Niet de straf, maar de vervolging

Het is alweer meer dan 5 jaar geleden dat ik mijn maandelijkse column wijdde aan de kwaliteit van de opsporing en gedwongen was teleurstellende conclusies te trekken. Ik wil het nu opnieuw hebben over de prestaties van mijn geliefde Openbaar Ministerie, waarin overigens tegenwoordig de liefde veel maatschappelijke aandacht trekt.

Ik beperk me tot één van die prestaties, namelijk de mate waarin het OM erin slaagt de opsporing zo te sturen dat het de zaken krijgt waarom het, als gezag over de opsporing, heeft gevraagd en de zaken waar het iets zinvols mee kan, tegenwoordig de betekenisvolle interventie geheten. Dus doende kom ik als het ware vanzelf uit bij een analyse van het sepotbeleid. Ik vergelijk het jaar 2006, toen ik wegging bij het OM, met het jaar 2016, het laatste waarover gegevens beschikbaar zijn. Mijn bron is, zoals veel vaker, de publicatie Criminaliteit en Rechtshandhaving, een gezamenlijke uitgave van het CBS, het WODC en de Raad voor de Rechtspraak. En ik meen te weten dat ook het OM tegenwoordig participeert. Lees meer …

De rechtspraak in het nieuws

Recent was de rechtspraak weer een paar keer in het nieuws.

Folkert Jensma gaf ons in de NRC drie vegen uit de pan. Zijn eerste steen des aanstoots is het ontbreken van een complete database met uitspraken. Dat belemmert systematisch onderzoek naar bijvoorbeeld straftoemetingsverschillen tussen gerechten en de anonimisering van namen van professionele partijen in uitspraken belemmert een analyse van bijvoorbeeld hun eventuele wangedrag. Als tweede steen des aanstoots noemt hij het ontbreken van mogelijkheden voor een journalist om kennis te nemen van processtukken. Daar komt bij dat in het strafproces de inhoud van het dossier vaak als bekend wordt verondersteld. Als toehoorder op de tribune moet je dan maar raden waar het om gaat. Daarbij komt ook nog eens het ontmoedigende vakjargon en de moeizame toegankelijkheid van onze gerechtsgebouwen. Als derde noemt hij de chaotische en per gerecht verschillende persrollen. Lees meer …

Een kleine geschiedenis van de roekeloosheid (en hoe de Hoge Raad de wetgever dwong om de vrijheid van de feitenrechter te beperken)

Onlangs maakte de minister het conceptwetsvoorstel ‘Aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten’ bekend. Hierin worden een aantal wijzigingen voorgesteld van de Wegenverkeerswet. Getracht wordt het grote verschil weg te nemen in strafmaximum bij (zeer) gevaarlijk rijgedrag zonder en met gevolgen (het zogenaamde ‘strafgat’) door:

1. het strafmaximum bij gevaarlijk rijgedrag dat zonder gevolgen is gebleven (artikel 5 WVW 1994) te verhogen;
2. een strafbaarstelling te introduceren voor zeer gevaarlijk rijgedrag dat zonder gevolgen is gebleven met een nieuw artikel 5a WVW 1994;
3. in de wet te expliciteren waar roekeloosheid bij zeer gevaarlijk rijgedrag met gevolgen (artikel 175 WVW 1994) in kan bestaan door een koppeling te maken met de voorgestelde strafbaarstelling van artikel 5a WVW 1994. Lees meer …

Constructief strafrecht

Door Lisa Ansems

In zijn blog van 8 mei 2018 vraagt de heer Steenhuis zich af waarom de Nederlandse strafrechter in toenemende mate slappe koek serveert door te licht te straffen en te veel nadruk te leggen op (re)socialisering. Steenhuis roept rechters op om strenger te straffen. Daarmee verwoordt hij een sentiment dat onder een groot deel van de Nederlandse bevolking lijkt te leven, zoals recentelijk ook beschreven door Henri Beunders in een interessant opiniestuk in de NRC. Na een rondgang door het strafrecht constateert Beunders dat we in een zero tolerance-samenleving leven, waarin empathie en het gevoel voor de menselijke maat zijn verdwenen ten faveure van de roep om vergelding en zwaardere straffen.[1] Lees meer …

Tegenbrandjes

Na bijna achttien jaar in de advocatuur zou je denken dat de volwassenheid in zicht komt. Misschien heb ik vooral dingen afgeleerd, wat volgens mijn aardrijkskundeleraar F. Smit het ware leren in het leven uitmaakt. Voor ik begon spiegelde ik me graag aan de eloquentie van Smit en zag mij op het floret van de tong in het nauw gedreven burgers voor de kaken van de overheidsmoloch wegslepen. Bijna alles aan deze fantasie is fout gebleken. Nederland mag een land met een domineestraditie zijn, al te vurige welbespraaktheid is geen plus. Misschien stemt het de cliënt gunstig of vragen ze je voor tv, maar op de rechtbank maakt de overtreffende trap geen indruk. Wat wel werkt: braaf op nuances wijzen die de andere partij verwaarloost. Jezelf niet positioneren als beroepstegenspreker maar als bereidwillige meedenker, die middelen voor een afgewogen eindoordeel aanreikt. De gemiddelde rechter laat zich graag voeden. Steeds maar de nuance zoeken, samen met een dosis geluk kan het een zaak doen kantelen. Lees meer …

