Geef de professional vertrouwen!

Er is rust nodig in de strafrechtketen! Fusies, bezuinigingen, werkdruk, productiedruk, doorloopdruk, digitalisering, nieuwe wetgeving, automatisering, media-aandacht, politieke bemoeienis, sensatie in de zittingszaal… Er is van dit alles teveel. En dat begint het individuele functioneren van rechters en officieren van justitie in ernstige mate te raken. Binnen de strafrechtketen is een té grote mate van bureaucratie aan het ontstaan. En ik vermoed dat dit voortkomt uit een wezenlijk gebrek aan vertrouwen in individuele professionals.
In Nederland is al jaren een stille omwenteling binnen de Rechterlijke Macht aan de gang. Die omwenteling verloopt geleidelijk, bijna sluipend. En we laten het dus ook maar ‘gewoon’ passeren. Maar het komt er wel op neer dat in alle stilte het basisprincipe van de rechtsstaat, te weten de scheiding der Staatsmachten (wetgevende macht, uitvoerende macht en rechterlijke macht) de nek om wordt gedraaid.

Wat is er aan de hand in de strafrechtketen? En meer in het bijzonder, wat is er aan de hand bij het openbaar ministerie? Dit is de moeite waard om onder de loep te nemen, want het OM is al vanaf eind 20e eeuw aan het reorganiseren. Het vormt daardoor een prachtig studiemodel voor wat de algehele Rechterlijke Macht te wachten staat, als de huidige trend niet wordt gekeerd.

De officieren van justitie in Nederland vormen gezamenlijk de staande magistratuur en maken als zodanig traditioneel deel uit van de Rechterlijke Macht: één van de drie Staatsmachten. Die verantwoordelijkheid moest echter wel verdiend worden. Daarvoor was nodig dat de officier van justitie-als-magistraat een cruciale functie diende te vervullen binnen onze rechtsstaat: de zorg voor het strafdossier vanaf onpartijdige controle op het opsporingsproces tot en met een vlekkeloze aanbrenging van de strafzaak bij de rechter. Uitvoering van die functie vereiste persoonlijk gezag, durf om ingrijpende beslissingen te nemen, vakmanschap, kennis en ambachtelijke kwaliteiten bij de officier van justitie.
Het nieuwe OM, als landelijke organisatie, is inmiddels niet meer dan een op productie gerichte uitvoeringsorganisatie; niet anders dan een willekeurig ministerie een onderdeel van de uitvoerende macht. En het ambt van officier van justitie is daaraan ondergeschikt gemaakt; verworden tot weinig meer dan een uitvoerder in openbare dienst.

In een recente brief over bezuinigingen bij het OM, die onder de leden van de NVvR circuleert, wordt gerept van het ‘centraal stellen van de professional’. Mooie woorden. Maar als de procureurs-generaal daarnaar zouden handelen, dan zou men die professionals ook het bijbehorende vertrouwen moeten geven. En dat vertrouwen is precies wat feitelijk weg-gereorganiseerd is, en waardoor de officieren van justitie in de rechtszaal niet meer de betrouwbare adviseurs van de rechtbank kunnen zijn, die zij volgens ons strafrechtsysteem zouden moeten zijn.

Het OM is zichtbaar in kwaliteit achteruit gegaan sinds vanaf 2005 werkprocessen als lopende band zijn ingericht: de ‘koekjesfabriek’.
In die huidige organisatiestructuur zijn verantwoordelijkheden op zo laag mogelijk niveau neergelegd. Vaak zelfs op administratief niveau (vanwege bezuinigingen steeds vaker zelfs uitgevoerd door uitzendkrachten), waar weinig benul bestaat van de eisen die het werk in de rechtszaal aan het OM stelt. Om deze werkwijze mogelijk te maken, zijn veel te nemen beslissingen op standaardwijze geprotocolleerd. Hierdoor is ‘maatwerk’ vrijwel niet meer mogelijk.
Door het lage uitvoeringsniveau, de standaardisering en de protocollering, zijn de OM-werkzaamheden versnipperd georganiseerd. Hierdoor is een soort lopende band ontstaan, waarbij iedere productiemedewerker zijn/haar aandeel in de assemblage levert. Het gevolg hiervan is dat in het grootste deel van de zaken geen totaaloverzicht over de strafzaak bestaat. Niemand draagt dus ook feitelijke verantwoordelijkheid voor de doorsnee dossiers.

Pas aan het eind van dit lopende band-zittingsvoorbereidingsproces komen alle beslissingen in het dossier bij één persoon, en dat is de zittingsofficier. De zittingsofficier wordt aldus geconfronteerd met een op versnipperde wijze door anderen samengesteld dossier. Hij/zij moet daarover aan de rechtbank verantwoording afleggen, maar kan dat steeds vaker niet. Dit levert onvrede op bij zowel rechtbank en advocatuur als de betrokken officieren van justitie.
Maar ook wordt hierdoor het recht geweld aangedaan.
Het moge duidelijk zijn dat een dergelijk OM niet langer deel kan uitmaken van de Rechterlijke Macht.

Met de laatste ontwikkelingen bij het OM, het “ZSM”-project, zet de vervreemding zich nog verder voort. “ZSM” lijkt niet meer dan symptoombestrijding en alleen maar goed te zijn voor de OM-doorlooptijden.
De zaken worden nu zelfs buiten de parketten voorbereid en beslissingen worden in een veel te vroeg stadium genomen. Gevolgen hiervan zijn onder meer:
– de omvang van de zaak blijkt niet aan te sluiten op de appointering, of stukken van bijv. slachtoffers zijn niet gereed, met als gevolg veel aanhoudingen door de rechtbanken, die daar weer financieel op worden afgerekend;
– vragen in het voortraject over de dossiers, met name vanuit de advocatuur, kunnen niet worden geadresseerd, simpelweg omdat er niemand te bereiken is die voldoende van het dossier weet.
Op deze wijze krijgen de rechtbanken steeds meer de vuiltjes van de gebrekkige OM-organisatie toegeschoven. Als er niet tijdig wordt ingegrepen, is zelfs niet ondenkbaar dat de ZM daarmee – indirect – verantwoordelijkheid krijgt opgedrongen voor de zitting-voorbereiding; en dat is toch echt een OM-taak.

Om het tij te keren, in het belang van de gehele strafrechtketen en dus de samenleving, is nodig dat niet alleen in woord wordt beleden dat de professional centraal moet worden gesteld, maar dat daar ook naar wordt gehandeld. En dat kan door:
– vertrouwen (terug) te geven aan de individuele officieren van justitie,
– te bezuinigen op beleidsambtenaren, leidinggevenden en andere overhead,
– te investeren in – voldoende – strafrechtelijk goed onderlegde officieren van justitie en parketsecretarissen,
– te investeren in coaching van jonge officieren en parketsecretarissen door ervaren officieren,
– rechtstreekse verantwoordelijkheid voor alle dossiers (dus ook de kleinere), vanaf opsporing tot en met zitting, neer te leggen op het niveau van officier van justitie: ‘de professional centraal’.

En laten we zorgdragen dat rechters niet ook worden meegezogen in het opportunisme van de wetgevende en de uitvoerende machten.
Anders moeten ook de rechters nog uit de Rechterlijke Macht worden verwijderd…

Perry Quak,
Senior rechter Rechtbank Gelderland