Too little, too late and too lenient

Al eerder heb ik betoogd dat de productie van de strafrechtketen gedurig daalt. Ook heb ik aandacht gevraagd voor de doorlooptijden van strafzaken en uitvoerig ben ik ingegaan op de hoogte van de straffen. Op al die columns is nauwelijks gereageerd hetgeen ik betreur. Ik doe daarom nog eens poging om een totaalbeeld te schetsen van de alsmaar dalende output/prestaties van de strafrechtketen. De titel van deze column is van dit verval naar mijn mening een passende samenvatting.

Ik gebruik de ontwikkelingen in de periode 2005-2011 om mijn bezorgdheid te onderbouwen.

Om te beginnen wordt van de ondervonden criminaliteit steeds minder bij de politie gemeld. Op zich zelf is dat gezien de eerder genoemde kloof nog niet zo erg. Wel zorgelijk is dat inmiddels 37% van de slachtoffers zegt niet te melden omdat aangifte doen toch niet helpt. Dat is niet bepaald een blijk van vertrouwen in de politie en het lijkt me een mooie doelstelling voor de Nationale Politie om dat percentage geleidelijk aan naar beneden te brengen door beter te presteren bij de zaken waarvan wel aangifte wordt gedaan.

Hoe dan ook, in 2011 worden er door de politie bijna 1,2 miljoen misdrijven geregistreerd. Dat is 11% minder dan in 2005. Helaas daalt het aantal opgehelderde misdrijven met 15% nog sterker en de geregistreerde verdachten spannen de kroon met een daling van 25%. Terwijl je zou verwachten dat bij minder geregistreerde feiten er meer ruimte is om verdachten in te boeken en misdrijven op te lossen gebeurt dat dus niet. Het aantal zaken dat naar het OM wordt gestuurd is in zo’n geval natuurlijk ook minder en bedraagt ruim 225000, 16% minder dan 6 jaar tevoren.

Daarmee zijn we aangekomen bij de rechterlijke macht, het OM en de rechter. Gezamenlijk doen die in 2011 bijna 28% minder zaken af dan in 2005. Het aantal OM-afdoeningen daalt met 31%, die door de rechter met 23% en het OM brengt 20% minder dagvaardingen uit dan in 2005. Daarbij vallen twee dingen extra op. Bij het OM dat het aandeel van de sepots in het totaal van de afdoeningen oploopt van 23% naar ruim 34. Bij de rechter dat het aantal vrijspraken bijna verdubbeld is van net 5 tot bijna 10%. Dat betekent dat het aantal zaken die zonder sanctie eindigden opliep tot meer dan 20% van het totaal. Kennelijk slaagt het OM er steeds minder in om van de politie zaken te krijgen die wel tot een effectieve interventie kunnen leiden. Want laten we wel wezen: natuurlijk zullen er altijd vrijspraken en vermoedelijk ook sepots zijn. Maar een Openbaar Ministerie dat meer dan een vijfde van zijn input zonder (echte) sanctie ziet eindigen, doet toch iets verkeerd. En een daling van ca. 220000 reële interventies in 2005 naar nog maar 148000 zes jaar laten moet toch te denken geven. Tot zover over “too little”.

Wat het “too late” betreft kan ik kort zijn. In de vergelijkingsperiode is de snelheid waarmee zaken door het OM worden afgedaan , na een traagheidspiek in 2009, weer op het niveau van 2005 en ligt iets onder 90 dagen. Bij de rechter is het beeld heel wat minder gunstig. Daar neemt de gemiddelde doorlooptijd, vanaf het moment dat de zaak bij het OM wordt ingeschreven tot de afdoening, gemiddeld met 22% toe, van 179 naar 219 dagen. Een gunstige uitzondering vormt de kinderrechter waar men er 7 dagen korter over doet dan in 2005. Daar staat tegenover dat het bij de politierechter gemiddeld 36 dagen langer duurt en bij de meervoudige kamer zelfs 72 dagen. Bij dit alles moet bedacht worden dat de tijd tussen het moment waarop het misdrijf gepleegd is en het moment waarop de zaak bij het OM wordt ingeschreven, in de definitie van de doorlooptijd niet is opgenomen. Een slachtoffer zal dus gemiddeld nog aanzienlijk langer op een beslissing moeten wachten dan uit deze cijfers blijkt. Gemiddeld een jaar bij een MK-zaak lijkt daarbij geen overdreven schatting. Over de gerechtshoven zijn geen vergelijkbare gegevens beschikbaar. De normcijfers die door de Raad voor de Rechtspraak zijn geformuleerd, worden echter door het overgrote deel van de hoven bij lange na niet gehaald.

Tenslotte: “too lenient”. Over de strafmaat heb ik het in mijn columns al regelmatig gehad. Toch nog een keer de essentie. In 2005 waren er ruim 123000 schuldigverklaringen waarbij een straf werd opgelegd; in 2011 waren dat er, als gevolg van de hiervoor geschetste ontwikkeling, nog maar net 90000. In verreweg de meeste gevallen – rond de 85%- legde de rechter daarbij een enkelvoudige hoofdstraf op. Daartoe zal ik me beperken. Zowel in 2005 als in 2011 was het aandeel van de gevangenisstraf of jeugddetentie 25,7% met een dip van 21,1% in 2009. Het aandeel van de geldboete daalde in die zelfde periode van 39 naar 32 procent. De taakstraf nam toe van 17 naar bijna 27 procent. Als we vervolgens deze (deels) onvoorwaardelijke hoofdstraffen nader beschouwen dan blijkt het volgende. Het aandeel van de gevangenisstraffen tot 6 maanden is gestegen van 73,8 tot 76%. dat van de straffen langer dan een jaar is gedaald van 13.0 naar 10,9% en de straffen tussen 6 maanden en een jaar zijn qua omvang gelijk gebleven. Bij de geldboetes is het aandeel van de boetes onder de €450 toegenomen van 58,9 naar 65%. Het deel van de wat zwaardere boetes tot €1000 is gedaald van 31,5 tot 25,2% en de boetes boven de €1000 zijn zelfs teruggelopen van 9,7 naar 2,3% van het totaal. Bij de taakstraffen tenslotte valt allereerst op dat de onvoorwaardelijke variant is gedaald van 90 tot 70% van het totaal en de geheel voorwaardelijke van 4 tot 12% is gestegen. In 2005 vormden de taakstraffen onder de 60 uur nog ruim 57% van het totaal. Zes jaar later was dat opgelopen tot meer dan tweederde (68%). In lijn daarmee daalde het aandeel van de straffen boven de 80 uur van 31.8 tot 21.7%. Iets minder dan 10% was in 2011 boven de 120 uur tegen nog 16,5% in 2005. Indien dat al ooit het geval is geweest, dan is er met deze ontwikkelingen in ieder geval steeds minder grond om de taakstraf als een volwaardig equivalent voor de gevangenisstraf aan te merken.

In het licht van het bovenstaande moet gevreesd worden dat het strafrecht, zowel wat zijn bereik aangaat, qua snelheid van handelen en wat de ernst van de sancties betreft verwordt tot een quantité negligable, als het dat niet al is. Oftewel, te weinig, te weifelend en te weekhartig.

Dato Steenhuis
Tot enkele jaren geleden Procureur-Generaal en lid van het College van Procureurs-Generaal Openbaar Ministerie