Toewijzing van getuigenverzoeken is niet meer vanzelfsprekend

Ruim voor de arresten die de Hoge Raad in juli 2014 en juli 2017 over getuigenverzoeken wees, vroeg ik me in 2013 af wanneer een einde zou worden gemaakt aan kostenverslindende en tot niets leidende getuigenverhoren. Mijn betoog kwam erop neer dat er meer gevergd zou mogen worden van de motivering van getuigenverzoeken en dat het louter willen horen in het bijzijn van de verdediging geen motivering zou moeten zijn die tot toewijzing van het getuigenverzoek zou moeten dwingen. Anders ligt het wellicht voor verzoeken tot het horen van getuigen van wie de eerder afgelegde verklaring sole or decisive evidence is. In die gevallen moet immers de getuige worden gehoord, wil de verklaring voor het bewijs gebezigd kunnen worden. Ten aanzien van dergelijke getuigen zou in ieder geval bezien moeten worden in hoeverre van de verdediging verlangd zou mogen worden om in een vroeg stadium ook duidelijk te maken waarom van dergelijk bewijs sprake is. Buiten dat ging de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in mijn ogen te ver, omdat het ook gold voor de getuige ten aanzien van wie er geen enkele indicatie was dat die getuige bij het verhoor in aanwezigheid van de raadsman anders zou gaan verklaren, en tevens voor die gevallen waarin procespartijen ook niet goed weten aan te geven wat die getuige meer zou moeten worden gevraagd dan de politie al heeft gevraagd. Daarachter zat – zo schreef ik in een naschrift op een gegeven reactie op het blog – de gedachte dat ik niet inzag waarom getuigen meerdere keren met hetzelfde geconfronteerd moeten worden. Ik verwees daarbij naar de blinde Bossche strafrechter Hermans, die ooit liet optekenen dat je op basis van het waarnemen van een getuige niet kúnt vaststellen of een getuige liegt en dat rechters die dat wel denken te kunnen ontslag zouden moeten nemen. Ten slotte vroeg ik me af in hoeverre in de moeite die moet worden gedaan om een getuige in het buitenland te horen, een gerechtvaardigde reden kan worden gevonden om van het horen van een getuige af te zien. In plaats van te menen dat dit altijd moet worden geprobeerd, leek het me wijzer om te reflecteren op waar we ‘nu helemaal mee bezig zijn’. Lees meer …

De witwassende samenleving

Onlangs kon de ING bank vervolging terzake witwassen ontlopen middels een betaling van €800 miljoen.

Sinds die transactie bekend geworden is worstel ik met een probleem en die worsteling is terug te voeren op een arrest van de Hoge Raad van alweer uit 2010.

In dit arrest laat de Hoge Raad een arrest van het gerechtshof Amsterdam over vermenging bij witwassen in stand. In die uitspraak had het hof overwogen dat de inbreng in de betrokken onderneming van een vermogen met criminele herkomst van 3 miljoen gulden betekent dat een dusdanig substantieel bedrag is ingebracht dat het gehele vermogen van die onderneming moet worden geacht door die inbreng besmet te zijn geraakt. Dit laatste ook wanneer daarbij betrokken wordt dat door de onderneming vele tientallen miljoenen van niet-criminele herkomst werden geïnvesteerd. Lees meer …

