De feminisering van de rechtspraak

Onlangs las ik in de krant dat was uitgelekt dat de rechtbank in Den Haag overweegt om bij sollicitaties een voorkeursbeleid voor mannen in te voeren. Van de rechters is 56% vrouw, bij de rechters jonger dan 40 jaar is dat percentage zelfs 75%. In het krantenartikel klaagde een man dat hij doordat hij steeds vrouwelijke rechters had getroffen benadeeld was bij de totstandkoming van een omgangsregeling met zijn dochter. Het artikel ging vervolgens verder over de vraag of vrouwelijke rechters anders vonnissen dan hun mannelijke collega’s. Daar wil ik het hier niet over hebben.

Veel belangrijker lijkt me de vraag waarom de rechtspraak tegenwoordig kennelijk zo weinig aantrekkingskracht lijkt uit te oefenen op het mannelijk geslacht. Of is dat helemaal niet zo en zijn er evenveel mannen die solliciteren als vrouwen, maar zijn die vrouwen gewoon beter en slimmer, of beschikken ze over meer vaardigheden bij het voeren van een sollicitatiegesprek? Of gaan er minder mannen dan vrouwen rechten studeren en is daardoor het aanbod van vrouwen groter; of is ook dat niet het geval, maar geven afgestudeerde mannelijke juristen vaker de voorkeur aan andere beroepen en kiezen vrouwen vaker voor de rechterlijke macht, want bij het OM speelt het probleem eveneens? En waarop is die voorkeur van vrouwen voor de magistratuur dan gebaseerd? Aan de ruime mogelijkheden om aldaar parttime te kunnen werken waardoor werk en ouderschap makkelijk zijn te combineren? En is dat dan wel goed voor de organisatie als zo’n selectiecriterium van de sollicitant kennelijk veelvuldig wordt gehonoreerd?

Om op al die vragen een verstandig en gedegen antwoord te kunnen geven zijn cijfers nodig. Ontbreken die, dan zou de Haagse rechtbank misschien wel tot de conclusie moeten komen dat er helemaal niet voldoende mannen beschikbaar zijn om een voorkeursbeleid te kunnen voeren.

Laten we eens bij het begin beginnen. Wie rechter of officier van justitie wil worden, moet beschikken over een afgeronde academische juridische opleiding. En de eerste vraag is dan of er in de rechten jaarlijks meer vrouwen afstuderen dan mannen. Het valt nog niet mee daar achter te komen. Geen informatie bij de universiteiten en ook niet bij het Ministerie van Onderwijs. Na uitgebreide omzwervingen op het net uiteindelijk wel bij het CBS. Absoluut gezien studeren er jaarlijks tussen de 2000 en 2500 juristen af. Sinds 2000 in een verhouding van 40% mannen en 60% vrouwen met een dalende tendens voor de mannen: 36% in 2013. De mannen doen er gemiddeld op een totale gemiddelde studieduur van zo’n 78 maanden, minimaal 5 maanden langer over. Als mannen en vrouwen in gelijke mate zouden opteren voor een baan als rechter en ook in gelijke mate zouden worden aangenomen, zou het percentage van 56% vrouwelijke rechters dus zonder problemen uit de verhouding tussen het aantal afgestudeerden mannen en vrouwen kunnen worden verklaard. Dat geldt echter niet voor het gegeven dat van de rechters onder 40 jaar, en dat zijn degenen die sinds 1998/1999 zij afgestudeerd, 75% vrouw is. Daar moeten dus andere mechanismen een rol spelen.

Wellicht dat meer vrouwen dan mannen zich aangetrokken voelen voor een functie als rechter. Misschien dat dit met de inhoud van het werk te maken heeft? Wellicht dat de mogelijkheden om parttime te werken een rol spelen. Bij de advocatuur intussen wordt juist geklaagd over het omgekeerde. Daar wordt gesproken over de uitstroom van vrouwelijk kapitaal met precies de geringe flexibiliteit in werktijden als belangrijkste reden

Echte cijfers heb ik niet, want gegevens over respectievelijke geslacht van degenen die naar een functie als rechter hebben gesolliciteerd, zijn voor mij in ieder geval niet toegankelijk. Wel stel ik, op grond van mijn ervaringen met het zogenaamde Summercourt, een jaarlijks programma van OM en ZM om talentvolle juristen te werven voor de rechterlijke macht, vast dat ook daar het aantal vrouwen dat deelneemt dat van de mannen verre overtreft.

Gegevens over het percentage aangenomen sollicitanten naar geslacht ontbreken al evenzeer al kan ik me goed voorstellen op grond van de Summercourt ervaringen dat vrouwen een meer gedreven indruk maken; maar of dat positief of negatief heeft gewerkt bij een sollicitatiegesprek kan ik natuurlijk niet beoordelen. Ook het feit dat ze korter over hun studie hebben gedaan zou een positief effect op hun “overselectie” kunnen spelen.
De voorlopige conclusie moet derhalve zijn dat van de afgestudeerde mannen er minder voor de functie van rechter in aanmerking komen dan van hun vrouwelijke collega’s. Of dat aan die mannen zelf ligt, minder belangstelling, slechtere sollicitatieresultaten weten we niet. Of het aan de vrouwen ligt, meer belangstelling en betere resultaten, weten we evenmin.

Dat er meer vrouwen worden aangenomen blijkt uit de cijfers. Als dat zou komen omdat er meer solliciteren en als de reden daarvoor niet primair of hoofdzakelijk met de inhoud van het werk verband houdt, maar is ingegeven door de behoefte aan flexibiliteit, heeft de ZM net als de advocatuur een probleem. Een ander probleem weliswaar, maar toch een probleem. Want een organisatie waar primair de secundaire arbeidsvoorwaarden bepalen wie er graag komt werken moet zich afvragen waar dat op de duur toe leidt.

In ieder geval niet tot klachten van vrouwelijke justitiabelen want die zijn nog immer gering in aantal en krijgen een steeds grotere kans om door seksegenoten te worden beoordeeld.

Dato Steenhuis
Tot enkele jaren geleden Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie