Moet groepsbelediging echt strafbaar blijven?

Het is jammer dat het onlangs in de Tweede Kamer besproken initiatiefvoorstel tot het schrappen van artikel 137c Wetboek van Strafrecht (Sr) door allerlei politieke en maatschappelijke verwikkelingen in een verkeerd daglicht was komen te staan en mede als gevolg daarvan werd afgeschoten. Voor de afschaffing van die bepaling, die belediging van een aantal groepen mensen strafbaar stelt, was en is namelijk best iets te zeggen. Aan het begin van deze eeuw heb ik er al een keer voor gepleit (in: Opgehaalde schouders en lange tenen: Moet belediging van groepen strafbaar blijven? In: A.W. Hins en A.J. Nieuwenhuis (red.), Van ontvanger naar zender, Opstellen aangeboden aan prof. mr. J.M. de Meij – Otto Cramwinckel Uitgever 2003). Veel van de argumenten die toen opgingen, gelden vandaag de dag nog steeds.

Lees meer …

Pleidooi voor ritualisering in de strafrechtsbeoefening

In een schitterende biografie van Thomas More van Peter Ackroyd beschrijft de biograaf in het elfde hoofdstuk hoe de kerkgang rond 1500 plaatsvond. Een drukte van jewelste, volk dat zich verdringt op verschillende plaatsen in de kerk waar de hostie wordt getoond, het moment suprême van de eredienst. Zijn beschrijvingen zijn zo levendig dat het beschrevene zich als het ware aan je oog voltrekt. De kerk, het beleden en gevisualiseerde geloof, worden getoond, meegemaakt, beleefd en geconsumeerd. Er is sprake van rituelen die geworteld zijn in oude tradities en de gelovigen krijgen dat ook mee. Inmiddels bijkans twee millennia in het latijn, met een priester die met de rug naar de gelovigen zijn devotie tot uitdrukking brengt richting het altaar en die ook zelf onderhorig is aan het geheimnisvolle dat zich op dat moment voltrekt. De beschrijvingen raakten en ontroerden mij op een wijze die ik aanvankelijk alleen duidde door de verhalende schrijfstijl. Bij nader inzien denk ik dat ik ook geraakt werd door het conflict in tijdbeeld. Rituelen en tradities worden anno 2016 niet per definitie koesterend beschreven, het is niet voor niets dat geschreven wordt over rituele dansen en ritualisering, wat meestal borg staat voor afkeurenswaardig of onwaarachtig. Ik denk daar anders over en meen dat rituelen een samenbindend vermogen hebben, in brede zin, maar zeker ook in het recht. Ook het strafrecht wordt gekenmerkt door rituelen. Bij de bewijsvoering gaat het niet langer om de kroon van de bekentenis maar om zaken als het verhoren van getuigen en verdachten en sporenonderzoek. Dat verhoor wordt steevast voorafgegaan door de cautie, waarbij de verdachte wordt meegegeven dat hij niet hoeft te verklaren. Voor veel toehoorders of verhoorders mogelijk een rituele dans (geworden), maar een waarachtig ritueel als gedurende het verhoor zoveel mogelijk wordt vermeden een onaanvaardbare druk uit te oefenen. Het ritueel van de cautie leert daarmee ook iets over de intentionele gerichtheid van de toepasser, alsof het geven van de cautie ook een eigen voornemen is.

Lees meer …

De economische bestuurlijking van het publieke domein. Zin in en zingeving van werk

Oplopende spanningen in de organisatie van het vak
Vrijdag 25 november 2016 verscheen in Trouw een interview met de bekende en gerenommeerde hoogleraar sociologie Christien Brinkgreve over zingeving van werk. Ze vertelt hoe zij opbrandde bij haar derde universiteit omdat ze als hoogleraar opliep tegen de wijze van organiseren en de afwezige ruimte voor individuele hoogleraren. Het is een bekend en treurig verhaal uit duizenden. Vele werknemers branden op en het systeem waarbinnen ze werken wordt daarvoor verantwoordelijk gehouden. Het thema speelt breed binnen het publieke domein en dus ook binnen de rechterlijke organisatie.

Lees meer …

De rechter als klassenvijand

In het Verenigd Koninkrijk zijn de rechters die beslisten dat de regering eerst langs het parlement moet gaan alvorens de brexit in Brussel aan te vragen, in de pers uitgemaakt voor verraders en vijanden van het volk. Leuke en voor de ouderen onder ons nog vertrouwde terminologie, bekend van de gestaalde communistische en andere totalitaire kaders van weleer. Die spraken ook graag van vijanden van het volk, klassenvijanden, verraders van de revolutie, koelakken, regenten, bourgeois en meer van dat soort diskwalificaties van echte en verzonnen tegenstanders.

