De troost van het menselijk tekort

Interview Rinus Otte in Mr. 2013, nr. 3.

Rechters krijgen ogenschijnlijk meer tijd om hun zaken te behandelen, blijkt uit een brief van de Raad van de rechtspraak. Rinus Otte, senior
raadsheer bij het gerechtshof in Arnhem en hoogleraar organisatie van de rechtspraak in Groningen, vindt dat professionals zelf meer verantwoordelijkheid moeten nemen bij de organisatie van hun werk.

Op tafel staat een tinnen doosje. Het deksel is versierd met een afbeelding van de Petit Prince, hoofdpersoon van het gelijknamige boek
van de Franse schrijver Antoine de Saint-Exupéry. De Kleine Prins verwoordt in het boek zijn verwondering over de aarde waarop hij bij toeval is terechtgekomen. Het sprookjesachtige verhaal is feitelijk een filosofisch relaas over de vraag hoe mensen met elkaar omgaan en een
pleidooi voor acceptatie van de ander en het andere. Rinus Otte probeert in zijn werk hetzelfde te doen. Al jaren publiceert hij artikelen over de organisatie van de rechtspraak en formuleert hij antwoorden op de vragen waarom rechters hun werk als (te) zwaar ervaren en waarom de samenleving steeds meer kritiek heeft op de magistraten en hun werk. In 2010 publiceerde Otte daarover het boek De nieuwe kleren van de rechtspraak. Daarin schetst hij op basis van zijn eigen ervaringen bij het Hof Amsterdam en andere gerechten een beeld van de manier waarop rechters werken en hoe ze met elkaar en hun leidinggevenden omgaan.
In de pers verschenen artikelen die suggereerden dat het een zootje was in de rechtspraak. NRC Handelsblad schreef dat rechters “ijdel, lui en rot” waren. Het boek werd in rechterlijke kringen vervolgens vrij breed doodgezwegen. Otte kreeg een harde les in de wetten van de media. Emoties koppen fijner dan feiten.