Stop het liegen wel – een reactie

Eindelijk een keer een intelligente reactie op een blog, en van iemand die de praktijk van het strafrecht als weinig anderen kent. Daarmee wordt tenminste bereikt wat ik met mijn proefballonetjes probeer uit te lokken: debat! Ik hoop dat anderen dit voorbeeld zullen volgen.

Nu de inhoud.
Volgens mij is het onjuist te stellen dat een verdachte een verklaringsvrijheid heeft en dus niet meer zou mogen liegen, als hij op de zitting alleen onder ede mag verklaren. Hij heeft het recht te weigeren aan zijn veroordeling en de levering van het bewijs daarvoor mee te werken. Dat wordt onder meer vertaald in zijn recht op vragen geen antwoorden te geven en geen verklaring af te leggen. Dat recht blijft onverminderd in stand.

Een verdachte heeft geen recht te liegen. Sterker nog, als hij aantoonbaar liegt, wordt zijn leugenachtige verklaring als bewijs tegen hem gebruikt. Met zwijgen kan dat niet, al beginnen zich – bijv. in de witwasjurisprudentie – situaties te ontwikkelen waarin het uitblijven van een reactie op een vraag “die schreeuwt om een antwoord” in het nadeel van de verdachte wordt uitgelegd.

Zijn we helemaal van leugens af, als mijn voorstel zou worden gevolgd? Vast niet. Ook – onder ede gehoorde – getuigen liegen er geregeld op los, ook al wordt hun voorgehouden dat dat strafbaar is. In de praktijk worden getuigen zelden voor meineed vervolgd, omdat de sop de kool niet waard is. Rechters leggen zulke verklaringen meestal eenvoudig terzijde. Dat is makkelijker en praktischer dan een vervolging voor meineed, waarbij je moet bewijzen dat de betrokkene heeft gelogen. Plasman merkt terecht op dat liegende getuigen de zaal vaak fluitend verlaten.

Zo zal het ongetwijfeld ook bij sommige onder ede gehoorde verdachten gaan. En wellicht zal diverse culturen het zweren op alles wat je lief is, worden gebruikt als fundament voor onwaarheden. Maar ik denk dat er ook veel verdachten zullen zijn die wel van de mogelijke gevolgen van onder ede uitgesproken leugens kunnen worden doordrongen. Hun advocaat speelt daarbij een belangrijke adviserende rol.

Ik zou niet weten waarom een advocaat meer moeite zou moeten hebben met het verdedigen van een cliënt die – voor hem kenbaar – onder ede liegt. Het blijft volgens mij nog altijd zo dat een advocaat niet kan verklaren dat zijn cliënt de waarheid spreekt – hij is er immers niet bij geweest –, maar de rechter uitsluitend moet wijzen op materiaal in het dossier dat de verklaring van zijn cliënt ondersteunt. Dat wordt niet anders, als zijn cliënt onder ede verklaart.

Ik ben benieuwd naar andere reacties.

Willem F. Korthals Altes
Senior rechter rechtbank Amsterdam