Lees meer …

Keffende strategen

“Een advocaat die niet van te voren informeert wie de zittingsrechters zijn, doet zijn werk niet goed”, hield een rechter ons cursisten vorige week voor, wat mij op slag onrustig maakte want dat vraag ik maar zelden. Maar inderdaad speelt (juist) in strafrechtland de menselijke factor ongetwijfeld een grote rol. Het maakt heel wat uit of je één van die minzaam knikkende maar hard afrekenende sfinxen treft, of de over-assertieve Amsterdamse voorzitter die onder het uitzenden van borende blikken over zijn bril al na twee zinnen de poten onder je pleidooi wegzaagt, maar wel de discussie opengooit en naar mijn ervaring verdachten vaker niet dan wel onder uit de zak geeft (ik verdenk hem ervan dat hij niet tegen saaie zittingen kan).

Lees meer …

De brief amicus curiae: niet ook maar een mening

“Wat zou jij doen, als je als rechter in een lopende procedure een schriftelijk stuk van een derde zou ontvangen met het verzoek zijn standpunt in het geding mee te wegen?” vroeg een van mijn Amerikaanse vrienden mij een tijdje geleden. Ik moest daarover even nadenken en zei toen dat ik het, afhankelijk van de inhoud, misschien naar partijen zou sturen met het verzoek hun visie daarop te geven. Maar ik voegde daaraan onmiddellijk toe dat wij hiervoor in Nederland geen regels in ons procesrecht hebben. Recent werd ik weer aan dit gesprekje herinnerd in het kader van de publiciteit over een strafzaak die nu in Den Haag speelt.
Zouden wij behoefte hebben aan de mogelijkheid tot indiening van een brief amicus curiae, zoals het zonder al te veel gevoel voor grammatica in de Angelsaksische rechtspraktijk wordt genoemd? Een amicus curiae is een figuur die men in het Romeinse recht reeds kende. Iemand die als zodanig optreedt, wil de rechter, letterlijk, als vriend van het gerecht bij het vormen van zijn oordeel helpen. In Engeland zou dit verschijnsel al in de negende eeuw zijn opgekomen en zowel in de Engelse als Amerikaanse rechtspraktijk wordt daarvan veelvuldig gebruik gemaakt. Ook op het Europese vasteland kennen wij de brief amicus curiae, in het bijzonder bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en – in een bepaalde vorm – bij het Hof voor Justitie van de Europese Unie (HJEU).

Lees meer …

Johan van Oldenbarneveld en de Raad voor de Rechtspraak

De geschiedenis van Johan van Oldenbarnevelt en Prins Maurits zou geweldig materiaal zijn om een Hollandse versie te maken van House of Cards. Johan als briljant jurist, politicus, financieel expert en bestuurder en de prins als de beste krijgsheer uit zijn tijd hebben in een zowel nationaal als internationaal buitengewoon woelige tijd, het kan zonder te overdrijven worden gezegd, de noordelijke Nederlanden tegen alle redelijke verwachtingen in niet alleen uit de klauwen weten te houden van de Spaansen, maar ook de grondslag gelegd voor ’s lands gouden eeuw.

Lees meer …

Meer interventies en aangifte doen bij het OM

Een interventie, waarvan het effect niet langer primair op de resocialisatie van de dader is gericht, maar op normbehoud en normherstel bij de oppassende burgers, inclusief het slachtoffer, heeft natuurlijk grote gevolgen voor het doen en laten van het OM. Ik zal die gevolgen stuk voor stuk in afzonderlijke columns bespreken.

Het eerste betreft de omvang van het aantal interventies. Die is in de afgelopen jaren stevig gedaald, zowel bij het OM als bij de rechter. Die laatste deed in 2014 nog maar krap aan 100.000 misdrijfzaken af tegen 125.000 tien jaar eerder. Bij het OM daalde het aantal ook, ondanks het veel ruimere sanctiearsenaal dat het via de strafbeschikking kreeg aangereikt. Beide dalingen zijn een rechtstreeks gevolg van de teruggang van het aantal door de politie geregistreerde misdrijven in combinatie met een gelijkblijvend, laag ophelderingspercentage.

