Onafhankelijkheid

Ik hoor ze praten en ik zie ze zitten. Die raadsheren van het Hof in Arnhem in hun raadkamer. Het gaat over de vraag wanneer er voldoende (wettig) bewijs is om tot een veroordeling te komen. Het gaat niet over het geringste feit. Het gaat om mensenhandel en daarmee vaak verbonden uitbuiting van vrouwen. De rechtbank heeft, lang geleden alweer, 7 jaar opgelegd omdat hij meende dat er voldoende bewijs was voor de te laste gelegde feiten. Na (lang) beraadslagen komen de raadsheren tot een ander oordeel. Er is niet voldoende bewijs voor een veroordeling wegens mensenhandel die de 7 jaar van de rechtbank rechtvaardigt. Er wordt 3 weken opgelegd voor een paar kleinere feiten (ik heb het dossier uiteraard niet gezien maar dat is voor mijn commentaar ook niet nodig).

Ik zie ook hen zitten en ik hoor ze praten. De rechters van de rechtbank Midden-Nederland. Ook zij worden voor de vraag gesteld hoeveel meer bewijs dan alleen een getuigenverklaring er moet zijn om tot een bewezenverklaring voor mensenhandel te komen. Zij kiezen een ander spoor dan het Hof, maar dat weten ze dan nog niet en concluderen dat er voldoende bewijs is en veroordelen de verdachte mede gezien de ernst van de feiten tot 7 jaar gevangenisstraf onvoorwaardelijk. Die blijft, in afwachting van het hoger beroep in de voorlopige hechtenis zitten.

Het arrest van het Hof heeft tot veel commentaar geleid. Het OM, dat 9 jaar had geëist, meende dat het tijd werd om gespecialiseerde rechters voor het behandelen van dit soort zaken aan te stellen. In een commentaar in de NRC werd, in het oorlogsjargon van verliezen en winnen dat helaas in de media steeds gebruikelijker wordt, gesuggereerd dat het OM een nederlaag had geleden en dat die roep om specialisten onzin was. Daarna volgde weer eens een ongemotiveerde aubade aan de rechterlijke onafhankelijkheid die dit soort verschillen toch maar mooi mogelijk maakte.

Ik heb me aan beide commentaren stevig geërgerd. Naar mijn mening slaan ze beide de plank fors mis. De rechterlijke onafhankelijkheid is helemaal niet bedoeld om tot dit soort onbegrijpelijke verschillen van oordeel mogelijk te maken maar om de rechter af te schermen van beïnvloeding van de uitvoerende macht. En met gebrek aan specialisatie van rechters hebben de uiteenlopende oordelen evenmin iets te maken. Ik heb geen oordeel over het arrest van het Hof en evenmin over het vonnis van de rechtbank, want ik ken het dossier niet. Ik heb wel een opvatting over het grote verschil tussen beide. Immers hoe is het mogelijk dat een discussie over al dan niet voldoende bewijs in deze tijd tot zulke verschillende oordelen kan leiden? Oordelen die niet alleen voor verdachten buitengewoon zwaar wegen, maar die, in casu, vooral de aangevers/slachtoffers in het hart moeten hebben geraakt. Waarom zijn rechters niet in staat het, al was het maar in beginsel eens te worden over het leerstuk één getuige is geen getuige, als dat leerstuk hier al van toepassing was? Waarom slaagt de ZM er niet in om over dat leerstuk een behoorlijk debat te voeren aan de uitkomst waarvan iedereen zich conformeert. Ik wil als verdachte als slachtoffer en ook als burger niet afhankelijk zijn van dit soort onafhankelijkheid; van de allerindividueelste opvatting van een individuele rechter of strafkamer. Ik wil een betrouwbare en voorspelbare rechtspraak waar dit type leerstukken terdege zijn besproken en, hoge uitzonderingen daargelaten, telkens tot een zelfde resultaat leiden. Begrijp me goed: ik wil geen rechter als uitsluitend “bouche de la loi”, maar wel één die niet uitsluitend op eigen doft of met de collega’s in de betreffende kamer tot zijn oordeel komt. Ik wil een rechter en een rechterlijke organisatie waarbij duidelijk is welke feiten er bij het oordeel toe doen en hoe ze worden gewogen.

Enige tijd geleden wees het Hof in Den Haag een arrest waarin een man die bij een juwelier had ingebroken – dat schijnt frequent voor te komen – er weliswaar levend vanaf was gekomen, maar wel gewond was geraakt. Die verwonding was voor het Hof aanleiding de hoogte van de starf te matigen ten opzichte van het rechtbankvonnis, waarbij die verwonding (kennelijk) geen rol had gespeeld. Ik vind dat evenzeer een voorbeeld van onbetrouwbaarheid en onvoorspelbaarheid van rechterlijke beslissingen. Als dergelijk letsel niet tot het “inbrekersrisico” (Teeven) behoort, dan dient dat voor de hele rechtspraak te gelden en niet de ene keer wel en de andere keer geen gewicht in de schaal te leggen. Bovendien zal duidelijk moeten zijn in welke mate het tot strafvermindering zal moeten leiden.

Kortom de zittende magistratuur zou zichzelf en de samenleving een grote dienst bewijzen door in dit soort gevallen niet te koketteren met de rechterlijke onafhankelijkheid maar te zorgen voor een voorspelbare en daardoor betrouwbare rechtspleging waarbij de rechter als individu zich schikt naar de normen die in collegiaal overleg tot stand zijn gekomen. Daar is geen specialisering voor nodig.

Dato Steenhuis
Tot enkele jaren geleden Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie