankeren nauwelijks kans kreeg.

En dan: Hoezo maatwerk? De overgrote meerderheid van de zaken die strafrechtelijke beslissers krijgen te beoordelen is “klein grut”. Van de ruim 120.000 hoofdstraffen die de rechter bij ongeveer 85.000 schuldigverklaringen oplegt, is in net 20% sprake van een (deels) vrijheidsbenemende sanctie. De rest is allemaal werkstraf, leerstraf en geldboete. Bij klein grut hoort geen maatwerk, maar snel en voorspelbaar beslissen. Daarbij was en is BOS Polaris een forse steun in de rug. Het moet dus blijven. Beter halfweg gekeerd dan gedwaald in Amsterdam of Haarlem.

Dato Steenhuis
Tot enkele jaren geleden Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie

Een gedachte over “Halfweg

  1. Pingback: Waarom een nieuw stelsel van strafvorderingsrichtlijnen? ← BijzonderStrafrecht.nl

Reacties zijn gesloten.