Laten we stoppen met onnodig aangeven

“X is 85 jaar geworden.” Zo eindigt een bericht vaak, als in een nieuwsjournaal op de radio kond van het overlijden van een meer of minder bekende persoon wordt gedaan. Het is een soort plechtig ritueel dat bij dit soort mededelingen standaard in acht wordt genomen. Op dezelfde manier lijkt het tegenwoordig met de melding “X heeft aangifte gedaan” of “X overweegt aangifte te doen” te gaan. Dit hoor je, als zich een – mogelijk strafbaar – feit heeft voorgedaan en het slachtoffer vindt dat daartegen moet worden opgetreden. Het lijkt wel of (het bericht van) het doen van aangifte net als (de mededeling over) de bereikte leeftijd een vast ritueel is geworden. Lees meer …

De strafrechter moet straffen!!!

Een paar weken geleden las ik in de krant dat de rechter vaker therapie oplegt dan straf na huiselijk geweld, zulks veelal op voorspraak van het OM. Het is slechts één van de vele voorbeelden waaruit blijkt dat OM en rechter de weg kwijt zijn als het gaat om het vervullen van hun maatschappelijke taak te weten het toepassen van het strafrecht. Dat strafrecht is bedoeld als ultimum remedium oftewel als laatste redmiddel om te reageren op normschendingen die met straf zijn bedreigd.

Als het proces van socialisering is mislukt, als opvoeding, scholing, training, stages en wat dies meer zij, niet het gewenste resultaat hebben gehad, en er misdrijven worden gepleegd, is het strafrecht aan zet. De inhoud van de reactie van dit pijnlijke recht moet, dient zich, naar mijn stellige overtuiging, te onderscheiden van het instrumentarium, dat bij eerdere pogingen om mensen te socialiseren is gebruikt. Lees meer …

Helderheid over en transparantie in doorlooptijden gevraagd

Dato Steenhuis besprak in zijn column Transparantie gegevens over doorlooptijden bij de Rechtspraak, of eerder de gebreken daaraan. Dat tegen het licht van het in 2014 door de Raad voor de rechtspraak ge-uite voornemen de doorlooptijden tot 2018 (gemiddeld) met 40% te bekorten.[1]

Eerst een paar zaken ter verheldering. We moeten onderscheid maken tussen gegevens over de doorlooptijden van zaken voor de totale of grote delen van de strafrechtelijke keten (politie, OM, rechter) en die bij de Rechtspraak op zich. De gegevens die Criminaliteit en Rechtshandhaving tot en met jaargang 2013 publiceerde betroffen de doorlooptijden van zaken van instroom bij het OM tot afdoening door OM of rechter.[2] Sindsdien worden die niet meer gepubliceerd, omdat de beschikbare gegevens niet betrouwbaar zijn gebleken.[3] Het ontbreken van deze ‘keten-brede’ gegevens is zeker een gemis. Lees meer …

De Geketende Kei

Aan de Oude Gracht in Utrecht, de stad van de IT afdeling van de rechtspraak Spir-IT, kun je een zwerfkei vinden die met een ketting aan een muur is verankerd. Volgens een van de mythes werd de steen in vroeger tijden door geesten gebruikt om ’s nachts een potje te kaatsenballen. De bewoners werden dat natuurlijk zat en legden de kei aan de ketting.

Recent is het rechtspraak-project KEI, Kwaliteit en Innovatie, in het nieuws gekomen. De Raad voor de Rechtspraak heeft het bedrijf TRConsult verzocht een extern expertoordeel te geven op de risicobeheersing t.a.v. het KEI project. Behalve een compliment dat er ondanks de grote opzet van KEI toch dingen geslaagd zijn, zoals de digitalisering van de strafrechtspraak, is het rapport vooral kritisch. Lees meer …

Brexit, Miss Marple en rechterlijke vrijheid

Als u wel eens iets van Miss Marple hebt gelezen, weet u dat deze grisse vrijgezel grote misdrijven oploste met behulp van kennis uit haar dorp St. Mary Mead. Dat gaat dan ongeveer zo (niet aan een echte Miss Marple casus ontleend, maar voor het idee). De vrouw van Lord X, Lady Y, wordt vermoord. De bijzit van Lord X, de gouvernante Z, wordt verdacht Lady Y met een kopje vingerhoedskruid-thee te hebben vergiftigd, en wat blijkt? Die was dat toevallig ook van plan, maar net toen ze op haar slechte pad ging, bleek iemand haar al voor te zijn geweest. Miss Marple weet de altijd loyale tuinman te ontmaskeren, die eigenlijk, net als haar dorpsgenoot de vriendelijke kruidenier meneer Jones, een narcist blijkt te zijn. Hij wilde wraak nemen op de bijzit Z, die hem als minnaar had afgewezen en die hij de schuld van de moord in de schoenen wilde schuiven door wat blaadjes vingerhoedskruid in haar kamer rond te strooien. Lees meer …