Oude wijn kan nog lekker zijn

Ben ik misschien een ouderwetse strafrechter? Met andere woorden, ben ik iemand die op basis van de inhoud van het dossier zelf wil kunnen bepalen wat hij op zijn zitting behandelt? Die vindt dat zaken – zeker die met een langere adem – bij dezelfde rechter(s) moeten blijven? Die graag tijdig zijn stukken wil hebben? Die dan de gelegenheid wil hebben onvolkomenheden recht te zetten, bijvoorbeeld om een onnodige aanhouding te voorkomen? Die adequaat op verzoeken en andere berichten van de verdediging wil kunnen reageren?
Ben ik nog iemand die de taken bij de voorbereiding en behandeling van de zaken onder de leden van de combinatie wil kunnen verdelen, zodat alle vier (rechters en griffier) op tijd en gericht aan het werk kunnen en niet ieder voor zich – op het laatste moment – hetzelfde zitten te doen? Die zaken die onverhoopt toch moeten worden aangehouden, naar een niet al te ver in het verschiet liggende eigen zitting (en liefst die van de hele combinatie) wil kunnen verwijzen? Die over zaken die een langdurig onderzoek vergen, met kennis van (die) zaken met de rechter-commissaris wil kunnen bespreken?

Ja, misschien ben ik dat wel. En ik denk dat veel van mijn collega’s hetzelfde zouden willen zijn. Dat dat in de praktijk niet (altijd) kan, komt misschien voor een deel, doordat wij strafrechters niet altijd van de noodzaak en het nut van het goed organiseren van zittingen (in de ruimste zin van het woord) zijn doordrongen. Maar alles kun je leren en het zou al helpen, als timemanagement een verplicht onderdeel van het cursussenpakket zou zijn.
Het wordt je echter ook niet makkelijk gemaakt je tijdbesteding goed in te richten. Je merkt (te laat) dat zaken die in hetzelfde onderzoek thuishoren, op verschillende zittingen worden gezet, met als gevolg dat iedereen die daarmee bezig is, voor zichzelf het wiel zit uit te vinden. Dossiers komen (te) laat op je bureau. Dossiers van grotere zaken zijn niet behoorlijk geordend (bijvoorbeeld in ordners, die daarvoor niet voor niets zijn ontworpen). Je krijgt incomplete en/of chaotische schaduwdossiers. (Dit laatste kan voor een deel de schuld zijn van je collega die de zaak na een vorige fase – een eerdere proformazitting, bijvoorbeeld – op een rommelige manier bij de administratie heeft afgeleverd.) En – om een digitaal uitstapje te maken – het OM gebruikt een ander systeem (GPS) dan de rechters (Divos).

Gevolg van dit alles (en meer) is ten eerste dat je, in plaats van je volle aandacht op de inhoud van de zaak te kunnen richten, veel tijd aan administratieve klusjes moet besteden. Voor dat alles bestaat geen ondersteuning. Ook de griffier niet? Nee, want ook die moet de zitting – inhoudelijk – voorbereiden, al was het maar om een behoorlijk promisvonnis te kunnen maken.
Het zou dus aanbeveling verdienen, als voor dit soort problemen een oplossing wordt gezocht. Dat betekent bijvoorbeeld de inzet van krachten op administratief niveau om dossiers leesklaar bij de rechters af te leveren. Voor voorstellen in die richting heeft het management echter geen oren. De bezuinigingen bij het OM leiden er zelfs toe dat het veel erger wordt, want daar wordt vooral op ondersteuningsniveau bezuinigd. “Ik mag de stukken niet meer in ordners doen,” kreeg ik laatst bij de aflevering van een stapel kopieën van een parketsecretaris te horen. We moeten het dus zelf doen – en laten ons dat aanleunen, omdat wij plichtsgetrouw zijn en rechtzoekenden niet de dupe willen laten worden.

Naast dit alles worden verantwoordelijkheden die bij uitstek bij de rechter horen, steeds meer aan niet-rechters overgedragen. Hoppers (gekwalificeerde politieagenten) delen zittingen in van verdachten die voor eenvoudige zaken worden aangehouden en met een dagvaarding naar huis worden gestuurd. Appointeringsbureaus van het OM bepalen op welke dag en voor welke duur zaken op een zitting worden gezet. Rechters krijgen de voorstellen wel te zien, maar de ruimte voor verandering is mede gezien de agenda’s van officier van justitie en raadsman beperkt.
Hebben rechters bij dit laatste nog de mogelijkheid bij de appointering het dossier in te zien, dat is niet het geval, als een dossier niet meer op papier wordt verstrekt. Dat is het gevolg van de incompatibiliteit tussen de digitale systemen waarmee OM en ZM werken. Op het moment van appointering zitten dossiers nog alleen in GPS en zijn niet voor rechters toegankelijk. Dat komt pas zo’n drie weken voor de zitting, als de dossiers in Divos worden ontsloten.
De oplossing hiervoor bij de appointering? Je krijgt alleen nog de tekst van de tenlastelegging en informatie over het aantal pagina’s. Op basis daarvan moet je beslissen of je de zaak behandelt en hoeveel tijd daarvoor moet worden uitgetrokken. Dat is wat mij betreft niet te pruimen en een van die situaties waarin ik de regie in handen wil houden.

Het mag dan oude wijn zijn, ik dronk op mijn 21e nog erg lekkere wijn uit mijn geboortejaar (toevallig een zeer goed wijnjaar …). Met oude wijn hoeft dus niets mis te zijn.

Willem F. Korthals Altes
Senior rechter rechtbank Amsterdam

Deze bijdrage is een reactie op een bijdrage van Rinus Otte waarin wordt gereageerd op een eerdere bijdrage van Willem F. Korthals Altes.