Tijd voor echte professionalisering

Tot in de jaren ’80 van de afgelopen eeuw konden zelfs in wat toen grote rechtbanken waren, belangrijke besluiten makkelijk met alle rechters worden afgestemd en was elke rechter redelijk dicht bij het beleid en de gang van zaken betrokken. De president besliste niet alleen over vrijwel alles wat in het gerecht gebeurde, maar behandelde ook zaken, veelal kortgedingen. Aan spraakmakende zaken (en uitspraken of zittingspraktijken) ontleenden sommige presidenten hun landelijke bekendheid.
Binnen de rechtbanken heersten naast een min of meer vanzelfsprekende hiërarchie overzichtelijke sociale verhoudingen, mede doordat de rechters doorgaans uit dezelfde maatschappelijke kring (het rode en het blauwe boekje) voortkwamen. Voor nieuwe rechters was het daarom geen enkel probleem op dezelfde manier te werken en zich op dezelfde wijze als hun ervaren collega’s te gedragen. Verder was het (externe) gezag van rechters en hun organisatie onaantastbaar. En het woord “productiecijfers” moest nog worden uitgevonden.
In die sfeer bestond weinig ruimte voor – maar ook relatief weinig behoefte aan – dissident gedrag of afwijkende meningen. Wie iets wilde wat niet met de heersende opinie overeenkwam, kon worden geconfronteerd met “dat moesten we maar niet doen”. En wie zich in een onbewaakt ogenblik niet volgens de erkende normen gedroeg, mocht niet verbaasd zijn, als hem “zo gaan we niet met elkaar om” werd toegeworpen. De wereld van rechters bestond verder voornamelijk uit mannen. Hoe dan ook was ondenkbaar dat vrouwen president werden. Lees meer …

De vermeende nood van de zittende magistratuur

Het is weer eens zover. De rechterlijke macht vraagt om meer geld. De rechtsstaat dreigt te worden uitgehold. De machtenscheiding komt in gevaar, zo wordt gezegd in een brief aan de Minister van Rechtsbescherming. Het loopt de rechtspraak, ik begrijp in het strafrecht, over de schoenen. Zomin als ik destijds het z.g. Leeuwarder manifest begreep, zomin begrijp ik deze en andere oprispingen en klachten over de werkdruk. De aanleiding voor de zorgen, het alsmaar dalende aantal zaken, begrijp ik wel, maar om andere redenen. Eerst waarom ik het niet begrijp. Lees meer …

Gezocht: een chief justice op Sint Maarten

Aan alles komt een einde, dit jaar nog aan dit mooie blog, en volgend jaar per 1 augustus ook aan mijn tijd in de West. Dat lijkt nog ver weg, maar door de afstanden en de voorbereidingen, moet je vroeg beginnen, dus vandaar dat recent ‘mijn’ vacature als vice-president in het Gemeenschappelijk Hof, en in die hoedanigheid als chef van het Gerecht in Eerste Aanleg van Sint Maarten, werd open gesteld. Net als die van de eveneens volgend jaar vertrekkende rechter-commissaris.

Tijd voor een reclamepraatje. Lees meer …

De procesinleiding en de vrijheid die de strafrechter (niet) verdient

In 2015 pleitte ik op Ivorentoga om af te stappen van het systeem waarin de officier van justitie het strafdossier naar de strafrechter stuurt om een dag voor de terechtzitting te bepalen. Dit systeem zorgt er namelijk voor dat de rechter niet in staat is regie te voeren. Tussen het moment dat de strafrechter het dossier krijgt en hij de dag voor de terechtzitting moet bepalen heeft hij op grond van de wet geen moment om regie te voeren. Een dergelijk regiemoment zou de mogelijkheid kunnen creëren de verdediging het procesdossier te verstrekken en een termijn te kunnen koppelen aan het indienen van getuigenverzoeken die dan kunnen worden beoordeeld aan de hand van het lichtere criterium van het verdedigingsbelang. Dit laatste zou ervoor zorgen dat eindelijk afscheid zou kunnen worden genomen van de (ook vanuit verdedigingsoogpunt) onnodige mogelijkheid om tot 10 dagen voor de zitting om getuigen te verzoeken die alsdan beoordeeld moeten worden aan de hand van dat lichtere criterium. Lees meer …

Terugblik op Ivorentoga 2012-2018

Inleiding
Het blog Ivorentoga nadert het eind. In bijna zeven jaar zijn er een paar honderd korte en langere stukken geplaatst over de werking van het strafrecht. Mijn idee voor een blog werd geboren uit een zekere onvrede met de rechtsgeleerde literatuur die voor een deel theoretisch is, maar waarin teveel debat via de voetnoten plaatsvindt en de deelnemers niet altijd geneigd lijken om vrij te denken. Ik citeer de aftrap in 2012.

