De kwaliteit in het zonnetje: een pleidooi voor verbinding en zachtheid!

De rechtspraak heet al jaren een lerende organisatie te zijn. Volgens velen komt daar echter nog maar weinig van terecht. Er valt niet zelden te horen dat er vanuit de organisatie te beperkt aandacht geschonken wordt aan kwaliteitsaspecten. In eerste instantie verbaast dat gevoelde tekort aan kwaliteitsaandacht. Er wordt gedurende het jaar behoorlijk wat overzichten verstrekt van de laatste jurisprudentie van de Hoge Raad of van de stand van het recht omtrent een materieel of formeelrechtelijke leerstuk. Dat gebeurt via interne bulletins, interne cursussen en colleges, studiedagen en de mogelijkheid om cursussen te volgen bij de SSR. Teveel om allemaal te kunnen onthouden eigenlijk en zo beschouwd is er eerder een teveel dan een tekort aan aandacht voor de kwaliteit.

Toch zijn we niet tevreden. Iedereen haalt netjes zijn PE-punten, maar dat staat dus niet garant voor de verlangde kwaliteitsimpuls. Waardoor komt dat nu? Helemaal volgens de laatste managementmode zouden we de kwaliteitsimpulsen die er zijn harde vormen van kwaliteit kunnen noemen. En als ik mijn oor in de organisatie te luisteren leg, is er juist vooral behoefte aan meer onderlinge reflectie en overleg. Aan meer zachte vormen van kwaliteit. Kwaliteit in de vorm van meer met elkaar praten dus (zie hierover eerder medeblogger Rinus Otte). Die behoefte komt voort uit het gevoel dat de strafkamers als juridisch ‘los zand’ functioneren en geen eenheid zijn in de wijze waarop ze juridisch functioneren. In de vele kwaliteitsstukken van de Raad en gerechtsbesturen wordt in dit verband de term ‘verbinding’ gebezigd. In ieder geval lijkt er voor de organisatie én voor de daarin werkende medewerkers behoefte aan meer onderlinge juridische verbinding en zachtheid.

Deze modieuze oproep zal op dit blog vermoedelijk een glimlach tevoorschijn toveren. Maar laat het geen cynische of ongelovige glimlach zijn met gedachten als dat “iedere kwaliteitsimpuls toch hopeloos afsterft in vrijblijvendheid” of “als de bloggers op Ivorentoga kwaliteit een warm hart toedragen, eet ik een bezemsteel”. Nee, laat het een blijde glimlach zijn, erkennend dat ook op deze plaats gepleit wordt om de kwaliteit in het zonnetje te zetten.

Laten we er voor het gemak van uitgaan dat er de afgelopen jaren inderdaad te beperkt aandacht is geweest voor verbindende en zachte vormen van kwaliteit. Zo we met z’n allen daadwerkelijk een productiebedrijf zijn geworden laten we dat voor een uurtje per maand vergeten en op zoek gaan naar het onderlinge juridische verband. Dat kan het management niet alleen, daarvoor heeft hij alle collega’s nodig. Zachte kwaliteit in de vorm van een juridisch verband kunnen we krijgen, maar daar zullen we wel met z’n allen ons steentje aan moeten bijdragen, anders is de verbinding moeilijker te vinden. Overigens moeten dat geen grote stenen zijn. Ze moeten geen buikpijn veroorzaken in de vorm van urenlange voorbereidende werkzaamheden. Ook dit moet snel, simpel en effectief.

Een goed voorbeeld van een snelle, simpele en effectieve kwaliteitsactiviteit zijn de aanhoudingenlunches die vanaf begin 2013 voor de raadsheren in de Arnhemse locatie van het hof Arnhem-Leeuwarden worden georganiseerd. Daarbij wordt onder leiding van een senior raadsheer indringend gesproken over toe- en afwijzing van (getuigen)verzoeken. Aan de orde komen zowel de juridische invulling van noodzaakcriterium en verdedigingsbelang, als de wijze waarop daar in de voorfase op is geanticipeerd.

Er zijn echter ook andere activiteiten denkbaar, ook voor secretarissen en de griffiemedewerkers.

– Er kunnen themalunches georganiseerd worden waarin rechters en secretarissen een juridisch thema bespreken aan de hand van eigen voorbeelden of waarin buitenstaanders (journalisten, officieren van justitie, reclasseringswerkers, politieambtenaren) worden uitgenodigd om te spreken over een juridisch/organisatorisch thema met eigen voorbeelden.
– Rechters kunnen meelopen met een zittingsdeel in een andere strafkamer en vervolgens bij een bijeenkomst uiteenzetten in welk opzicht en waarom ze het helemaal anders zouden doen qua voorbereiding, zitting, raadkameren en het opstellen van het arrest. Griffiers zouden hetzelfde kunnen doen ten aanzien van de griffierswerkzaamheden en uiteenzetten in welk opzicht zij het helemaal anders zouden doen qua voorbereiding, raadkameren en het opstellen van het arrest.
– Door rechters en griffiers kan meegelopen worden op de griffie in de vorm van een soort ministage. Vervolgens kunnen deze medewerkers naar aanleiding van hun bevindingen en eventuele verbeterpunten het gesprek aan gaan met hun collega’s en in het bijzonder de griffiemedewerkers.
– Studenten kunnen uitgenodigd worden om een zitting bij te wonen en nadien met de betrokken strafkamer het debat aangaan over de behandeling ter zitting en de uitspraak die uiteindelijk gewezen is.

Zomaar wat activiteiten die volgend jaar bij het Arnhems-Leeuwarder gerechtshof deel zullen uitmaken van de activiteitenkalender. Meerdere enthousiastelingen hebben hun medewerking al toegezegd en ik hoop zo nu en dan op dit blog enthousiast verslag te kunnen uitbrengen van onze gezamenlijke kwaliteitsinspanningen. De bedoeling is dat de medewerkers zelf de organisatie van de betreffende activiteit voor hun rekening nemen. Zij moeten daar zeker niet meer dan een uur voorbereidingstijd instoppen en uiteindelijk een kort verslag van de activiteit maken. Niet alleen over de productie ook over de kwaliteit is verantwoording nodig richting MT en bestuur, maar ook hier moet niet meer tijd in gestopt te worden dan een uurtje tussen de bedrijven door. Het hoeven evenals de activiteiten zelf geen kunststukjes te worden, zolang we op een zachte manier maar de onderlinge verbinding zoeken. En laten we hopen dat op deze manier de kwaliteit eindelijk naar ieders tevredenheid in het zonnetje zal worden gezet.

Rick Robroek
Stafjurist Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, wetenschappelijk medewerker vakgroep Strafrecht RUG en rechter-plaatsvervanger rechtbank Limburg