Lees meer …

Bijzonder beroepsstrafrecht: bijzondere functies en bijzondere rechtsbelangen

1. Probleemstelling rond bijzonder beroepsstrafrecht, verkeer en gezondheidszorg
Van oudsher hebben we bijzonder strafrecht ontworpen voor bijzondere situaties, waarbij we denken dat het gewone, commune, strafrecht bedoeld is voor wetten die verankerd zijn in ons geweten, zoals het verbod iemand te doden, te stelen en zo verder.
Het strafrecht dat voorkomt in bijzondere wetten is meestal ordeningsrecht. Het zijn wetten en regels die een overheid uitvaardigt om een samenleving in een bepaalde richting te sturen, te modificeren, waarvan we weten dat burgers dat niet direct uit zichzelf kunnen of zullen doen. Deze ordeningsregels kunnen gaan over fosfaatuitstoot of over de wijze waarop achteruitkijkspiegels op bosbouwtrekkers moeten worden gemonteerd. Ogenschijnlijk talloze economische en milieuregels worden geflankeerd door de meer bekende verkeersregels.
Het is niet altijd helder in welk materieelrechtelijk domein of in welk handhavingsdomein die regels worden geplaatst. Niet alle sturingsregels worden rechtstreeks gehandhaafd door middel van het strafrecht. Het komt nog vaker voor dat de immense hoeveelheid gedragsvoorschriften in interne, al dan niet internationale, protocollen zijn neergelegd. Het strafrecht komt dan alleen met vangnetbepalingen in beeld als er iemand door niet naleving van deze ‘interne’ regels overlijdt of ernstig letsel of gevaar van ondervindt. Artikel 307 Wetboek van Strafrecht, dat culpoos gedrag verbiedt ten gevolge waarvan iemand overlijdt, biedt dan uitkomst. De bewijsconstructie wordt in die gevallen gebouwd op bijvoorbeeld overtreding van die interne luchtvaart- of ziekenhuisprotocollen waarvan voor de overtreder voorzienbaar was dat schending kan leiden tot ernstige gevolgen.
Soms zijn bijzondere gedragsvoorschriften wel strafrechtelijk van aard, zoals de verkeersregels, maar wordt de handhaving ter hand genomen door het administratieve recht en komt het strafrecht alleen in beeld als de verkeersovertreding gevaar, letsel of dood ten gevolge heeft.
Ook is niet gezegd dat waar het strafrecht in beeld komt de strafrechter de corrigerende autoriteit is. Het corrigeren van de burger, het richten van de samenleving, is in snel groeiende mate onttrokken aan de strafrechter omdat de wetgever sinds decennia ook andere corrigerende instituties, zoals het Openbaar Ministerie als onderdeel van de rechterlijke organisatie of bestuursorganen, geschikt acht om in te grijpen. Daarmee is het klassieke strafrecht, met een strafbedreiging hoger dan zes jaar, gereserveerd voor de strafrechter, daarbuitenom is het overgrote deel van correctie van misdragingen voorbehouden aan anderen.
Het is niet ongebruikelijk bijzondere misdragingen op te hangen aan het beschermde rechtsbelang, meestal het leven, en vervolgens te oordelen of er niet hogere strafmaxima op overtreding nodig zijn of een intensievere handhaving. Zie mijn vorige bijdrage over de scherp tekortschietende verkeershandhaving.
In dit opstel wil ik een andere invalshoek beproeven en het zoeklicht richten op de functionaliteit van de overtreder en welke rol het strafrecht daarin kan vervullen. Is de misdraging te koppelen aan de functie, de beroepsuitoefening van de overtreder en welke handhavingsautoriteit komt daarin het strafrecht en in het bijzonder het Openbaar Ministerie toe? Vanwege de diversiteit van het ordeningsrecht moet ik me beperken en zal ik ingaan op twee domeinen, in de eerste plaats het verkeer, in het bijzonder de handhaving van gedragsregels in de luchtvaart, en in de tweede plaats de gezondheidszorg, in het bijzonder de gang van zaken rond euthanasiewetgeving.
Nota bene. In deze bijdrage wordt het bijzonder strafrecht ruimer getypeerd dan bijzondere wetten.

Lees meer …

Antisemitisme en artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht

Door Lody B. van de Kamp, rabbijn (BEd.)

Op 5 april 2015 schallen spreekkoren door het Utrechtse voetbalstadion De Galgenwaard: ‘Me vader zat bij de commando’s, me moeder zat bij de SS. En samen verbrandden zij Joden, want Joden die branden het best’. De weerzinwekkende tekst van deze spreekkoren door de supporters veroorzaken nogal wat commotie.

De aanklager betaald voetbal van de KNVB doet een vooronderzoek, stelt de club in staat van beschuldiging “voor het herhaaldelijk uiten van antisemitische spreekkoren door de aanhang” en biedt een schikkingsvoorstel aan, waaronder een boete van € 10.000.

Lees meer …