Deze blog probeert te voorzien in een lacune. Verschillende vaste auteurs en talrijke gastauteurs proberen in korte bondige stukken kritisch te kijken naar de ontwikkeling van het strafrecht en de organisatie daarvan. Hun kritiek probeert niet te sterven in vrijblijvendheid, maar verschillende kanten te laten zien aan een probleem. In het recht is namelijk veel pleitbaar, maar niet altijd overtuigend. Daarom moet er iets te kiezen zijn, het liefst tussen haalbare varianten, want voor alleen een principe kun je nog geen gevulde koek kopen. Elke auteur zal vanuit eigen invalshoek, voor eigen rekening, actuele strafrechtelijke thema’s bespreken. Lees meer …

Versnelde berechting van eenvoudige feiten met gecompliceerde verdachten

Inleiding
In 2013 en 2015 schreef ik over plea barganing in het strafrecht en waarom dat zo’n innovatief instrument zou zijn om de rechtsbedeling op een hoger niveau te krijgen.* Begin dit jaar is het plan ontwikkeld dat binnenkort in pilotvorm in vier regio’s wordt beproefd en dat stoelt op navolgende inzichten. Deze inzichten dienen zowel recht te doen aan de benodigde punitiviteit als aan het bieden van maatwerk bij verdachten met persoonlijkheidsproblematiek. Een en ander dient begrepen te worden in het licht van breed gedeelde opvattingen over snelheid van afdoening die zowel voldoende punitief als gedragsbeïnvloedend en recidiveverminderend uitpakken, althans de kans daarop vergroot. Lees meer …

Benno Baksteen II

Er was nogal wat te doen de afgelopen weken over de stand van de nationale rechtspraak. Rechters zouden foute beslissingen nemen, beslissingen niet goed motiveren en daarover ook onvoldoende verantwoording afleggen. En ook werd het beeld van de achterkamertjes weer uit de kast gehaald.
Rechters kwamen ook zelf in beeld.
Wat in dat verband opviel was het geruisloze einde van De Raadkamer bij SBS6. Peter R. de Vries was erin geslaagd om wekelijks rechters en een officier van justitie live in debat te krijgen, ook met journalisten en advocaten. Rechters Nienke de Waal en Jan Moors gingen er open in en schuwden gevoelige onderwerpen niet. Zo debatteerde Nienke de Waal onbevangen mee toen de kwaliteiten van de minister van Justitie en Veiligheid aan de orde kwamen. Daarbij wist zij behendig valkuilen te vermijden. Toen De Vries in de groep gooide dat “wij” niet zo blij waren met de prestaties tot nu toe van de heer Grapperhaus reageerde zij alert met de vraag wie bedoeld werd met “wij”.
Over vele onderwerpen gaven De Waal en Moors inzicht in hun opvattingen en denkwijzen. Lees meer …

Niet de straf, maar de vervolging

Het is alweer meer dan 5 jaar geleden dat ik mijn maandelijkse column wijdde aan de kwaliteit van de opsporing en gedwongen was teleurstellende conclusies te trekken. Ik wil het nu opnieuw hebben over de prestaties van mijn geliefde Openbaar Ministerie, waarin overigens tegenwoordig de liefde veel maatschappelijke aandacht trekt.

Ik beperk me tot één van die prestaties, namelijk de mate waarin het OM erin slaagt de opsporing zo te sturen dat het de zaken krijgt waarom het, als gezag over de opsporing, heeft gevraagd en de zaken waar het iets zinvols mee kan, tegenwoordig de betekenisvolle interventie geheten. Dus doende kom ik als het ware vanzelf uit bij een analyse van het sepotbeleid. Ik vergelijk het jaar 2006, toen ik wegging bij het OM, met het jaar 2016, het laatste waarover gegevens beschikbaar zijn. Mijn bron is, zoals veel vaker, de publicatie Criminaliteit en Rechtshandhaving, een gezamenlijke uitgave van het CBS, het WODC en de Raad voor de Rechtspraak. En ik meen te weten dat ook het OM tegenwoordig participeert. Lees meer …